Bryman's social research methods (2021)
Inhoud
Hoofdstuk 16: Inleiding in kwalitatief onderzoek......................................2
Hoofdstuk 17: Sampling............................................................................4
Hoofdstuk 18: Etnografie en participerende observatie............................5
Hoofdstuk 19: Het kwalitatieve interview.................................................8
Hoofdstuk 20: Focusgroups.......................................................................9
Hoofdstuk 21: Taal in kwalitatief onderzoek............................................11
Hoofdstuk 23: Kwalitatieve data analyse................................................12
Hoofdstuk 24.3: Verdeling kwantitatief en kwalitatief.............................14
1
, Hoofdstuk 16: Inleiding in kwalitatief onderzoek
Er zijn drie assumpties in kwalitatief onderzoek: inductief, interpretatief en constructivistisch.
1. Inductief houdt in dat de theorie ontstaat vanuit de data. Je verzamelt dus eerst je
data, waaruit je een theorie op maakt.
2. Interpretatief betekent dat kennis verkregen wordt op basis van interpretaties van de
wereld. De sociale realiteit wordt begrepen door de betekenis die mensen eraan
geven.
3. Constructivistisch houdt in dat sociale fenomenen ontstaan door interacties tussen
mensen. De sociale werkelijkheid wordt door mensen zelf gecreëerd.
Er zijn verschillende soorten onderzoek binnen kwalitatief onderzoek:
1. Etnografie: observeren en participeren in sociale omgevingen.
2. Kwalitatieve interviews: diepgaande gesprekken over ervaringen en perspectieven.
3. Focusgroepen: groepsdiscussies over gedeelde ideeën en ervaringen.
4. Documentanalyse: bestuderen van teksten, rapporten en andere bronnen.
Hoofdzaken van kwalitatief onderzoek:
1. Kijken door de ogen van de onderzochte: emic-perspectief. Dit leert je begrijpen hoe
mensen de wereld ervaren/interpreteren.
2. Belang van context: leert je gedrag begrijpen binnen de specifieke sociale setting.
3. Focus op proces: onderzoek naar gebeurtenissen en patronen door de tijd.
4. Flexibiliteit: aanpassingen gedurende het onderzoek aan de hand van nieuwe
inzichten en omstandigheden.
5. Theorie baseren op data: inductie. Het proces heet abductie en legt de nadruk op
verklaringen vanuit de leefwereld van deelnemers.
Voordelen flexibiliteit:
1. Responsiviteit: inspelen op nieuwe inzichten.
2. Iteratief proces: theorieën ontwikkelen zich dynamisch uit gegevens.
Er zijn verschillende soorten van betrouwbaarheid en validiteit:
1. Externe betrouwbaarheid: mate waarin een studie kan worden overgedaan.
2. Interne betrouwbaarheid: overeenstemming tussen onderzoekers over
waarnemingen.
3. Interne validiteit: samenhang tussen observaties en interpretaties.
4. Externe validiteit: generaliseerbaarheid naar andere contexten.
2