Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Materieel Strafrecht (Rechtsgeleerdheid; Erasmus Universiteit Rotterdam)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
32
Geüpload op
26-01-2026
Geschreven in
2024/2025

Deze samenvatting bevat alle benodigde literatuur voor het tentamen. Met deze samenvatting een 7 gehaald!

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Probleem 1
Hoofdstuk 4
Strafbaar feit = Persoonlijke gedraging die krachtens legaliteitsbeginsel een wettelijke
delictsomschrijving vervult en aan schuld te wijten is en wederrechtelijk is.
 Legaliteitseis + wederrechtelijkheidseis: objectieve zijde delict.

Wederrechtelijkheid: Heeft betrekking op het normoverschrijdende karakter van de
gedraging die in de delictsomschrijving strafbaar is gesteld. Wederrechtelijk gedrag is gedrag
dat strijdig is met het gehele objectieve recht (geschreven als ongeschreven) dat in de
samenleving onder de samenlevingsgenoten geldt.
 Diffuus begrip: Wederrechtelijkheid is meer een algemeen normatief dan een specifiek
juridisch begrip. Het begrip brengt tot uitdrukking wat in de maatschappij als geheel in
woord en geschrift wordt afgekeurd.

Ultimum remedium  In beginsel zouden alleen gedragingen met een hoog
wederrechtelijkheidsgehalte strafbaar moeten worden gesteld. Eerst moeten andere
middelen worden overwogen voordat strafrecht wordt ingezet.

Het strafrecht stelt selectief normschendingen strafbaar; Alleen een klein deel van de
wederrechtelijke gedragingen wordt strafbaar gesteld. Daarnaast zijn de schendingen van
één norm soms alleen partieel strafbaar; Van de vormen van onrechtmatige
vermogensverrijking zijn bijvoorbeeld alleen diefstal, oplichting en verduistering strafbaar
gesteld. Normen vinden dus vaak alleen fragmentarische bescherming.

Het legaliteitsbeginsel verbiedt analogische wetstoepassing in aansprakelijkheid
uitbreidende zin. Dit zou namelijk een ontoelaatbare positieve werking van de
wederrechtelijkheid betekenen (een feit zou dan strafbaar kunnen zijn vanwege het
wederrechtelijke karakter, hoewel er geen wettelijke strafbepaling bestaat die op het feit van
toepassing is). Maar analogie is minder bezwaarlijk als het om strafuitsluiting gaat; dit is de
negatieve werking van de wederrechtelijkheid (een feit dat beantwoordt aan een wettelijke
strafbepaling leidt dan alsnog niet tot strafbaarheid).

Waarom is wederrechtelijkheid soms een delictsbestanddeel?
In sommige gevalleen heeft de wetgever de wederrechtelijkheid als bestanddeel in de
delictsomschrijving ondergebracht. Ook andere termen kunnen hiervoor worden gebruikt;
‘zonder daartoe gerechtigd te zijn’, ‘zonder voorafgaande schriftelijke toestemming’ of
‘zonder verlof van het bevoegd gezag’. In sommige wetten is de wederrechtelijkheid wel
genoemd, maar zit het verborgen in een ander onderdeel van de wet. Bijvoorbeeld het
bestanddeel mishandeling in art. 300 Sr. Ook geven normatieve bestanddelen als
'ontuchtige', 'binnendringen' en 'opruit' uitdrukking aan de wederrechtelijkheid van de
handeling. De wederrechtelijkheid wordt soms als bestanddeel opgenomen om gevallen uit
te sluiten die anders onder de omschrijving zouden vallen, maar waarvoor de
delictsomschrijving niet bedoeld is. Het opnemen van wederrechtelijkheid beperkt dus de
delictsomschrijving.

