Vraag 1:
De heer Vledder heeft een Stichting opgericht waarvan hij de voorzitter is. De stichting heeft ten doel het behoud
van de vleermuizenstand in Nederland. Om zijn kosten te kunnen vergoeden gaat de heer Vledder op naam van
de Stichting nachtelijke spooktochten organiseren voor groepen. Dit geschiedt tegen een commerciële prijs
waardoor hij voldoende liquide middelen overhoudt om zijn kosten te betalen. Is de Stichting belastingplichtig
voor de vennootschapsbelasting?
De stichting is belastingplichtig indien en voor zover zij een onderneming drijft (art. 2-1-e). Zij voldoet aan alle
voorwaarden. Daarnaast treedt ze in concurrentie met andere ondernemers (art. 4a) (5 punten) De stichting
kan eventueel een beroep doen op artikel 6 onderdeel 1 indien een maatschappelijk belang op de voorgrond
staat (5 punten).
Vraag 2a:
Een moedermaatschappij levert aan haar dochter een machine met een waarde in het economisch verkeer van €
25.000. Betaling hoeft echter niet te geschieden. Wat zijn de gevolgen voor de vennootschapsbelasting?
De moedermaatschappij heeft de dochter bevoordeeld op grond van haar aandeelhouderschap, met een
onafhankelijke derde zou een dergelijke overeenkomst niet gesloten zijn (5 punten). Er is sprake van een
informele kapitaalstorting in de vermogenssfeer, e.e.a. heeft geen gevolgen voor de winstberekening. (5 punten).
Vraag 2b:
Een Moedermaatschappij leent aan haar dochtermaatschappij € 100.000 waarvoor zij geen rente bedingt. Een
zakelijk rente bedraagt 6%. Wat zijn de gevolgen?
De moedermaatschappij heeft de dochter bevoordeeld op grond van haar aandeelhouderschap, met een
onafhankelijke derde zou een dergelijke overeenkomst niet gesloten zijn (5 punten). Er is sprake van een
informele kapitaalstorting in de kostensfeer, de winst bij moeder wordt gecorrigeerd met + € 6.000, bij de
dochter wordt hetzelfde bedrag als last genomen (5 punten).
Vraag 2c:
En B.V. koopt van haar enig aandeelhouder A een huis met een waarde van € 300.000 voor € 450.000. De prijs is
mogelijk gemaakt doordat A in het bezit is van alle aandelen in de B.V.
Consequenties?
In deze casus wordt aandeelhouder A bevoordeeld alleen op grond van zijn aandeelhouderschap (5 punten). Het
gevolg is dat de BV het pand moet waarderen op € 300.000 en dat zij voor € 150.000 een niet aftrekbare
dividenduitkering (vermomd of verkapt dividend) heeft verricht (5 punten)
Vraag 3:
BV A koopt een deelneming in BV C voor € 400.000. Ze beschikt zelf niet over de benodigde middelen, maar
leent van de bank € 400.000 tegen 6%. Is de rente aftrekbaar en hoe luidt uw antwoord indien BV C een
beleggings Ltd is die gevestigd is in een belastingparadijs waar zij geen belasting betaald?
In beide gevallen is de rente bij BV A aftrekbaar. De rente vormt in beide gevallen zakelijke kosten (5 punten).
Vraag 4:
De BV X berekende haar winst over het afgelopen jaar op € 95.000. Hieraan werd de volgende bestemming
gegeven (na aftrek van een gift van € 5.000 betaald aan de Stichting Veilig Verkeer). Hieraan werd de volgende
bestemming gegeven.
Dividend 18.000
Tantièmes directie en personeel 25.000
Tantième commissaris 12.000
Algemene reserve 40.000
Bereken de fiscale winst.
Mlgr\anita\formulieren\voorblad-tentamen.doc