,Inhoud
1 Nulmeting ......................................................................................................................................... 3
2 Profiel van de cliënt .......................................................................................................................... 4
3 Verantwoording ................................................................................................................................ 4
Een procesmodel van vier processen .............................................................................................. 4
Basishouding.................................................................................................................................... 6
Vijf kernvaardigheden...................................................................................................................... 7
4 Interventie analyse ........................................................................................................................... 7
5 Reflectie ............................................................................................................................................ 8
Methodiekreflectie - Korthagen ...................................................................................................... 8
Persoonsreflectie - Het model van Bateson .................................................................................... 9
Bijlagen .............................................................................................................................................. 12
Bijlage A – Transcript ..................................................................................................................... 12
Bronnenlijst ....................................................................................................................................... 19
,1 Nulmeting
Aan de start van deze module heb ik een nulmeting ingevuld. Door dit te doen, kreeg ik direct mijn
persoonlijke aandachtspunten concreet in beeld. Op het gebied van professionele gespreksvoering
heb ik voor mijzelf drie persoonlijke aandachtspunten opgesteld. Deze komen onder andere voort uit
reflecties van eerdere modules en uit ervaringen in mijn dagelijks (werk)leven.
1. Verantwoordelijkheid bij de ander neerleggen: Bij de module waarin ‘coachen’ centraal
stond, nam ik de verantwoordelijkheid door voorafgaand aan het gesprek een richting
voor de invulling van het gesprek voor te bereiden. In de komende gesprekken wil ik de
verantwoordelijkheid voor de gesprekken meer bij de ander neerleggen door vragen als
‘Waar wil jij het over hebben?’ of ‘Waar ga je mee aan de slag?’ te stellen.
2. Sfeer laten: Bij de module waarin ‘coachen’ centraal stond, merkte ik dat ik bij sommige
momenten de ongemakkelijke sfeer opvulde door gedragingen van de cliënt te verklaren.
3. Samenvatten: Bij het bestuderen van de eerder opgenomen filmfragmenten constateerde
ik dat ik meer mag samenvatten. Dit werd bevestigd door eerder verkregen feedback van
mijn docent op mijn filmfragmenten.
Bij motiverende gespreksvoering zijn verschillende belangrijke elementen en vaardigheden te
herkennen. ORBSI is een belangrijke techniek om in te zetten, omdat het helpt om op een positieve
manier contact te maken en te behouden. Volgens Van Der Veen en Goijarts (2021) richt deze
techniek zich op empathie, onderzoek, begrip en steun. Daarnaast spelen vier processen een
belangrijke rol in het begeleiden van verandering. Miller en Rollnick (2013) onderscheiden de
volgende vier processen: engageren, focus aanbrengen, ontlokken en plannen. Deze processen zijn
belangrijk omdat ze het veranderproces stapsgewijs en gestructureerd ondersteunen. Tot slot is de
basishouding van de professional een belangrijk element van de motiverende gespreksvoering. De
basishouding bestaat uit vier elementen en het eerste element is de samenwerking, waarbij de
professional een gelijkwaardige werkrelatie met de cliënt aangaat. Als tweede bestaat de
basishouding uit ontlokken. De wensen van de cliënt staan centraal en worden opgeroepen en
versterkt door de professional (Van Der Veen & Goijarts, 2021). Hierdoor verwoordt de cliënt
uiteindelijk zijn eigen redenen om te veranderen waardoor de cliënt daadwerkelijk veranderd. Als
derde bestaat de basishouding uit accepteren. De professional accepteert de cliënt onvoorwaardelijk,
waardoor een veilige ruimte voor de cliënt gecreëerd wordt. Als vierde en laatste element bestaat de
basishouding uit compassie. Als professional handel je altijd uit het belang van de cliënt, waarmee je
bijdraagt aan het welzijn van de cliënt en aan zijn duurzame groei en ontwikkeling (Van Der Veen &
Goijarts, 2021).
