Tentamenvoorbereiding
Auditing Theory
19 december 2025
Evi E.H.M. van Zoest
,Inhoudsopgave
College 1: Ethiek en integriteit in de beroepsuitoefening .................................... 2
Simunic: The pricing of Audit Services: Theory and Evidence. .............................. 2
Karssing: Handleiding Perspectieven Ethiek ........................................................ 7
VGBA: Verordening Gedrags- en Beroepsregels Accountants. ............................. 9
VIO: Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-
opdrachten. ......................................................................................................... 9
College 2: Relevantie van de controle .................................................................. 11
Jensen & Meckling: Theory of the Firm: Managerial Behavior, Agency Costs and
Ownership Structure. ......................................................................................... 11
DeAngelo: Auditor Size and Audit Quality. .......................................................... 16
Wallage: De actuele waarde van Limpergiaans vertrouwen. ............................... 18
College 3: Audit Risk Model en Risk Assessment............................................... 20
Knechel: The business risk audit: Origins, obstacles and opportunities. .............. 20
Peecher: It’s all about audit quality: Perspectives on strategic-systems auditing. . 28
College 4: Fraude ................................................................................................... 32
Gendron: What went wrong? The Downfall of Arthur Andersen and the
Construction of Controllability Boundaries Surrounding Financial Auditing. ......... 32
Hogan: Financial Statement Fraud: Insights from the Academic Literature. ......... 35
College 5: Evidential planning en kwaliteit controlebewijs ................................ 37
Knechel: Audit quality: Insights from the Academic Literature.............................. 37
IAASB: A framework for audit quality. ................................................................. 41
College 6: Rapportage en communicatie ............................................................. 44
Peecher: An accountability framework for financial statement auditors and related
research questions. ........................................................................................... 44
Van Buuren: Controlekwaliteit blijft een belevenis. .............................................. 47
College 7: Besluitvorming. .................................................................................... 50
Nelson: A model and Literature Review of Professional Skepticism in Auditing. ... 50
Nolder & Kadous: Grounding the professional skepticism construct in mindset and
attitude theory: A way forward. ........................................................................... 57
College 8: Capita selecta en responsie. ............................................................... 60
Hecimovic & Martinov-Bennie: Audit report construction: public sector organisation
perspectives within a non-financial information context. ...................................... 60
1
,College 1: Ethiek en integriteit in de beroepsuitoefening
Simunic: The pricing of Audit Services: Theory and Evidence.
Doel artikel:
Onderzoeken of prijsconcurrentie heeft in de markt voor wettelijke controles van
beursgenoteerde ondernemingen, ondanks de sterke marktconcentratie bij de
(toenmalige) Big Eight accountantskantoren.
Simunic wil de volgende beschuldiging toetsen:
‘Grote accountantskantoren gebruiken hun dominante marktpositie om
monopolieprijzen te rekenen voor audits van grote klanten’.
Dit artikel is geschreven vanuit het perspectief van het management.
Audit quality: wordt volgens Simunic gezien als de mate van marginale voordelen
van de auditee welke worden verkregen uit de audit. (Controle is substitueerbaar).
Financial reporting systeem:
- Combinatie van alle controlemechanismen die worden ingezet.
- Financial reporting systeem = a (interne accounting control) + q (externe audit
control.
- Samen bepalen zij de verwachte kwaliteit van de financiële rapportage.
Doel financial reporting systeem:
Het minimaliseren van de verwachte aansprakelijkheidsverliezen (expeced liability
losses) voor de gebruikers van de jaarrekening (zoals aandeelhouders en
crediteuren).
Als zowel management en auditor rationeel handelen wordt het systeem zo ingericht
dat ‘totale verwachte kosten = interne kosten + audit fee + verwachte schadeclaims’
worden geminimaliseerd.
Interne accounting control (a)
- Wordt door de klant zelf georganiseerd en gefinancierd.
- Heeft een kostprijs v per eenheid a.
Externe audit control (q)
- Wordt ingekocht op de markt tegen een prijs p per eenheid q.
- Is een substituut voor interne accounting control (a). (In- en outsourcing).
2
,Toegevoegde waarde accountantscontrole:
De audit creëert waarde doordat zij de verwachte schade (claims, rechtszaken,
reputatieverlies) als gevolg van foutieve financiële rapportage verlaagt.