Verschillende opvattingen over de betekenis van het bestanddeel wederrechtelijkheid:

, Eng wederrechtelijkheidsbegrip: Wederrechtelijkheid krijgt binnen een bepaalde
strafbepaling een specifieke betekenis, die aansluit bij het doel van die bepaling. Deze
betekenis wordt via een teleologische interpretatie (gericht op het doel) uit de
delictsomschrijving afgeleid. Het begrip wederrechtelijk kan dan bijvoorbeeld
betekenen: zonder toestemming van de rechthebbende, zonder eigen recht of tegen het
recht van een ander in. Omdat alleen één specifiek aspect van wederrechtelijkheid
centraal staat, spreken we van een beperkte, enge uitleg. Van Veen noemde
dit facetwederrechtelijkheid: het begrip vertegenwoordigt dan alleen één facet van het
brede begrip wederrechtelijkheid.
o Delicten waarbij de enge opvatting wordt gebruikt: Bijvoorbeeld wanneer de
wetgever een specifiek aspect van wederrechtelijkheid benoemt, zoals in art. 370 Sr
(‘met overschrijding van bevoegdheid’). Ook bij milieudelicten (art. 173a/b Sr)
betekent 'wederrechtelijk' vooral: handelen zonder vergunning.
 Ruim wederrechtelijkheidsbegrip: Wederrechtelijkheid wordt zeer ruim
geïnterpreteerd, namelijk als strijd met het objectieve recht. In deze opvatting is de
betekenis van de wederrechtelijkheid, waar zij als bestanddeel in een delictsomschrijving
is opgenomen, ongeveer gelijk aan de betekenis van het element wederrechtelijkheid.
Wederrechtelijkheid kan dan worden bewezen, zodra kan worden vastgesteld dat de
gedraging van de verdachte in strijd is met het objectieve recht. Dit als uitgangspunt
betekent het bewerkstelligen van een grotere reikwijdte van de strafbaarheid. De ruime
opvatting van wederrechtelijkheid volgt een interpretatie die vergelijkbaar is met het
begrip 'onrechtmatig' in het privaatrecht, zo is iets niet alleen onrechtmatig als het tegen
de wet is, maar ook als het in strijd is met de goede zeden of maatschappelijke normen.
o Ruime opvatting bij vermogensdelicten: De manier waarop iets wordt verkregen is
belangrijker dan de vraag of de dader recht had op het object. Zelfs als het doel niet
wederrechtelijk lijkt, kan de gebruikte onrechtmatige methode (zoals bedrog of
misleiding) alsnog leiden tot strafbaarheid. Iemand dreigde met geweld om geld te
verkrijgen, zelfs als hij dacht recht te hebben op het geld. De Hoge Raad oordeelde
dat de dreiging met geweld de grenzen van wat maatschappelijk betamelijk is
overschreed, en dus handelde de dader wederrechtelijk.
o Andere delicten waarbij een ruime opvatting wordt toegepast: Hier is enig subjectief
belang in het spel dat door de verdachte op een andere, niet strafbaar gestelde, wijze
had moeten worden behartigd. Bijvoorbeeld bij vrijheidsberoving (art. 282a Sr) kan
dat spelen. In een zaak hield een vader zijn kind vast en zwaaide met een mes om
uitzetting te voorkomen. Hoewel hij handelde vanuit een emotioneel belang,
oordeelde het hof dat hij zijn gezag misbruikte en het kind ernstig in gevaar bracht.

Wederrechtelijkheid als bestanddeel en beroepen op rechtvaardigingsgronden:
Een strafproces-technisch probleem is hoe de wederrechtelijkheid in de delictsomschrijving
zich verhoudt tot een rechtvaardigingsgrond. Volgens de heersende opvatting moet bij
delicten waarin wederrechtelijkheid is opgenomen, een geldig beroep op een
rechtvaardigingsgrond leiden tot vrijspraak, omdat het gedrag dan niet meer
wederrechtelijk is en dus niet voldoet aan de delictsomschrijving (eerste vraag art. 350 Sv).
Alleen als wederrechtelijkheid geen onderdeel is van de delictsomschrijving (element),
leidt een rechtvaardigingsgrond tot ontslag van rechtsvervolging (tweede vraag art. 350 Sv).
In de praktijk is de rechtspraak echter niet altijd consequent, en het verschil tussen beide
uitspraken is vaak beperkt.