Vanuit deze elementen uit de motiverende gespreksvoering zijn een aantal leerpunten
ontstaan die toepasselijk zijn voor de komende gesprekken. Deze zijn als volgt:
1. Reflectief luisteren: Dit is een onderdeel van ORBSI (Van Der Veen en Goijarts, 2021). In
eerdere modules waarbij gespreksvoering centraal stond, is reflectief luisteren niet aan bod
geweest. Het is voor mij belangrijk om dit te leren, zodat ik op een krachtige manier terug kan
geven wat de cliënt zei, waardoor verdieping ontstaat.
2. Verandertaal ontlokken: Verandertaal ontlokken is één van de vier processen volgens Miller
en Rollnick (2013). Net zoals bij reflectief luisteren, heb ik nog geen ervaring opgedaan met
het ontlokken van verandertaal. Dit zou ik graag willen leren om de ambivalentie van de cliënt
te onderzoeken en te beïnvloeden.
3. Samenvatten: Ook dit eerdergenoemde leerpunt is een onderdeel van ORBSI (Van Der Veen
en Goijarts, 2021). Zoals genoemd is samenvatten een persoonlijk aandachtspunt en kan
daarmee goed gecombineerd worden met de leerpunten op het gebied van motiverende
gespreksvoering.
,2 Profiel van de cliënt
Weggehaald wegens privacy van de cliënt.
3 Verantwoording
In de komende pagina’s word je meegenomen in de verantwoording van het afgeronde traject
waarbij motiverende gespreksvoering centraal stond. Dit traject bestond uit vier gesprekken. De
verantwoording gaat de drie essenties langs waar motiverende gespreksvoering volgens Schippers et
al. (2016) uit bestaat. Als eerste word je meegenomen in een korte samenvatting van de gesprekken
aan de hand van het procesmodel (Miller en Rollnick, 2013). Hieraan is ook het verandermodel van
Prochaska en Diclemente (1994) gekoppeld. Vervolgens wordt toegelicht hoe ik mij verhouden heb
tot de basishouding en als laatste worden de vier basisvaardigheden behandeld.
In deze verantwoording wordt verwezen naar videofragmenten. De videofragmenten zijn links boven
in beeld genummerd, waardoor duidelijk wordt naar welk videofragment verwezen wordt.
Een procesmodel van vier processen
Het procesmodel van Miller en Rollnick (2013) onderscheidt vier processen in het begeleiden van
gedragsverandering:
1. Engageren: investeren in een gelijkwaardige werkrelatie
2. Focussen: het doel onderzoeken en formuleren
3. Ontlokken: de veranderwensen, motivatie en zelfvertrouwen worden onderzocht
4. Plannen: een concreet en doordacht veranderplan maken
Hieronder worden de vier gesprekken toegelicht, waarbij aangegeven wordt in welk proces het
gesprek zich bevindt.
Naast deze processen is het verandermodel van Prochaska en DiClemente (1994) een nuttig model
om te gebruiken. Dit model biedt houvast bij het inschatten van waar iemand staat in zijn proces van
gedragsverandering. Het bestaat uit verschillende stadia, die helpen bepalen wat iemand op dat
moment nodig heeft. Om die reden wordt bij elk gesprek benoemd in welk stadium de cliënt zich
bevindt.
Eerste gesprek
Engageren en focussen zijn de processen die in het eerste gesprek centraal stonden. Doordat de
cliënt en ik kortgeleden een coachtraject hebben doorlopen, was de basis voor de samenwerking al
gelegd. Hierdoor was de gelijkwaardige werkrelatie nog intact. Ook was ik al erg bekend in de
leefwereld van de cliënt, waardoor het opgang brengen van het gesprek gemakkelijk ging. De doelen
van engageren (Van Der Veen & Goijarts, 2021) waren vrij snel in het gesprek bereikt, waardoor het
proces van focussen begon. In Fragment 1 en 2 wordt het doel bepaald en is te zien hoe ik bij de
cliënt doorvraag op wanneer zij de klachten ervaart. Door het doel van de cliënt te onderzoeken en te
formuleren, werd tegelijkertijd de ambivalentie verkend zoals te zien is in Fragment 3. Hier wordt
gevraagd wat de cliënt tegenhoudt om met deze verandering aan de slag te gaan. Bij het terugkijken
zie ik dat ik de vraag teveel op de inhoud heb geformuleerd en minder op het verandertraject.
