ETHIEK
Moolenaar, 22-4-2014
Ethiek: houding, gedraging. Wat normaal is. Grieks.
Dat oordeel wordt geleid door normen en waarden. Normen zijn de maatstaven/regels. Wat
normaal is is wat volgens de regels gebeurt. Waarden zijn meer idealen, belangen, wat je
belangrijk vindt. Dus normen zijn concreter. Waarden zijn wat vager. Waarom horen normen
en waarden bij elkaar? Normen en waarden zijn criteria voor het gedrag.
Verschil: waarden zijn vaak wat abstracter dan normen. Waarden = eerlijkheid.
Norm: regel die beoordeeld of je eerlijk bent bv. Bv rechterlijke trouw: waarde. Mag je met
iemand kussen? Is dat ontrouw?
Ethiek vs. recht.
Recht is gecodificeerd. Het is afdwingbaar door uitspraken van bepaalde instanties.
Moraal en recht kunnen niet zonder elkaar.
Gewoonte recht is een grens die zich bevind tussen recht en moraal.
Moraal verschilt door het maatschappelijk debat, en de politiek regelt dat.
Vals dilemma: valse tegenstelling. Als je gedwongen wordt tussen zwart en wit een keuze te
maken terwijl je ook nog een andere keuze kan maken (grijze tinten), er is nog een heel
middengebied.
Normen zijn regels of richtlijnen; soms verbiedend (je mag niet stelen); soms gebiedend (geef
aan de armen).
Waarden streven naar een ideale toestand iets wat je wilt bereiken.
MORALITEIT
Gaat over wat mag en niet mag in de relatie met een ander;
Het geheel aan regels, waarden en houdingen dat het gedrag van mensen reguleert:
Is normatief, gaat over goed en slecht;
Bestaat uit normen en waarden.
Moraliteit en recht
Recht is vaak een juridische vertaling van moraliteit;
Maar moraliteit is breder: ‘niet spieken’
Of ‘eerlijk delen’ behoren niet tot recht,
Maar wel tot moraliteit;
Recht kan worden afgedwongen,
Moraliteit niet (al voert men nog wel eens een oorlog in een poging dat wel te doen).
Moraliteit, politiek en recht
Opvattingen in de maatschappij vinden vertolkers in de politiek;
Bij een meerderheid in politiek wordt een opvatting vertaald in recht.
Vb.: vrouwenstemrecht, afschaffing slavernij.
Recht loopt dus vaak achter bij huidige moraliteit.
Moraliteit en ethiek:
Ethiek is de wetenschap die moraliteit bestudeert;
Probeert theorieën op te stellen over moraliteit;
Zoals plichtenethiek gevolgen ethiek en deugdethiek.
1
, 9-5-14
KANT. PLICHTETHIEK
Mensbeeld.
De basis van wat Kant denkt. Hij maakt 2 onderscheidingen;
Het gaat over ethiek (gedrag over mensen, hoe vat je de mensen op, relatie en mens)
- Wereld van natuur. De wereld van alledag. De natuur is van oorzaak en gevolg. Het is
ook de wereld van het lichaam en de behoeften daarvan, de wereld van de gevoelens.
Natuurwetten: je moet eten.
- Wereld van het denken. De wereld van de reden, van de autonomie. De wetten die je
jezelf stelt. Auto=wet, nomie=norm. Zelfbeschikking. De wet waarover je zelf beschikt
en die je aan jezelf stelt. De wereld van de ethiek, de wetten van de ethiek zijn de
wetten die je jezelf stelt.
Alles wat je doet vanuit behoefte of emotie, etc. dat behoort allemaal tot de natuurlijke
wereld. Maar wat het echt gaat over handelingen die te maken hebben met wat goed is die
hebben te maken met je wil. In de wereld van het denken motiveren wij ons doen op een
rationale manier. De praktische reden is het nadenken over het handelen. Nadenken over wat
jij denkt dat het beste is, en je richten op wat je ook wilde doen.
