Hoorcollege 1: Sociale ongelijkheid in mentale gezondheid
Dinsdag 11 november – John de Wit
Drie redenen waarom aandacht voor diversiteit:
Aard van de ervaringen en betekenis
Behoeften aan zorg en acceptatie
Beschikbaarheid en passendheid zorg (afstemming op cliënt)
Optimale zorg en welzijn voor iedereen en wat iedereen nodig heeft kan voor iedereen verschillen; er
bestaat niet één soort aanpak die voor iedereen werkt.
Wat is diversiteit?
Als we het hebben over diversiteit, hebben we het over verschillende typen diversiteit.
Individu
Sociale groep
Populatie
Diversiteit gaat eigenlijk over de verschillen tussen populaties (groepen); denk aan mannen en
vrouwen.
Groepen hebben te maken met andere situaties en dus andere uitkomsten.
Hebben we te maken met toevallige verschillen of systematische ongelijkheid?
Individueel is vaak een toevallig verschil.
Als het gaat over groepen, hebben we het over systematische ongelijkheid.
o Sociale categorieën
o Sociale stratificatie
Sociale categorieën
Leeftijd
Sekse
Opleiding
Beroep
Inkomen
Etniciteit
Seksuele oriëntatie
Gender identiteit
Beperking
Etc.
Intersectioneel perspectief
= implicaties van een bepaalde categorie hangen niet alleen van die categorie af, maar ook van
andere categorieën.
Sociale verschillen in mentale gezondheid
1
,NEMESIS (Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study)
Actuele informatie over de psychische gezondheid van de bevolking.
o Prevalentie: mate waarin psychische aandoeningen voorkomen.
o Incidentie: mate waarin psychische aandoeningen nieuw ontstaan.
o Risico indicatoren voor psychische aandoeningen in de bevolking (meer kans/minder
kans).
o Gevolgen van psychische aandoeningen voor functioneren en zorg.
o Trends in psychische aandoeningen over de tijd, naar sociale groep.
Opzet
Gestratificeerde steekproef bevolking (18-64/75 jaar).
Elke 12 jaar herhaald: 1996, 2007, 2019; 3-4 metingen.
Mondeling interview bij de respondent thuis (1,5 uur).
o Composite International Diagnostic Interview (CIDI).
o Aanvullende vragenlijst risico indicatoren en gevolgen.
De helft zegt wel eens psychologische problematiek te hebben gehad.
Depressie en angst- en stemmingsstoornis meest voorkomend.
Een kwart zegt ook in de afgelopen 12 maanden last te hebben gehad van problematiek.
Voornamelijk angststoornissen.
2
,Er is een enorme toename in de bevolking van mensen die zeggen dat ze in de afgelopen 12 maanden
last hebben gehad van problematiek.
Tussen 2007-2009 en 2019-2022
<20% >25%
o Voornamelijk stemmingsstoornissen en angststoornissen.
Jongeren mensen rapporteren meer psychische problematiek in hun leven dan ouderen.
Terwijl ouderen langer de tijd hebben gehad.
Vrouwen rapporteren meer psychische problematiek dan mannen.
Mensen met een hogere opleiding rapporteren minder psychische problematiek.
Meer middelengebruik.
Homoseksuele mensen rapporteren meer problematiek dan heteroseksuele mensen.
Voornamelijk angststoornissen bij mannen.
Voornamelijk middelengebruik bij vrouwen.
Je ziet verschil in bevolkingsgroepen in de mate waarin zij problematiek ervaren.
De verschillen in seksuele oriëntatie en mentale gezondheid blijven bestaan.
Ondanks maatschappelijke ontwikkelingen.
Biseksuele personen ervaren meer problematiek dan homoseksuele personen.
Intersectioneel beschermend effect; jongeren in Nederland geboren, homoseksueel, hogere opleiding
ervaren minder psychische problematiek in deze categorie.
Verklaringen voor sociale verschillen in mentale gezondheid
Drie hoofdtypen verklaringen voor sociale ongelijkheid in (mentale) gezondheid
Materiële/structurele factoren (sociologie)
o Financieel, cultureel & sociaal kapitaal
3
, o Beschikbaarheid en toegankelijkheid GGZ
Gedrag/culturele factoren (sociaal psychologie)
o Adaptieve en maladaptieve coping
o Acceptabiliteit van GGZ (passend bij achtergrond van mensen)
Psychosociale factoren (klinisch)
o Algemene stressoren, specifieke stressoren
o Individuele en sociale veerkracht (in de sociale context van mensen)
We leggen steeds meer de nadruk op materiële/structurele factoren als verklaring voor problematiek
tussen groepen.
Samenspel van invloeden
De factoren kunnen ook invloed hebben op
elkaar.
Weinig geld kan invloed hebben op
stressniveau.
De structurele factoren zijn eigenlijk de
fundamentele oorzaken.
De minderheidsstatus van mensen wordt gezien als een fundamentele oorzaak.
Meyer (2003)
Minderheidsstatus is van invloed op ervaren stress en coping.
We hebben allemaal te maken met aanleg voor mentale problematiek,
maar we krijgen ook allemaal te maken met allerlei stressoren.
Maar minderheden hebben ook te maken met extra stressoren in
tegenstelling tot mensen die niet tot een bepaalde minderheidsgroep
horen.
Dit geldt voor alle minderheidsgroepen.
Minderheidsstress theorie
Distal minority stress processes: extra stressoren wanneer je lid bent van een minderheidsgroep.
4