Gedurende het gesprek werd duidelijk dat de cliënt haar gevoelens niet herkent, waardoor zij te laat
haar grens aangeeft. Zij maakte regelmatig gebruik van voorbereidende verandertaal: ‘Ik wil eerder
mijn grens aangeven, maar ik voel het niet in mijn lichaam’. De voorbereidende verandertaal uitte
zich voornamelijk in wensen en redenen (Van Der Veen & Goijarts, 2021).
In dit gesprek werd eveneens duidelijk dat de cliënt zich in de stadia Voorbereiding en besluit
van Prochaska en Diclemente (1994) bevond. De cliënt heeft besloten om haar gevoelens eerder te
willen gaan herkennen en gaf aan dat zij in de komende tijd gaat nadenken over hoe zij dit kan gaan
doen.
, Tweede gesprek
In het tweede gesprek is het proces van ontlokken gestart. Met de vraag ‘Wat maak het lastig om dit
doel te bereiken?’ wilde ik verandertaal ontlokken. Dit gebeurde in eerste instantie ook, maar dit liep
door inbreng van de cliënt over in de fase plannen. Enerzijds is het goed dat ik het tempo van de
cliënt gevolgd heb, anderzijds heeft dit ertoe geleid dat mogelijk waardevolle verandertaal onbenut is
gebleven. De cliënt beantwoordde de eerder genoemde vraag met ‘Als ik die bewustwording van mijn
gevoel heb, dan durf ik in situaties wel wat te zeggen’. De cliënt bleef hierover praten in
voorbereidende verandertaal (Van Der Veen & Goijarts, 2021) en zag in dat dit voor haar de oplossing
was. Hierdoor herkende ik haar gereedheid, waardoor ik vroeg ‘Wat is de eerste kleine stap die je
kunt gaan zetten?’. Wat hierop volgde is te zien in Fragment 4 Het idee wat de cliënt inbracht, was
voor haar veel te groot. In dit fragment is te zien hoe ik haar help om de eerste stap haalbaar en
overzichtelijk te maken, waardoor het realistisch en passend wordt. Hierna veranderde de
voorbereidende verandertaal van de cliënt in mobiliserende verandertaal (Van Der Veen & Goijarts,
2021), waarbij zij zich specifiek uitte met commitment: ‘Ik ga elke dag bij één gebeurtenis mijn gevoel
onderzoeken.’. Om toch nog even terug te gaan naar het ontlokken van verandertaal, stelde ik de
vraag: ‘Hoeveel vertrouwen heb je erin dat je dit doel gaat behalen?’. Een deel van dit gesprek is te
zien in Fragment 5.
De cliënt bevond zich in dit gesprek in het stadium van voorbereiding en beslissing (Prochaske
& DiClemente, 1994). De cliënt bereidde zichzelf voor op de verandering door een stap te formuleren
die zij de komende week gaat zetten.
Derde gesprek
Tijdens het derde gesprek bevonden we ons volledig in de planningsfase. De cliënt had in het vorige
gesprek een eerste stap voor haarzelf gesteld en daar kwamen we in het begin van dit gesprek op
terug. Wederom maakte de cliënt gebruik van mobiliserende verandertaal, ditmaal in de vorm van
stappen zetten. De cliënt vertelde wat zij gedaan heeft en daarna vatte haar inbreng samen. Dit is te
zien in Fragment 6. Vervolgens wierpen we een blik op de stap voor komende week. De cliënt gaf aan
dat de stap die zij de afgelopen week gezet heeft op dit moment nog steeds voldoende voor haar is.