Consequenties:
Als je je handelen laat leiden door verleidingen dan is dat je natuurlijke wil.
Uitgangspunten van de rationale wereld:
Je moet ergens vanuit gaan, wat zijn de principes? => Imperatief. Een imperatief is een eis. Dus
er worden eisen gesteld, je stelt zelf eisen. Volgens Kant moet je zelf eisen stellen aan jezelf.
Categorisch imperatief: categorisch betekent voor alles en iedereen. Voor altijd in elke situatie.
Voor iedereen geldend. Kom je niet onder uit.
Kant wilde een maatstaf hebben die voor iedereen op gaat. Nadenken voor de praktische
reden.
Gebod of eis die strikt door alle rationele wezens moet worden opgevolgd.
Wil alleen die regel die je voor iedereen zou willen moeten gelden.
Geen inhoudelijke eisen.
En beredenering waarop we het categorisch imperatief vaak terug te horen :
“Als iedereen doet wat hij alleen maar wil, wordt het een zooitje.”
Hypothetisch imperatief: eisen waaraan je moet voldoen als je iets wilt bereiken. Bv: als je
aantrekkelijk wil zijn moet je deze deo gebruiken. Als je dat stelt, aan welke eisen moet je dan
voldoen?
Je moet eerst iets stellen, vandaar dat het hypothetisch heet. Het zijn eigenlijk de eisen van de
natuurlijke wereld; oorzaak en gevolg.
Het is ook het gezonde verstand, wetenschap en de wetten van de natuurlijke wereld.
Vb: “Als.. dan…”
PLICHT (2e vorm van categorisch imperatief. 1e is dat je moet handelen zo dat andere ook zo
zouden moeten handelen).
Twee elementen van plicht:
1) Het moeten
2) De inhoud
Verdedig je je vaderland omdat het moet (1), of moet je erin gelooft (2)?
2
Moolenaar, 22-4-2014
Ethiek: houding, gedraging. Wat normaal is. Grieks.
Dat oordeel wordt geleid door normen en waarden. Normen zijn de maatstaven/regels. Wat
normaal is is wat volgens de regels gebeurt. Waarden zijn meer idealen, belangen, wat je
belangrijk vindt. Dus normen zijn concreter. Waarden zijn wat vager. Waarom horen normen
en waarden bij elkaar? Normen en waarden zijn criteria voor het gedrag.
Verschil: waarden zijn vaak wat abstracter dan normen. Waarden = eerlijkheid.
Norm: regel die beoordeeld of je eerlijk bent bv. Bv rechterlijke trouw: waarde. Mag je met
iemand kussen? Is dat ontrouw?
Ethiek vs. recht.
Recht is gecodificeerd. Het is afdwingbaar door uitspraken van bepaalde instanties.
Moraal en recht kunnen niet zonder elkaar.
Gewoonte recht is een grens die zich bevind tussen recht en moraal.
Moraal verschilt door het maatschappelijk debat, en de politiek regelt dat.
Vals dilemma: valse tegenstelling. Als je gedwongen wordt tussen zwart en wit een keuze te
maken terwijl je ook nog een andere keuze kan maken (grijze tinten), er is nog een heel
middengebied.
Normen zijn regels of richtlijnen; soms verbiedend (je mag niet stelen); soms gebiedend (geef
aan de armen).
Waarden streven naar een ideale toestand iets wat je wilt bereiken.
MORALITEIT
Gaat over wat mag en niet mag in de relatie met een ander;
Het geheel aan regels, waarden en houdingen dat het gedrag van mensen reguleert:
Is normatief, gaat over goed en slecht;
Bestaat uit normen en waarden.
