Fysiologie
Inhoud
Week 1 ...................................................................................................................................2
Hoorcollege 1a: Introductie Anatomie en fysiologie ...............................................................2
Hoorcollege 1b: Anatomie thorax..........................................................................................2
Hoorcollege 2a: Kennisclip mediastinum ..............................................................................6
Hoorcollege 2b: Kennisclip bloedvaten ............................................................................... 11
Hoorcollege 3a: Anatomie hart ........................................................................................... 28
Hoorcollege 3b: Aangeboren hartafwijkingen ...................................................................... 36
Hoorcollege 4a: Anatomie van bloeddrukorganen ............................................................... 45
Hoorcollege 4b: Fysiologie hart (1/2) ................................................................................... 51
Hoorcollege 5: Fysiologie hart (2/2) ..................................................................................... 55
Week 2 ................................................................................................................................. 59
Hoorcollege 6: Anatomie van de urinewegen ....................................................................... 59
Hoorcollege 7: Fysiologie van de nieren .............................................................................. 65
Hoorcollege 8: Fysiologie van vaten .................................................................................... 73
Week 3 ................................................................................................................................. 79
Hoorcollege 9: Anatomie luchtwegen ................................................................................. 79
Hoorcollege 10: Beeldvorming ............................................................................................ 85
Hoorcollege 11: Fysiologie ademhaling ............................................................................... 89
,Week 1
Hoorcollege 1a: Introductie Anatomie en fysiologie
Hoorcollege 1b: Anatomie thorax
De thorax wordt gedefinieerd als het deel van de romp tussen hals en buik, met als basis de
benige borstkas. De thorax vormt een beschermende structuur rondom vitale organen zoals hart
en longen, maar is tegelijkertijd flexibel genoeg om bewegingen toe te laten die essentieel zijn
voor de ademhaling.
Thorax bestaat dus uit twee delen:
1. De borst
2. Deel van de romp tussen hals en buik, met als basis de benige borstkas, caudaal
begrensd door de apertura thoracis inferior en het diafragma.
Opbouw van de thoraxwand
De thoraxwand bestaat uit verschillende lagen die van buiten naar binnen verlopen. De
oppervlakkige lagen omvatten de huid (epidermis en dermis), gevolgd door de subcutis met
vetweefsel en bindweefsel. Bij vrouwen bevindt zich hier ook het klierweefsel van de borst
(mamma). Daaronder liggen de spieren van de borstwand, waaronder de intercostale spieren.
De vrouwelijke borst (mamma)
De borst bestaat uit:
• Tepel (papilla mammae) en areola
• Ligamenten van Cooper, bindweefselstructuren die de borst
ondersteunen
• Klierweefsel, bestaande uit 10–20 lobi glandulae mammariae
o Deze lobi voeren melk af via ducti lactiferi, die uitmonden
in de tepel
De bloedvoorziening van de borst komt voornamelijk uit kleine aftakkingen
van de a. thoracica interna en uit takken van de arterie van de arm. De
lymfedrainage verloopt grotendeels naar de oksel (axilla), wat klinisch
belangrijk is bij metastasen. De oksel wordt in drie niveaus verdeeld ten
opzichte van de m. pectoralis minor, wat relevant is voor diagnostiek en
behandeling van borstkanker. Hierbij halen ze lymfeklier weg uit (meestal)
zone 1 of 2 om te kijken of er al sprake is van metastase bij borstcarcinoom.
Benige anatomie van de thorax
De thorax wordt gevormd door:
• Het sleutelbeen (clavicula)
• Het borstbeen (sternum)
• De ribben (costae) en de ribbenboog (arcus costalis)
• De thoracale wervels (Th1–Th12)
Deze structuren dienen ter bescherming van de borstorganen en faciliteren beweging.
,Het borstbeen
Het sternum verbindt de ribben en clavicula en bestaat uit drie delen:
• Manubrium
• Corpus sterni
• Processus xiphoïdeus
Belangrijke herkenningspunten zijn de incisura jugularis en de angulus sterni, waar rib II
articuleert. Het sternum vormt verbindingen met rib I–VII via de articulationes sternocostales
(tussen sternum en costa/rib), die beweging van de thorax mogelijk maken.