Zij merkte dat dit haar veel energie kost, dus aan deze stap wilt zij komende week opnieuw gaan
werken. Wel merkte zij op dat zij haar gevoelens moeilijk kon verwoorden en dat zij behoefte heeft
aan een lijst met gevoelens. Wat hierop volgde is te zien in Fragment 7. In dit fragment zie je dat ik
met de cliënt plannen maak, hier is te zien dat ik steeds doorvraag totdat het plan van de cliënt zeer
concreet is. De cliënt stelt een van actiedoel vast, waarna doorgevraagd wordt hoe de cliënt dit
concreet gaat doen. Hiermee spreekt de cliënt ook commitment uit, wat volgens Van Der Veen &
Goijarts (2021) onder de mobiliserende verandertaal valt
Tijdens dit gesprek bevond de cliënt zich in het actie-stadium. De cliënt heeft acties
ondernomen in de richting van haar gewenste verandering (Prochaske & DiClemente, 1994).
Vierde gesprek
Het vierde gesprek was gericht het terugkijken op de oefeningen die de cliënt gedaan heeft in de
afgelopen week en op het afronden van het traject. Bij het terugkijken op de oefeningen maakte de
cliënt veel gebruik van mobiliserende verandertaal. Zij vertelde over concrete stappen die zij gezet
heeft: ‘Ik heb diezelfde avond de woordenlijst gemaakt’ en ‘Ik heb woorden uit de woordenlijst
gebruikt’.
Bij het afronden van het traject is gebruik gemaakt van een schaalvraag en is een terugvalplan
besproken. In Fragment 8 is te zien hoe na het bespreken van de schaalvraag over gegaan wordt op
het bespreken van een terugvalplan. In Fragment 9 wordt onderzocht hoe de cliënt merkt dat zij een
terugval heeft. Het terugvalplan is uitgebreid besproken, waarna een samenvatting volgt in Fragment
1 Nulmeting ......................................................................................................................................... 3
2 Profiel van de cliënt .......................................................................................................................... 4
3 Verantwoording ................................................................................................................................ 4
Een procesmodel van vier processen .............................................................................................. 4
Basishouding.................................................................................................................................... 6
Vijf kernvaardigheden...................................................................................................................... 7
4 Interventie analyse ........................................................................................................................... 7
5 Reflectie ............................................................................................................................................ 8
Methodiekreflectie - Korthagen ...................................................................................................... 8
Persoonsreflectie - Het model van Bateson .................................................................................... 9
Bijlagen .............................................................................................................................................. 12
Bijlage A – Transcript ..................................................................................................................... 12
Bronnenlijst ....................................................................................................................................... 19
,1 Nulmeting
Aan de start van deze module heb ik een nulmeting ingevuld. Door dit te doen, kreeg ik direct mijn
persoonlijke aandachtspunten concreet in beeld. Op het gebied van professionele gespreksvoering
heb ik voor mijzelf drie persoonlijke aandachtspunten opgesteld. Deze komen onder andere voort uit
reflecties van eerdere modules en uit ervaringen in mijn dagelijks (werk)leven.
1. Verantwoordelijkheid bij de ander neerleggen: Bij de module waarin ‘coachen’ centraal
stond, nam ik de verantwoordelijkheid door voorafgaand aan het gesprek een richting
voor de invulling van het gesprek voor te bereiden. In de komende gesprekken wil ik de
verantwoordelijkheid voor de gesprekken meer bij de ander neerleggen door vragen als
‘Waar wil jij het over hebben?’ of ‘Waar ga je mee aan de slag?’ te stellen.
2. Sfeer laten: Bij de module waarin ‘coachen’ centraal stond, merkte ik dat ik bij sommige
momenten de ongemakkelijke sfeer opvulde door gedragingen van de cliënt te verklaren.
3. Samenvatten: Bij het bestuderen van de eerder opgenomen filmfragmenten constateerde
ik dat ik meer mag samenvatten. Dit werd bevestigd door eerder verkregen feedback van
mijn docent op mijn filmfragmenten.