,Het ontbreken van de wederrechtelijkheid:
In het strafrecht geldt dat het vervullen van een delictsomschrijving het vermoeden van
wederrechtelijkheid oproept. Ook als wederrechtelijkheid niet expliciet in de omschrijving
staat, wordt deze verondersteld. Toch kan die wederrechtelijkheid ontbreken. Over de vraag
wanneer dat vermoeden kan worden weerlegd, bestaan twee hoofdopvattingen.
 Formele wederrechtelijkheid: Degene die de strafwet overtreedt ipso facto handelt
wederrechtelijk, tenzij de wet zélf de wederrechtelijkheid met zoveel woorden opheft,
zoals de rechtvaardigingsgronden.
 Materiële wederrechtelijkheid: Als een delictsomschrijving vervuld is, maar er geen
rechtvaardigingsgrond is, kan het nog steeds zijn dat de daad niet wederrechtelijk is,
bijvoorbeeld als er goede redenen zijn die niet door de wet zijn voorzien. Hier is kritiek
op.

Vier manieren om te concluderen dat wederrechtelijkheid in materiële zin ontbreekt, zonder
dat de wet voorziet in een rechtvaardigingsgrond: Sommige van deze benaderingen zijn
levensvatbaarder gebleken dan andere.
 De leer van het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid: Gedrag dat volgens de
wet strafbaar lijkt, kan toch gerechtvaardigd zijn op grond van omstandigheden die de
wet niet letterlijk noemt. De aarzeling onder juristen komt voort uit het feit dat rechters
buiten de wet straffeloosheid zouden aannemen, wat normaal de taak van de wetgever
is. Daaraan moet worden toegevoegd dat de daaruit voortvloeiende straffeloosheid
berust op extensieve of analoge interpretaties ten gunste van de verdachte. Er moet
sprake zijn van een redelijk middel tot een redelijk doel, dat de rechtsorde tastbaar
bevordert en onvervangbaar is.
 De leer van de sociale adequatie (rechtssociologie): Kijkt naar de menselijke handeling in
zijn sociale context. Sociale adequaatheid wordt gedefinieerd als handelingen die passen
in het maatschappelijke leven volgens de historische ordening. Een chirurg maakt een
kleine fout tijdens een operatie, zoals het per ongeluk aanreiken van het verkeerde
instrument. Hoewel dit schade kan veroorzaken, wordt het als sociaal adequaat
beschouwd omdat het past binnen de complexe en risicovolle rol van een arts. Ook in de
context van sport wordt sociale adequaatheid toegepast op handelingen die normaal
gesproken als agressief of schadelijk zouden worden gezien, maar die in de specifieke
sportcontext als onvermijdelijk en dus acceptabel worden beschouwd.
 De leer van de subsocialiteit: Hier is sprake van een derde voorwaarde voor
strafbaarheid naast wederrechtelijkheid en schuld: subsocialiteit. Deze voorwaarde moet
als delictselement worden erkend, omdat bepaalde delicten zonder dit element niet tot
vervolging of bestraffing zouden leiden. De subsocialiteit van een delict is het gevaar dat
door de verwerkelijking ervan voor de samenleving in het leven is geroepen.
Subsocialiteit verwijst naar het gevaar dat een delict veroorzaakt voor de samenleving.
Dit gevaar kent verschillende vormen: herhalingsgevaar bij de dader, ontevredenheid bij
het slachtoffer, navolging door anderen en maatschappelijke verontwaardiging. Is vooral
van belang is bij de vierde vraag (straftoemeting).
 De creatieve interpretatie: De rechter leest in de delictsomschrijving één of meer
aspecten van wederrechtelijkheid (alsof het wettelijke bestanddelen zijn) op grond van
normen die worden ontleend aan andere rechtsgebieden, aan algemene
rechtsbeginselen of aan rechtsgewoonten. Deze normen kunnen de basisnormen van de
strafbaarstelling aanvullen, beperken of vervangen. Dit kan op twee manieren:

, o Contrariërende normen: Zij zetten de strafbepaling opzij.
o Interveniërende normen: Zij voegen een extra aspect toe aan de uitleg van een strafbaar
feit.