De ribbenkast
De ribben worden onderverdeeld in drie groepen:
1. Costae verae (I–VII)
o Ware ribben, direct verbonden met het sternum via kraakbeen
2. Costae spuriae (VIII–X)
o Valse ribben, indirect verbonden via de ribbenboog
3. Costae fluctuantes (XI–XII)
o Zwevende ribben, zonder verbinding met het sternum
De ribben articuleren met de thoracale wervels via de articulatio costovertebralis (rib-
wervelgewricht), waarbij vaak twee ribben op één wervel aansluiten.
Deze gewrichten maken de bewegingen van de ribben tijdens ademhaling mogelijk. Ze zorgen
voor een scharnierwerking waardoor de ribben kunnen heffen en dalen.
Het bestaat uit twee onderdelen:
1. Articulatio capitis costae
- Tussen het ribhoofd en het wervellichaam
- Vaak articuleert één rib met twee wervels (bijv. rib 6 met Th5 en Th6)
2. Articulatio costotransersaria
- Tussen het tuberculum van de rib en het transversale uitsteeksel van de wervel
Wervelkolom en osteoporose
De thoracale wervelkolom bestaat uit 12 wervels. Osteoporose (botontkalking), een aandoening
waarbij botstructuur brozer wordt, kan hier leiden tot wervelfracturen. Deze kunnen
asymptomatisch zijn of juist veel pijn veroorzaken. Behandeling bestaat uit pijnstilling,
mobilisatie (geen volledige bedrust) en soms operatieve stabilisatie of cementinjectie, hoewel
de lange-termijneffecten daarvan onzeker zijn.
Dit kan het gevolg zijn van te weinig botgroei, te hoge afbraak of te weinig aanmaak. Sinds kort
bestaat de gedachte dat dit waarschijnlijk een relatie heeft met hormonen, blijkend uit
postmenopauzale vrouwen die hier vaak aan lijden.
, Thoracale wervels zijn de twaalf wervels in het midden van de wervelkolom (genummerd van Th1
tot Th12). Ze vormen het centrale skelet van de borstkas en zijn uniek omdat ze allemaal
verbonden zijn met ribben.
Elke thoracale wervel heeft gewrichtsoppervlakken voor ribben:
▪ Intervertebrale gewrichten: tussen de wervellichamen (corpora vertebrarum), met
tussenwervelschijven ertussen.
▪ Facetgewrichten: tussen de gewrichtuitsteeksels (processus articulares), die
bewegingen zoals buiten en draaien mogelijk maken.
De onderste ribben van de ribbenkast dienen daarnaast voor de bescherming van de nieren.
Ademhaling en beweging van de thorax
De thorax beweegt tijdens ademhaling door:
• Articulatio sternocostalis
• Articulatio costovertebralis
• Contractie van het diafragma
• Intercostale (tussenrib-) spieren
• Eventueel hulpademhalingsspieren
Inspiratie Expiratie
• (Gedeelte van) spieren ontspannen
• Contractie van spieren vergroot het • De thorax veert passief terug
thoracale volume • Overdruk duwt lucht naar buiten,
• Hierdoor ontstaat onderdruk wat resulteert in uitademing
• Lucht stroomt naar binnen, met
inademing als gevolg
Openingen van de thorax
• Apertura thoracis superior Bevat o.a. trachea en oesophagus
• Apertura thoracis inferior Bevat o.a. aorta en vena cava
Tussen de ribben bevindt zich het spatium intercostale, waarin spieren, zenuwen en
bloedvaten lopen. De spieren liggen rondom de ribben, de vaten en zenuwen lopen onder de
ribben. Klinisch is dit belangrijk bij thoracale puncties: deze moeten altijd boven de rib worden
uitgevoerd om schade aan de vaatzenuwstreng te voorkomen.
Intercostale spieren
1. M. intercostalis externus
o Loopt van onderrand van een rib naar bovenrand van de rib eronder
o Actief bij inspiratie
2. M. intercostalis internus
o Loopt van bovenrand van een rib naar onderrand van de rib erboven
o Actief bij expiratie
3. M. intercostalis intimus
o Ontspringt van rib 2–6 en hecht aan het sternum
o Speelt een beperkte rol in expiratie