Bij motiverende gespreksvoering zijn verschillende belangrijke elementen en vaardigheden te
herkennen. ORBSI is een belangrijke techniek om in te zetten, omdat het helpt om op een positieve
manier contact te maken en te behouden. Volgens Van Der Veen en Goijarts (2021) richt deze
techniek zich op empathie, onderzoek, begrip en steun. Daarnaast spelen vier processen een
belangrijke rol in het begeleiden van verandering. Miller en Rollnick (2013) onderscheiden de
volgende vier processen: engageren, focus aanbrengen, ontlokken en plannen. Deze processen zijn
belangrijk omdat ze het veranderproces stapsgewijs en gestructureerd ondersteunen. Tot slot is de
basishouding van de professional een belangrijk element van de motiverende gespreksvoering. De
basishouding bestaat uit vier elementen en het eerste element is de samenwerking, waarbij de
professional een gelijkwaardige werkrelatie met de cliënt aangaat. Als tweede bestaat de
basishouding uit ontlokken. De wensen van de cliënt staan centraal en worden opgeroepen en
versterkt door de professional (Van Der Veen & Goijarts, 2021). Hierdoor verwoordt de cliënt
uiteindelijk zijn eigen redenen om te veranderen waardoor de cliënt daadwerkelijk veranderd. Als
derde bestaat de basishouding uit accepteren. De professional accepteert de cliënt onvoorwaardelijk,
waardoor een veilige ruimte voor de cliënt gecreëerd wordt. Als vierde en laatste element bestaat de
basishouding uit compassie. Als professional handel je altijd uit het belang van de cliënt, waarmee je
bijdraagt aan het welzijn van de cliënt en aan zijn duurzame groei en ontwikkeling (Van Der Veen &
Goijarts, 2021).
Vanuit deze elementen uit de motiverende gespreksvoering zijn een aantal leerpunten
ontstaan die toepasselijk zijn voor de komende gesprekken. Deze zijn als volgt:
1. Reflectief luisteren: Dit is een onderdeel van ORBSI (Van Der Veen en Goijarts, 2021). In
eerdere modules waarbij gespreksvoering centraal stond, is reflectief luisteren niet aan bod
geweest. Het is voor mij belangrijk om dit te leren, zodat ik op een krachtige manier terug kan
geven wat de cliënt zei, waardoor verdieping ontstaat.
2. Verandertaal ontlokken: Verandertaal ontlokken is één van de vier processen volgens Miller
en Rollnick (2013). Net zoals bij reflectief luisteren, heb ik nog geen ervaring opgedaan met
het ontlokken van verandertaal. Dit zou ik graag willen leren om de ambivalentie van de cliënt
te onderzoeken en te beïnvloeden.
3. Samenvatten: Ook dit eerdergenoemde leerpunt is een onderdeel van ORBSI (Van Der Veen
en Goijarts, 2021). Zoals genoemd is samenvatten een persoonlijk aandachtspunt en kan
daarmee goed gecombineerd worden met de leerpunten op het gebied van motiverende
gespreksvoering.
,2 Profiel van de cliënt
Weggehaald wegens privacy van de cliënt.
3 Verantwoording
In de komende pagina’s word je meegenomen in de verantwoording van het afgeronde traject
waarbij motiverende gespreksvoering centraal stond. Dit traject bestond uit vier gesprekken. De
verantwoording gaat de drie essenties langs waar motiverende gespreksvoering volgens Schippers et
al. (2016) uit bestaat. Als eerste word je meegenomen in een korte samenvatting van de gesprekken
aan de hand van het procesmodel (Miller en Rollnick, 2013). Hieraan is ook het verandermodel van
Prochaska en Diclemente (1994) gekoppeld. Vervolgens wordt toegelicht hoe ik mij verhouden heb
tot de basishouding en als laatste worden de vier basisvaardigheden behandeld.
In deze verantwoording wordt verwezen naar videofragmenten. De videofragmenten zijn links boven
in beeld genummerd, waardoor duidelijk wordt naar welk videofragment verwezen wordt.
Een procesmodel van vier processen
Het procesmodel van Miller en Rollnick (2013) onderscheidt vier processen in het begeleiden van
gedragsverandering:
1. Engageren: investeren in een gelijkwaardige werkrelatie
2. Focussen: het doel onderzoeken en formuleren
3. Ontlokken: de veranderwensen, motivatie en zelfvertrouwen worden onderzocht
4. Plannen: een concreet en doordacht veranderplan maken
Hieronder worden de vier gesprekken toegelicht, waarbij aangegeven wordt in welk proces het
gesprek zich bevindt.
