Business Administration
Vrije Universiteit
Faculty of Economics and Business Administration
Exam:
Quantitative Methods
(Quantitative Business Analyses)
Prof. Dr. Ir. C. van Montfort/ Dr. R. v.d. Brink
December 18, 2009
3.15– 5.15 pm
• The duration of the exam is 2 hours;
• This exam consists of 4 questions;
• You can score a maximum of 100 credits;
• Grades will be announced on January 11 2010;
• The exam may be reviewed on January 18, 2010.
Number of the room will be announced later.
Question 1a. 1b. 2a. 2b. 2c. 2d. 2e. 2f. 2g. 3a. 3b. 4a. 4b. 4c.
Cretis 20 15 3 5 6 6 5 3 7 6 6 6 6 6
, Question 1 (35 credits)
Veronderstel dat een grondeigenaar een bod van 60.000 euro op een stuk grond krijgt. Dit
aanbod wordt gedaan door een oliemaatschappij die bovendien 600.000 euro extra toezegt
als blijkt dat er olie in de grond zit.
De grondeigenaar wil deze aanbieding afwegen tegen de mogelijkheid om zelf tot
exploitatie over te gaan. Dit kost hem dan een investering van 480.000 euro. Als er olie
wordt aangetroffen, verwacht hij een opbrengst van 2.400.000 euro.
Veronderstel dat de kans op het vinden van olie 1/3 is.
Neem vervolgens aan dat de grondeigenaar een proefboring kan laten uitvoeren voor
60.000 euro. Dergelijke proefboringen zijn echter niet 100% betrouwbaar. Ervaring met
dit soort boringen heeft het volgende uitgewezen:
Advies Advies
“olie in grond” “geen olie in grond”
Olie in grond 20 cases 0 cases
Geen olie in grond 10 cases 30 cases
1a. Stel een beslissingsboom voor bovengenoemd beslissingsprobleem op.
Wat is (of zijn) de beste keuze (of keuzes) voor de grondbezitter uitgaande van
maximalisatie van de EMV. Geef de bijbehorende optimale EMV.
We veronderstellen nu, dat de grondeigenaar een bod van 60.000 euro kan accepteren òf
dat de grondeigenaar zelf tot exploitatie kan overgaan. De mogelijkheid om een
proefboring te laten uitvoeren, is dus niet meer aanwezig.
1b. De keuze van de grondbezitter voor één van bovengenoemde twee beslissings-
alternatieven hangt in hoge mate af van de kans op succes bij de boringen. Deze kans is
aanvankelijk ingeschat op 1/3.
Voor welke waarden van deze kans kiest de grondbezitter voor het beslissingsalternatief
om de rechten te verkopen? Geef een toelichting.
Voor welke waarden van deze kans kiest de grondbezitter om zelf de exploitatie ter hand te
nemen? Geef een toelichting.
Vrije Universiteit
Faculty of Economics and Business Administration
Exam:
Quantitative Methods
(Quantitative Business Analyses)
Prof. Dr. Ir. C. van Montfort/ Dr. R. v.d. Brink
December 18, 2009
3.15– 5.15 pm
• The duration of the exam is 2 hours;
• This exam consists of 4 questions;
• You can score a maximum of 100 credits;
• Grades will be announced on January 11 2010;
• The exam may be reviewed on January 18, 2010.
Number of the room will be announced later.
Question 1a. 1b. 2a. 2b. 2c. 2d. 2e. 2f. 2g. 3a. 3b. 4a. 4b. 4c.
Cretis 20 15 3 5 6 6 5 3 7 6 6 6 6 6
, Question 1 (35 credits)
Veronderstel dat een grondeigenaar een bod van 60.000 euro op een stuk grond krijgt. Dit
aanbod wordt gedaan door een oliemaatschappij die bovendien 600.000 euro extra toezegt
als blijkt dat er olie in de grond zit.
De grondeigenaar wil deze aanbieding afwegen tegen de mogelijkheid om zelf tot
exploitatie over te gaan. Dit kost hem dan een investering van 480.000 euro. Als er olie
wordt aangetroffen, verwacht hij een opbrengst van 2.400.000 euro.
Veronderstel dat de kans op het vinden van olie 1/3 is.
Neem vervolgens aan dat de grondeigenaar een proefboring kan laten uitvoeren voor
60.000 euro. Dergelijke proefboringen zijn echter niet 100% betrouwbaar. Ervaring met
dit soort boringen heeft het volgende uitgewezen:
Advies Advies
“olie in grond” “geen olie in grond”
Olie in grond 20 cases 0 cases
Geen olie in grond 10 cases 30 cases
1a. Stel een beslissingsboom voor bovengenoemd beslissingsprobleem op.
Wat is (of zijn) de beste keuze (of keuzes) voor de grondbezitter uitgaande van
maximalisatie van de EMV. Geef de bijbehorende optimale EMV.
We veronderstellen nu, dat de grondeigenaar een bod van 60.000 euro kan accepteren òf
dat de grondeigenaar zelf tot exploitatie kan overgaan. De mogelijkheid om een
proefboring te laten uitvoeren, is dus niet meer aanwezig.
1b. De keuze van de grondbezitter voor één van bovengenoemde twee beslissings-
alternatieven hangt in hoge mate af van de kans op succes bij de boringen. Deze kans is
aanvankelijk ingeschat op 1/3.
Voor welke waarden van deze kans kiest de grondbezitter voor het beslissingsalternatief
om de rechten te verkopen? Geef een toelichting.
Voor welke waarden van deze kans kiest de grondbezitter om zelf de exploitatie ter hand te
nemen? Geef een toelichting.