HC12 Cerebraal visuele stoornissen (CVI) bij kinderen
Zien is een constructie van de werkelijkheid
Definitie slechtziendheid (WHO)
Gezichtsscherpte (visus)
Kleinst zichtbare verschil tussen twee punten wat
je nog kan waarnemen
1/hoek (boogminuten)
Toegang tot visuele revalidatie
Op verwijzing van medisch specialist
Beste oog, gecorrigeerd met bril/lens
o Gezichtsscherpte <.3
o Leesvisus <.25
o Gezichtsveld <30 gr.
Aanvullende criteria
o Duidelijke hulpvraag en visus <.5
o Ernstige lichthinder
o Niet-aangeboren hersenletsel
o Progressieve aandoeningen
o Vroegbegeleiding van jonge kinderen
Er komt veel meer kijken bij goed zien dan alleen gezonde ogen en een goede detail waarneming. Het
brein is hierbij ook erg belangrijk.
Visuele problemen/klachten na (niet) aangeboren hersenletsel
Corticale blindheid
Corticale slechtziendheid
Cerebrale slechtziendheid
o Cerebral visual impairment
o Cognitive visual impairment
o Cerebral perceptual impairment
o Visual perceptive dysfunction
Cerebraal visuele stoornissen (CVI): moeite met kijken zonder dat er iets mis is met je ogen,
maar omdat er iets mis is in je hersenen.
Signalen van CVI
- Wegkijken van visuele informatie
- Onjuiste interpretatie
- Verkorting van de kijkafstand
- Moeite met:
, o Het vinden van personen, objecten in een drukke omgeving
o Overzicht van visuele omgevingen
o Inschatten van snelheid, diepte, afstand en beweging
o Het combineren van kijken met een andere activiteit
o Het aanleren van nieuwe routes
o Herkenning van voorwerpen, afbeeldingen, symbolen
o Snelle en nauwkeurige, doelgerichte bewegingen
CVI wordt in de huidige literatuur gedefinieerd als een visuele dysfunctie als gevolg van pathologie
van de retrochiasmale visuele banen, bij afwezigheid van beschadiging van prechiasmale visuele
banen of van een oogheelkundige oorzaak van slechtziendheid.
Prevalentie
Onvoldoende onderzoek voor een betrouwbaar prevalentiecijfer. Prevalentie op basis van risicofactor
(afhankelijk van definitie):
HIE: 2.8/1000
60% van cerebrale parese
Ook: asfyxie, hydrocefalus, hypoglykemie, hersentumor, NAH.
Relatie CVI – blindheid/slechtziendheid:
o 1/3 blind
o 1/3 slechtziend conform WHO
o 1/3 hogere orde stoornis: meer een stoornis op neuropsychologisch gebeid en valt
vaak ook buiten de criteria voor slechtziendheid.
Visueel systeem (I)
Hier zie je de kruising van
de optische zenuwen en de
verbinding naar de
occipitaalcortex. Het andere
plaatje laat de globale
tweedeling zien in de dorsale
verwerkingsstroom
bovenlangs voor vooral de
ruimtelijke visuele functies
en visuele motoriek en
onderlangs de ventrale
stroom voor herkenning van objecten, gezichten en ook wel
kleur.
Wel een beetje kritiek hier op, er zouden veel meer zijn dan simpel zo’n tweedeling. Het zou gaan om
veel meer banen en verbindingen.
Zien is een constructie van de werkelijkheid
Definitie slechtziendheid (WHO)
Gezichtsscherpte (visus)
Kleinst zichtbare verschil tussen twee punten wat
je nog kan waarnemen
1/hoek (boogminuten)
Toegang tot visuele revalidatie
Op verwijzing van medisch specialist
Beste oog, gecorrigeerd met bril/lens
o Gezichtsscherpte <.3
o Leesvisus <.25
o Gezichtsveld <30 gr.
Aanvullende criteria
o Duidelijke hulpvraag en visus <.5
o Ernstige lichthinder
o Niet-aangeboren hersenletsel
o Progressieve aandoeningen
o Vroegbegeleiding van jonge kinderen
Er komt veel meer kijken bij goed zien dan alleen gezonde ogen en een goede detail waarneming. Het
brein is hierbij ook erg belangrijk.
Visuele problemen/klachten na (niet) aangeboren hersenletsel
Corticale blindheid
Corticale slechtziendheid
Cerebrale slechtziendheid
o Cerebral visual impairment
o Cognitive visual impairment
o Cerebral perceptual impairment
o Visual perceptive dysfunction
Cerebraal visuele stoornissen (CVI): moeite met kijken zonder dat er iets mis is met je ogen,
maar omdat er iets mis is in je hersenen.
Signalen van CVI
- Wegkijken van visuele informatie
- Onjuiste interpretatie
- Verkorting van de kijkafstand
- Moeite met:
, o Het vinden van personen, objecten in een drukke omgeving
o Overzicht van visuele omgevingen
o Inschatten van snelheid, diepte, afstand en beweging
o Het combineren van kijken met een andere activiteit
o Het aanleren van nieuwe routes
o Herkenning van voorwerpen, afbeeldingen, symbolen
o Snelle en nauwkeurige, doelgerichte bewegingen
CVI wordt in de huidige literatuur gedefinieerd als een visuele dysfunctie als gevolg van pathologie
van de retrochiasmale visuele banen, bij afwezigheid van beschadiging van prechiasmale visuele
banen of van een oogheelkundige oorzaak van slechtziendheid.
Prevalentie
Onvoldoende onderzoek voor een betrouwbaar prevalentiecijfer. Prevalentie op basis van risicofactor
(afhankelijk van definitie):
HIE: 2.8/1000
60% van cerebrale parese
Ook: asfyxie, hydrocefalus, hypoglykemie, hersentumor, NAH.
Relatie CVI – blindheid/slechtziendheid:
o 1/3 blind
o 1/3 slechtziend conform WHO
o 1/3 hogere orde stoornis: meer een stoornis op neuropsychologisch gebeid en valt
vaak ook buiten de criteria voor slechtziendheid.
Visueel systeem (I)
Hier zie je de kruising van
de optische zenuwen en de
verbinding naar de
occipitaalcortex. Het andere
plaatje laat de globale
tweedeling zien in de dorsale
verwerkingsstroom
bovenlangs voor vooral de
ruimtelijke visuele functies
en visuele motoriek en
onderlangs de ventrale
stroom voor herkenning van objecten, gezichten en ook wel
kleur.
Wel een beetje kritiek hier op, er zouden veel meer zijn dan simpel zo’n tweedeling. Het zou gaan om
veel meer banen en verbindingen.