- De toegevoegde waarde ontstaat op het margin: zolang een extra eenheid
audit meer verliesreductie oplevert dan zij kost.
- ‘Marginale reductie in verwachte verliezen > marginale auditkosten’.
Perspectief audit quality:
De mate waarin het financiële verslaggevingssysteem de verwachte
aansprakelijkheidsverliezen voor gebruikers reduceert.
- De audit is een economisch goed voor het management. (De auditee).
- Zowel a als q zijn substituten in het reduceren van verwachte verliezen.
- Baten van de controle: liability avoidance.
- Audit quality = uitkomst (lagere verwachte verliezen), niet input (meer
uren/hogere fees).
o Een hogere audit fee betekent niet automatisch een hogere audit
quality.
o Een lagere audit fee kan gepaard gaan met hogere totale
systeemkosten en lagere kwaliteit, afhankelijk van marktstructuur.
Tabel 2: Kern van het model.
3
,De tabel vergelijkt vier situaties (kolommen), steeds ten opzichte van de
competitieve benchmark.
1) Monopoly pricing (door auditors).
2) Productie-efficiënties (economies) bij auditors.
3) Hogere auditor-aansprakelijkheid.
4) Hogere verliesexposure van de auditee.
De effecten worden getoond op:
- Onobserveerbare grootheden: prijs per auditunit (p), hoeveelheid audit (q),
interne controle (a), residuele verliezen.
- Observeerbare grootheden: audit fee (pq), interne controlekosten (va), totale
systeemkosten (va + pq).
1) Monopoly pricing:
- Grote accountantskantoren hebben marktmacht.
- Zij rekenen een monopolietoeslag.
- De prijs per auditunit (p) stijgt kunstmatig.
- De klant koopt minder audit (q) en compenseert met interne controle (a).
- Hierdoor nemen residuele verliezen (auditee) toe.
- Totale systeemkosten (va + pq) nemen toe.
- Klant wijkt uit naar een minder efficiënte controle-oplossing.
- Controlekwaliteit daalt. (Totale residuele verliezen nemen toe).
2) Production economies:
- Grote accountants zijn efficiënter (schaalvoordelen).
- Kosten per auditunit (p) dalen.
- De klant koopt meer audit (q) in.
- Minder interne controle (a) nodig.
- Residuele verliezen (auditee) nemen af.
- Totale systeemkosten (va + pq) nemen af.
- Meer audit tegen lagere kosten.
- Controlekwaliteit stijgt. (Totale residuele verliezen nemen af).
3) Increase in auditor’s share of losses:
- Auditor draagt een groter deel van het aansprakelijkheidsrisico.
- (Bijvoorbeeld door juridische omgeving of strengere handhaving).
- Auditor compenseert het risico kosten per auditunit (p) nemen toe.
- Hoeveelheid audit (q) blijft gelijk.
- Hoeveelheid interne controle (a) blijft gelijk.
- Residuele verliezen (auditee) nemen af.
- Totale systeemkosten (va + pq) nemen toe.
- Controlekwaliteit blijft gelijk. (Totale residuele verliezen blijven gelijk, alleen
anders verdeeld over auditor en auditee).
4
, 4) Increase in loss exposure:
- Klant is groter, complexer, risicovoller.
- (Bijvoorbeeld door meer dochters, buitenlandse activiteiten, risicovolle
posten).
- De klant koopt meer audit in (q).
- Meer interne controle nodig (a).
- Prijs per auditunit (p) blijft gelijk. Staat ter discussie. Dit is een uitgangspunt
van Simunic.
- Residuele verliezen (auditee) per saldo hoger, maar actief gemanaged.
- Totale systeemkosten (va + pq) nemen toe.
- Hogere audit fee’s zijn risicogedreven, niet marktgedreven.
- Meest voorkomende verklaring voor fee verschillen in de praktijk.
Samenvattende vergelijking:
Kolom Oorzaak Controlekwaliteit Totale kosten
1) Marktmacht auditor Daalt Stijgen
2) Efficiëntie auditor Stijgt Dalen
3) Juridische omgeving Gelijk Stijgen
4) Klantkenmerken Gelijk/Stijgt Stijgen
Tabel 3: Test voor concurrentie.
5