Examens ontwikkelingspsychologie
Proefexamen Ontwikkelingspsychologie –
MBO niveau 4
Naam: ___________________________
Datum: ___________________________
Totaal aantal punten: 100
Deel A – Meerkeuze (1 punt per vraag)
1. Welke reflex is kenmerkend voor een baby van 0–1 maand?
a) Zitten
b) Zoekreflex
c) Loopreflex
d) Kruipen
2. Objectpermanentie ontwikkelt zich ongeveer op de leeftijd van:
a) 2 maanden
b) 4 maanden
c) 8 maanden
d) 12 maanden
3. Welk gedrag hoort bij een dreumes (1–2 jaar) in sociale ontwikkeling?
a) Samen spelen en rollenspel
b) Parallelspel
c) Echte vriendschappen
d) Empathisch gedrag
4. Bij welke leeftijd hoort de “nee-fase”?
a) Baby (0–1 jaar)
b) Dreumes (1–2 jaar)
c) Peuter (2–4 jaar)
d) Kleuter (4–6 jaar)
5. Een kind dat zich onveilig vermijdend hecht, vertoont vaak:
a) Veel plezier bij terugkomst van ouder
b) Onderdrukt angst, lijkt zelfstandig
c) Zoekt constant nabijheid
d) Heeft een stabiel basisvertrouwen
Deel B – Invulvragen (2 punten per vraag)
6. Noem drie factoren die de ontwikkeling van een kind bepalen.
o
o
o
, 7. Vul in: de fasen van de prenatale ontwikkeling zijn:
1.
2.
3.
8. Welke emoties kan een baby van 0–1 jaar ontwikkelen?
9. Wat is het belangrijkste doel van hechting bij een baby?
10. Vul de volgende ontwikkeling van taal in bij een peuter (2–4 jaar):
Kind maakt __________ en waaromvragen.
Kind kan __________ woorden verzinnen.
Deel C – Open vragen / korte casussen (4 punten per
vraag)
11. Casus Baby:
Joris is 7 maanden oud. Hij kruipt richting zijn moeder en kijkt zoekend om zich heen.
Hij brabbelt “ma-ma” als ze in de buurt is.
a) Welke lichamelijke ontwikkeling is hier zichtbaar?
b) Welke cognitieve ontwikkeling wordt hier zichtbaar?
c) Welke vorm van hechting lijkt Joris te hebben als hij dit gedrag vertoont?
12. Casus Peuter:
Lisa, 3 jaar, zegt tegen haar vriendje: “Nee, dat is mijn kopje, jij mag het niet!” en
speelt met haar eigen fantasiepop.
a) Welk cognitief kenmerk zie je bij Lisa?
b) Welk sociaal-emotioneel kenmerk is zichtbaar?
13. Seksuele ontwikkeling:
Plaats in het juiste schema:
Leeftijd Seksuele ontwikkeling
Baby ___________________
Peuter ___________________
Kleuter ___________________
Kind 6–8 ___________________
Kind 8–12 ___________________
, 14. Leg uit wat het verschil is tussen veilige en onveilige hechting. Noem minimaal 2
kenmerken per vorm.
15. Benoem 3 risico’s voor onveilige hechting bij:
a) het kind
b) de ouders
c) de omgeving
Deel D – Toepassingsvragen (6 punten per vraag)
16. Casus Kleuter:
Sam (5 jaar) speelt doktertje met zijn vriendjes. Hij raakt zijn eigen geslachtsdelen
aan, maar weet dat hij dat niet in het openbaar mag doen.
a) Leg uit welk cognitief en sociaal aspect van ontwikkeling hier zichtbaar is.
b) Waarom is het belangrijk dat de opvoeder grenzen aangeeft?
17. Casus Jong schoolkind:
Emma (8 jaar) vertelt dat ze verliefd is op een klasgenoot. Ze begrijpt verschil tussen
vriendschap en verliefd zijn.
a) Welke ontwikkeling op seksueel gebied laat dit zien?
b) Welke emotionele ontwikkeling wordt zichtbaar?
18. Casus Schoolkind:
Thijs (10 jaar) speelt graag samen, maar kan ook alleen goed geconcentreerd werken
aan een puzzel.
a) Welke cognitieve ontwikkeling is hier zichtbaar?
b) Welke sociale ontwikkeling wordt zichtbaar?
19. Factoren van ontwikkeling:
Geef een concreet voorbeeld van hoe nature, nurture en zelfbepaling het gedrag van
een kind kunnen beïnvloeden.
20. Volwassen en oudere fase:
Beschrijf kort het verschil in cognitieve en lichamelijke ontwikkeling tussen een
volwassene van 35 jaar en een oudere van 70 jaar.
