METHODENLEER
Alle tentamenstof
Robbin Leijten
,1: Inleiding Methodenleer
Positivisme --> gebaseerd op feiten
Realisme --> werkelijkheid kan worden begrepen door methoden
Empirisch
Kritisch
Interpretatief --> gebaseerd op perceptie
Hermeneutiek --> interpretatie van menselijk handelen --> verstehen
Fenomenologie --> hoe individuen de wereld begrijpen
De sociale wetenschappen
Onderzoek naar mens en gedrag; waarom en in welke mate sociale fenomenen
zich voordoen
Belangrijk in de sociale wetenschappen zijn
o Proces --> De methode van empirisch onderzoek en logisch redeneren door
middel waarvan kennis wordt verworven, getoetst en/of bijgesteld
o Product --> Een logische structuur van kennis die ons iets zegt over wat,
hoe of waarom iets is
Wat is sociaal onderzoek
Academisch onderzoek door sociale wetenschapers, gemotiveerd door
maatschappelijke ontwikkelingen --> onderzoeken waarom iets gebeurt op een
bepaalde manier
o Onopgeloste aspecten in de samenleving
o Antwoorden zoeken op maatschappelijke vraagstukken
Invloed van sociaal onderzoek
Waardevrij --> zonder oordelen
Reflectief --> analyseer impact
Bewuste partijdigheid --> waarden bewust mee laten spelen
Context van sociaal onderzoek
Rol van Theorie --> wat en hoe er wordt bestudeerd, basis voor hypothese,
resultaat van onderzoek
Rol van Bestaande literatuur --> voortbouwen
Epistemologie --> hoe kennis wordt geproduceerd
o Wetenschappelijk of interpetivistisch
o Ontologie --> aard van de sociale wereld, de studie van het zijn
o Waarden, ethiek en politiek
Belangrijkste elementen
Literatuur bestuderen
Concepten en theorieën uitwerken
o Deductie --> uit bestaande theorie --> bij kwantitatief onderzoek
o Inductie --> theorie ontwikkelen --> bij kwalitatief onderzoek
o Abductief --> eerst observatie
Onderzoeksvraag
Selectie van onderzoekseenheden
Dataverzameling
o Gestructureerd of flexibel
Data-analyse
o Primaire data en secundaire data
Rapportage --> opschrijven
Alleen loopt onderzoek niet altijd volgens plan
Kwaliteitscriteria bij sociaal onderzoek
1
, Betrouwbaarheid --> krijg je dezelfde resultaten als je het onderzoek opnieuw
uitvoert
Replicatie
Validiteit
o Interne validiteit --> is de causale conclusie overtuigend
o Externe validiteit --> kunnen resultaten gegeneraliseerd worden
o Ecologische validiteit --> zijn bevindingen toepasbaar in alledaagse wereld
o Inferentiële validiteit --> zijn de conclusies geldig
Trustworthiness
o Credibility: Geloofwaardigheid van bevindingen.
o Transferability: Overdraagbaarheid naar andere contexten.
o Dependability: Betrouwbaarheid over tijd.
o Confirmability: Bevestigbaarheid, zonder beïnvloeding door persoonlijke
waarden.
Het wetenschappelijke proces
Hypothesen
Opstellen van een hypothesen
Kwalitatief onderzoek
o Nadruk op inductieve proces
Kwantitatief onderzoek
o Nadruk op deductieve proces
o Verbanden en effecten
o Hypothesen afgeleid uit theorie
o Toetsen van hypothesen
Hypothesen formuleren --> kennis die je moet hebben
Variabelen --> een eigenschap die kan variëren tussen eenheden
o Operationalisatie --> concepten worden variabelen
Concepten zijn abstracties die zich bevinden in de ideeënwereld. Ze
zijn niet als zodanig te meten
Variabelen zijn “observeerbare” eigenschappen in de “echte”
wereld. Ze zijn meetbaar en te kwantificeren
Meetniveaus
o Categorisch --> direct, bestaan uit categorieën
o Continu --> kunnen allerlei waarden aannemen
De rol van variabelen in een onderzoek --> In verklarend onderzoek
onderscheiden we onafhankelijke en afhankelijke variabelen
Hypothesen formuleren
In beschrijvend onderzoek
o Vaak een variabele
o Hypothesen geven verwachte waarde van variabele aan
In verklarend onderzoek
o Twee of meer variabelen
o Stellen hypothesen iets over de vorm van de relatie tussen variabelen
2