Hoofdstuk 7 Verbintenissenrecht
7.1 Inleiding
Een onrechtmatige daad valt vrijwel altijd te vertalen naar het, door een handelen of
nalaten, schenden van een gedragsnorm die in onze maatschappij geldt. De schending van
een niet-overeengekomen gedragsnorm is de oorzaak van de aansprakelijkheid.
In enkele gevallen is er sprake van samenloop tussen wanprestatie en onrechtmatige daad.
Dat is het geval wanneer de handeling van een persoon zowel als schending van een
overeengekomen en als schending van een maatschappelijke gedragsnorm kan worden
beschouwd.
Wettelijk vastgelegde normen worden in de rechtstheorie geschreven normen genoemd.
wanneer je de in het maatschappelijk verkeer vereiste zorgvuldigheid niet in acht hebt
genomen schendt je daarmee een ongeschreven gedragsnorm en bent uit onrechtmatige
daad aansprakelijk voor de ontstane schade.
Laedens: de persoon die de schade veroorzaakt.
Gelaedeerde: de persoon die schade lijdt.
Een verbintenis tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad (handelen of
nalaten) ontstaat rechtstreeks uit de wet. Je zult als gelaedeerde de laedens moeten
aanspreken voor de schade die hij heeft veroorzaakt. De regels van art. 6:74 e.v. BW zijn
vervolgens weer van toepassing als een laedens een verbintenis uit onrechtmatige daad niet
goed nakomt. Art. 6:83 sub b BW bepaalt dat een laedens in verzuim is wanneer hij een
verbintenis uit onrechtmatige daad niet terstond nakomt.
7.14 Kwalitatieve aansprakelijkheid
Art. 6:169 BW bepaalt dat ouders, onder
voorwaarden, aansprakelijk zijn voor schade die
door hun kinderen is veroorzaakt. Werkgevers
kunnen op grond van art. 6:170 BW
aansprakelijk zijn voor schadeveroorzakende
handelingen, verricht door hun werknemers.
Bij al deze varianten van aansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW spreken we in het
algemeen van kwalitatieve aansprakelijkheid.
Iemand kan kwalitatief aansprakelijk zijn omdat hij een bepaalde eigenschap of
hoedanigheid bezit, zoals ouder, werkgever of bezitter van een huisdier of opstal.
Art. 6:169 e.v. BW regelen situaties waarin een (rechts)persoon aansprakelijk kan worden
gesteld voor gedragingen die hij zelf niet heeft verricht, pseudo-onrechtmatige daden, omdat
het steeds gaat om een situatie waarin een handeling of gebeurtenis aan iemand wordt
toegerekend omdat deze persoon een bepaalde hoedanigheid bezit.
7.1 Inleiding
Een onrechtmatige daad valt vrijwel altijd te vertalen naar het, door een handelen of
nalaten, schenden van een gedragsnorm die in onze maatschappij geldt. De schending van
een niet-overeengekomen gedragsnorm is de oorzaak van de aansprakelijkheid.
In enkele gevallen is er sprake van samenloop tussen wanprestatie en onrechtmatige daad.
Dat is het geval wanneer de handeling van een persoon zowel als schending van een
overeengekomen en als schending van een maatschappelijke gedragsnorm kan worden
beschouwd.
Wettelijk vastgelegde normen worden in de rechtstheorie geschreven normen genoemd.
wanneer je de in het maatschappelijk verkeer vereiste zorgvuldigheid niet in acht hebt
genomen schendt je daarmee een ongeschreven gedragsnorm en bent uit onrechtmatige
daad aansprakelijk voor de ontstane schade.
Laedens: de persoon die de schade veroorzaakt.
Gelaedeerde: de persoon die schade lijdt.
Een verbintenis tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad (handelen of
nalaten) ontstaat rechtstreeks uit de wet. Je zult als gelaedeerde de laedens moeten
aanspreken voor de schade die hij heeft veroorzaakt. De regels van art. 6:74 e.v. BW zijn
vervolgens weer van toepassing als een laedens een verbintenis uit onrechtmatige daad niet
goed nakomt. Art. 6:83 sub b BW bepaalt dat een laedens in verzuim is wanneer hij een
verbintenis uit onrechtmatige daad niet terstond nakomt.
7.14 Kwalitatieve aansprakelijkheid
Art. 6:169 BW bepaalt dat ouders, onder
voorwaarden, aansprakelijk zijn voor schade die
door hun kinderen is veroorzaakt. Werkgevers
kunnen op grond van art. 6:170 BW
aansprakelijk zijn voor schadeveroorzakende
handelingen, verricht door hun werknemers.
Bij al deze varianten van aansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW spreken we in het
algemeen van kwalitatieve aansprakelijkheid.
Iemand kan kwalitatief aansprakelijk zijn omdat hij een bepaalde eigenschap of
hoedanigheid bezit, zoals ouder, werkgever of bezitter van een huisdier of opstal.
Art. 6:169 e.v. BW regelen situaties waarin een (rechts)persoon aansprakelijk kan worden
gesteld voor gedragingen die hij zelf niet heeft verricht, pseudo-onrechtmatige daden, omdat
het steeds gaat om een situatie waarin een handeling of gebeurtenis aan iemand wordt
toegerekend omdat deze persoon een bepaalde hoedanigheid bezit.