Antwoorden en puntentelling
Deel A – Meerkeuze (5 punten)
1. b
2. c
3. b
4. c
5. b
Deel B – Invul (10 punten)
6. Nature, nurture, zelfbepaling
Proefexamen Ontwikkelingspsychologie –
MBO niveau 4
Naam: ___________________________
Datum: ___________________________
Totaal aantal punten: 100
Deel A – Meerkeuze (1 punt per vraag)
1. Welke reflex is kenmerkend voor een baby van 0–1 maand?
a) Zitten
b) Zoekreflex
c) Loopreflex
d) Kruipen
2. Objectpermanentie ontwikkelt zich ongeveer op de leeftijd van:
a) 2 maanden
b) 4 maanden
c) 8 maanden
d) 12 maanden
3. Welk gedrag hoort bij een dreumes (1–2 jaar) in sociale ontwikkeling?
a) Samen spelen en rollenspel
b) Parallelspel
c) Echte vriendschappen
d) Empathisch gedrag
4. Bij welke leeftijd hoort de “nee-fase”?
a) Baby (0–1 jaar)
b) Dreumes (1–2 jaar)
c) Peuter (2–4 jaar)
d) Kleuter (4–6 jaar)
5. Een kind dat zich onveilig vermijdend hecht, vertoont vaak:
a) Veel plezier bij terugkomst van ouder
b) Onderdrukt angst, lijkt zelfstandig
c) Zoekt constant nabijheid
d) Heeft een stabiel basisvertrouwen
Deel B – Invulvragen (2 punten per vraag)
6. Noem drie factoren die de ontwikkeling van een kind bepalen.
o
o
o
, 7. Vul in: de fasen van de prenatale ontwikkeling zijn:
1.
2.
3.
8. Welke emoties kan een baby van 0–1 jaar ontwikkelen?
9. Wat is het belangrijkste doel van hechting bij een baby?
10. Vul de volgende ontwikkeling van taal in bij een peuter (2–4 jaar):
Kind maakt __________ en waaromvragen.
Kind kan __________ woorden verzinnen.
Deel C – Open vragen / korte casussen (4 punten per
vraag)
11. Casus Baby:
Joris is 7 maanden oud. Hij kruipt richting zijn moeder en kijkt zoekend om zich heen.
Hij brabbelt “ma-ma” als ze in de buurt is.
a) Welke lichamelijke ontwikkeling is hier zichtbaar?
b) Welke cognitieve ontwikkeling wordt hier zichtbaar?
c) Welke vorm van hechting lijkt Joris te hebben als hij dit gedrag vertoont?
12. Casus Peuter:
Lisa, 3 jaar, zegt tegen haar vriendje: “Nee, dat is mijn kopje, jij mag het niet!” en
speelt met haar eigen fantasiepop.
a) Welk cognitief kenmerk zie je bij Lisa?
b) Welk sociaal-emotioneel kenmerk is zichtbaar?
13. Seksuele ontwikkeling:
Plaats in het juiste schema:
Leeftijd Seksuele ontwikkeling
Baby ___________________
Peuter ___________________
Kleuter ___________________
Kind 6–8 ___________________
Kind 8–12 ___________________
, 14. Leg uit wat het verschil is tussen veilige en onveilige hechting. Noem minimaal 2
kenmerken per vorm.
15. Benoem 3 risico’s voor onveilige hechting bij:
a) het kind
b) de ouders
c) de omgeving
Deel D – Toepassingsvragen (6 punten per vraag)
16. Casus Kleuter:
Sam (5 jaar) speelt doktertje met zijn vriendjes. Hij raakt zijn eigen geslachtsdelen
aan, maar weet dat hij dat niet in het openbaar mag doen.
a) Leg uit welk cognitief en sociaal aspect van ontwikkeling hier zichtbaar is.
b) Waarom is het belangrijk dat de opvoeder grenzen aangeeft?
17. Casus Jong schoolkind:
Emma (8 jaar) vertelt dat ze verliefd is op een klasgenoot. Ze begrijpt verschil tussen
vriendschap en verliefd zijn.
a) Welke ontwikkeling op seksueel gebied laat dit zien?
b) Welke emotionele ontwikkeling wordt zichtbaar?
18. Casus Schoolkind:
Thijs (10 jaar) speelt graag samen, maar kan ook alleen goed geconcentreerd werken
aan een puzzel.
a) Welke cognitieve ontwikkeling is hier zichtbaar?
b) Welke sociale ontwikkeling wordt zichtbaar?
19. Factoren van ontwikkeling:
Geef een concreet voorbeeld van hoe nature, nurture en zelfbepaling het gedrag van
een kind kunnen beïnvloeden.
20. Volwassen en oudere fase:
Beschrijf kort het verschil in cognitieve en lichamelijke ontwikkeling tussen een
volwassene van 35 jaar en een oudere van 70 jaar.
Antwoorden en puntentelling
Deel A – Meerkeuze (5 punten)
1. b
2. c
3. b
4. c
5. b
Deel B – Invul (10 punten)
6. Nature, nurture, zelfbepaling