Moraliteit en recht
Recht is vaak een juridische vertaling van moraliteit;
Maar moraliteit is breder: ‘niet spieken’
Of ‘eerlijk delen’ behoren niet tot recht,
Maar wel tot moraliteit;
Recht kan worden afgedwongen,
Moraliteit niet (al voert men nog wel eens een oorlog in een poging dat wel te doen).
Moraliteit, politiek en recht
Opvattingen in de maatschappij vinden vertolkers in de politiek;
Bij een meerderheid in politiek wordt een opvatting vertaald in recht.
Vb.: vrouwenstemrecht, afschaffing slavernij.
Recht loopt dus vaak achter bij huidige moraliteit.
Moraliteit en ethiek:
Ethiek is de wetenschap die moraliteit bestudeert;
Probeert theorieën op te stellen over moraliteit;
Zoals plichtenethiek gevolgen ethiek en deugdethiek.
1
, 9-5-14
KANT. PLICHTETHIEK
Mensbeeld.
De basis van wat Kant denkt. Hij maakt 2 onderscheidingen;
Het gaat over ethiek (gedrag over mensen, hoe vat je de mensen op, relatie en mens)
- Wereld van natuur. De wereld van alledag. De natuur is van oorzaak en gevolg. Het is
ook de wereld van het lichaam en de behoeften daarvan, de wereld van de gevoelens.
Natuurwetten: je moet eten.
- Wereld van het denken. De wereld van de reden, van de autonomie. De wetten die je
jezelf stelt. Auto=wet, nomie=norm. Zelfbeschikking. De wet waarover je zelf beschikt
en die je aan jezelf stelt. De wereld van de ethiek, de wetten van de ethiek zijn de
wetten die je jezelf stelt.
Alles wat je doet vanuit behoefte of emotie, etc. dat behoort allemaal tot de natuurlijke
wereld. Maar wat het echt gaat over handelingen die te maken hebben met wat goed is die
hebben te maken met je wil. In de wereld van het denken motiveren wij ons doen op een
rationale manier. De praktische reden is het nadenken over het handelen. Nadenken over wat
jij denkt dat het beste is, en je richten op wat je ook wilde doen.
Consequenties:
Als je je handelen laat leiden door verleidingen dan is dat je natuurlijke wil.
Uitgangspunten van de rationale wereld:
Je moet ergens vanuit gaan, wat zijn de principes? => Imperatief. Een imperatief is een eis. Dus
er worden eisen gesteld, je stelt zelf eisen. Volgens Kant moet je zelf eisen stellen aan jezelf.
Categorisch imperatief: categorisch betekent voor alles en iedereen. Voor altijd in elke situatie.
Voor iedereen geldend. Kom je niet onder uit.
Kant wilde een maatstaf hebben die voor iedereen op gaat. Nadenken voor de praktische
reden.
Gebod of eis die strikt door alle rationele wezens moet worden opgevolgd.
Wil alleen die regel die je voor iedereen zou willen moeten gelden.
Geen inhoudelijke eisen.
En beredenering waarop we het categorisch imperatief vaak terug te horen :
“Als iedereen doet wat hij alleen maar wil, wordt het een zooitje.”
Hypothetisch imperatief: eisen waaraan je moet voldoen als je iets wilt bereiken. Bv: als je
aantrekkelijk wil zijn moet je deze deo gebruiken. Als je dat stelt, aan welke eisen moet je dan
voldoen?
Je moet eerst iets stellen, vandaar dat het hypothetisch heet. Het zijn eigenlijk de eisen van de
natuurlijke wereld; oorzaak en gevolg.
Het is ook het gezonde verstand, wetenschap en de wetten van de natuurlijke wereld.
Vb: “Als.. dan…”
PLICHT (2e vorm van categorisch imperatief. 1e is dat je moet handelen zo dat andere ook zo
zouden moeten handelen).
Twee elementen van plicht:
1) Het moeten
2) De inhoud
Verdedig je je vaderland omdat het moet (1), of moet je erin gelooft (2)?
2