De drie eerste manieren worden juridisch gezien te vrijblijvend gevonden en geven te veel
ruimte voor willekeur van de rechter. De rechter mag zich namelijk niet te ver buiten de wet
bewegen door strafbare feiten maatschappelijk breed te interpreteren. Wel is de creatieve
interpretatie erkend.

Enkele erkende uitzonderingsgebieden:
In het strafrecht bestaan er uitzonderingen voor bepaalde gedragingen, die door de
samenleving als gerechtvaardigd worden beschouwd en dus niet strafbaar zijn. Voorbeelden
zijn het verzetsrecht tijdens de oorlog, handelen met toestemming van de benadeelde (niet
voor moord of doodslag), tuchtigingsrecht (lichamelijk tuchten voor opvoeding (bijv draai
om de oren); ouder kan geen beroep doen als de straf disproportioneel is, het moet
subsidiair en proportioneel zijn en geen routine worden) en het beroepsrecht (bijv
euthanasie); geen mishandeling bij uitvoering medische professie, tenzij geen toestemming
of onjuist of disproportioneel handelen).

Wederrechtelijk overheidsoptreden:
Is vastgesteld dat er sprake was van wederrechtelijk of onbehoorlijke overheidsoptreden,
dan is de volgende vraag welke sanctie daarop moet volgen en wie gerechtigd is deze toe te
passen.
 Strafrechter: De strafrechter kan sancties verbinden aan onregelmatigheden in het
voorbereidend onderzoek, zoals onrechtmatig verkregen bewijs (art. 359a Sv). Ook kan
onrechtmatig overheidshandelen, zoals mishandeling of dood door schuld door
politieoptreden, als strafbaar feit worden gekwalificeerd. Er is echter een
strafuitsluitingsgrond voor politieambtenaren die in de rechtmatige uitoefening van hun
taak geweld gebruiken (Bijv: art. 42 lid 2 Sr).
 Kort geding. Een kort geding in strafrecht is alleen mogelijk als er geen andere rechtsgang
met voldoende waarborgen beschikbaar is. De eiser kan alleen ontvankelijk zijn als
onrechtmatig handelen door de strafvorderlijke overheid wordt gesteld.
 Klachtencommissies: Zij adviseren over klachten van burgers over het functioneren van
strafrechtsorganen.
 Nationale ombudsman: Onderzoekt de behoorlijkheid van gedragingen van
administratieve organen, inclusief die van strafrechtsorganen zoals het OM, de politie en
penitentiaire inrichtingen. De ombudsman deelt zijn bevindingen in een jaarverslag aan
de Tweede Kamer en maakt deze openbaar, wat een preventieve werking kan hebben.

Leestafel zooien: Spelsituatie
Wanneer letsel veroorzaakt wordt in een reguliere sport- of spelsituatie, is er minder snel
sprake van schuld (art. 308 Sr). Een beroep op een spelsituatie kan niet worden gedaan als
het handelen gevaarzettend is en het spel niet duidelijk door regels is afgebakend. De
studenten verplaatsten een zware leestafel met de intentie om deze tegen de deuren van de
nooduitgang te rammen

Sliding: Sportsituatie

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12
Geüpload op
26 januari 2026
Aantal pagina's
32
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.18
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
SeraKalisvaart Erasmus Universiteit Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
312
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
118
Documenten
14
Laatst verkocht
2 dagen geleden

Rechten HBO & Rechtsgeleerdheid WO

3.8

54 beoordelingen

5
25
4
12
3
6
2
5
1
6

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen