Week 6 huiswerkopdrachten
Opdracht 2: casus ‘Ingrid’
Ingrid wordt in een drukke winkelstraat door twee surveillerende politieagenten betrapt op
zakkenrollen (diefstal, artikel 310 Sr). Als Ingrid de agenten ziet zet zij het op een lopen, zij is
klein en lenig en verdwijnt al snel uit het zicht van de agenten. Zij houdt zich schuil in een café tot
de agenten uit beeld zijn. Twee dagen later zien dezelfde agenten Ingrid bij een patatkraam staan,
zij herkennen haar onmiddellijk, zij heeft nog dezelfde kleding aan.
2a. Leg uit of de agenten bevoegd zijn om Ingrid aanhouden nu er sprake is van een
situatie buiten heterdaad.
Op grond van artikel 52 lid 1 SV kan een opsporingsambtenaar Ingrid aanhouden op
verzoek van de officier van justitie. Op grond van artikel 54 lid 4 Sv kan een
opsporingsambtenaar – indien het beval van de OVJ en de HOVJ niet kan worden
afgewacht – Ingrid aanhouden.
Vervolg: casus Ingrid
Stel, Ingrid wordt aangehouden en meegenomen voor verhoor. De politie wil naast het verhoor
ook foto’s maken en een confrontatie organiseren en nagaan of zij herkent wordt door getuigen.
2b. Beargumenteer of deze twee maatregelen door de politie genomen kunnen worden in
deze fase van het opsporingsonderzoek.
Op grond van artikel 61a lid 1 sub a Sv kan de politie foto’s maken, en op grond van 61 a lid 1
sub c kan de politie een confrontatie organiseren. Volgens art. 61a lid 2 moet het gaan om een
misdrijf en dat is hier van toepassing, namelijk diefstal volgens art. 310 Sr.
Vervolg: casus Ingrid
Tijdens het verhoor heeft de politie sterk de indruk dat Ingrid deel uitmaakt van een goed
georganiseerde criminele groep (artikel 141 Sr) van zes personen die dagelijks in de stad opereert
en leeft van zakkenrollen, beroving en diefstal De politie overweegt een inverzekeringstelling.
, 2c. Beargumenteer of een inverzekeringstelling in dit geval mogelijk?
Volgens art. 57 Sr is een inverzekeringstelling alleen toegestaan in het belang van het onderzoek,
en kan alleen als voorlopige hechtenis is toegestaan op het delict. Beide is hier van toepassing.
Het is voor het belang van onderzoek omdat de politie hierbij een criminele groep kan ontdekken.
Ook is volgens art. 67 lid 1 Sv voorlopige hechtenis van toepassing op art. 310, omdat je
maximaal 4 jaar gevangenisstraf ervoor kunt krijgen.
Opdracht 2: casus ‘Ingrid’
Ingrid wordt in een drukke winkelstraat door twee surveillerende politieagenten betrapt op
zakkenrollen (diefstal, artikel 310 Sr). Als Ingrid de agenten ziet zet zij het op een lopen, zij is
klein en lenig en verdwijnt al snel uit het zicht van de agenten. Zij houdt zich schuil in een café tot
de agenten uit beeld zijn. Twee dagen later zien dezelfde agenten Ingrid bij een patatkraam staan,
zij herkennen haar onmiddellijk, zij heeft nog dezelfde kleding aan.
2a. Leg uit of de agenten bevoegd zijn om Ingrid aanhouden nu er sprake is van een
situatie buiten heterdaad.
Op grond van artikel 52 lid 1 SV kan een opsporingsambtenaar Ingrid aanhouden op
verzoek van de officier van justitie. Op grond van artikel 54 lid 4 Sv kan een
opsporingsambtenaar – indien het beval van de OVJ en de HOVJ niet kan worden
afgewacht – Ingrid aanhouden.
Vervolg: casus Ingrid
Stel, Ingrid wordt aangehouden en meegenomen voor verhoor. De politie wil naast het verhoor
ook foto’s maken en een confrontatie organiseren en nagaan of zij herkent wordt door getuigen.
2b. Beargumenteer of deze twee maatregelen door de politie genomen kunnen worden in
deze fase van het opsporingsonderzoek.
Op grond van artikel 61a lid 1 sub a Sv kan de politie foto’s maken, en op grond van 61 a lid 1
sub c kan de politie een confrontatie organiseren. Volgens art. 61a lid 2 moet het gaan om een
misdrijf en dat is hier van toepassing, namelijk diefstal volgens art. 310 Sr.
Vervolg: casus Ingrid
Tijdens het verhoor heeft de politie sterk de indruk dat Ingrid deel uitmaakt van een goed
georganiseerde criminele groep (artikel 141 Sr) van zes personen die dagelijks in de stad opereert
en leeft van zakkenrollen, beroving en diefstal De politie overweegt een inverzekeringstelling.
, 2c. Beargumenteer of een inverzekeringstelling in dit geval mogelijk?
Volgens art. 57 Sr is een inverzekeringstelling alleen toegestaan in het belang van het onderzoek,
en kan alleen als voorlopige hechtenis is toegestaan op het delict. Beide is hier van toepassing.
Het is voor het belang van onderzoek omdat de politie hierbij een criminele groep kan ontdekken.
Ook is volgens art. 67 lid 1 Sv voorlopige hechtenis van toepassing op art. 310, omdat je
maximaal 4 jaar gevangenisstraf ervoor kunt krijgen.