Naast deze processen is het verandermodel van Prochaska en DiClemente (1994) een nuttig model
om te gebruiken. Dit model biedt houvast bij het inschatten van waar iemand staat in zijn proces van
gedragsverandering. Het bestaat uit verschillende stadia, die helpen bepalen wat iemand op dat
moment nodig heeft. Om die reden wordt bij elk gesprek benoemd in welk stadium de cliënt zich
bevindt.
Eerste gesprek
Engageren en focussen zijn de processen die in het eerste gesprek centraal stonden. Doordat de
cliënt en ik kortgeleden een coachtraject hebben doorlopen, was de basis voor de samenwerking al
gelegd. Hierdoor was de gelijkwaardige werkrelatie nog intact. Ook was ik al erg bekend in de
leefwereld van de cliënt, waardoor het opgang brengen van het gesprek gemakkelijk ging. De doelen
van engageren (Van Der Veen & Goijarts, 2021) waren vrij snel in het gesprek bereikt, waardoor het
proces van focussen begon. In Fragment 1 en 2 wordt het doel bepaald en is te zien hoe ik bij de
cliënt doorvraag op wanneer zij de klachten ervaart. Door het doel van de cliënt te onderzoeken en te
formuleren, werd tegelijkertijd de ambivalentie verkend zoals te zien is in Fragment 3. Hier wordt
gevraagd wat de cliënt tegenhoudt om met deze verandering aan de slag te gaan. Bij het terugkijken
zie ik dat ik de vraag teveel op de inhoud heb geformuleerd en minder op het verandertraject.
Gedurende het gesprek werd duidelijk dat de cliënt haar gevoelens niet herkent, waardoor zij te laat
haar grens aangeeft. Zij maakte regelmatig gebruik van voorbereidende verandertaal: ‘Ik wil eerder
mijn grens aangeven, maar ik voel het niet in mijn lichaam’. De voorbereidende verandertaal uitte
zich voornamelijk in wensen en redenen (Van Der Veen & Goijarts, 2021).
In dit gesprek werd eveneens duidelijk dat de cliënt zich in de stadia Voorbereiding en besluit
van Prochaska en Diclemente (1994) bevond. De cliënt heeft besloten om haar gevoelens eerder te
willen gaan herkennen en gaf aan dat zij in de komende tijd gaat nadenken over hoe zij dit kan gaan
doen.
, Tweede gesprek
In het tweede gesprek is het proces van ontlokken gestart. Met de vraag ‘Wat maak het lastig om dit
doel te bereiken?’ wilde ik verandertaal ontlokken. Dit gebeurde in eerste instantie ook, maar dit liep
door inbreng van de cliënt over in de fase plannen. Enerzijds is het goed dat ik het tempo van de
cliënt gevolgd heb, anderzijds heeft dit ertoe geleid dat mogelijk waardevolle verandertaal onbenut is
gebleven. De cliënt beantwoordde de eerder genoemde vraag met ‘Als ik die bewustwording van mijn
gevoel heb, dan durf ik in situaties wel wat te zeggen’. De cliënt bleef hierover praten in
voorbereidende verandertaal (Van Der Veen & Goijarts, 2021) en zag in dat dit voor haar de oplossing
was. Hierdoor herkende ik haar gereedheid, waardoor ik vroeg ‘Wat is de eerste kleine stap die je
kunt gaan zetten?’. Wat hierop volgde is te zien in Fragment 4 Het idee wat de cliënt inbracht, was
voor haar veel te groot. In dit fragment is te zien hoe ik haar help om de eerste stap haalbaar en
overzichtelijk te maken, waardoor het realistisch en passend wordt. Hierna veranderde de
voorbereidende verandertaal van de cliënt in mobiliserende verandertaal (Van Der Veen & Goijarts,
2021), waarbij zij zich specifiek uitte met commitment: ‘Ik ga elke dag bij één gebeurtenis mijn gevoel
onderzoeken.’. Om toch nog even terug te gaan naar het ontlokken van verandertaal, stelde ik de
vraag: ‘Hoeveel vertrouwen heb je erin dat je dit doel gaat behalen?’. Een deel van dit gesprek is te
zien in Fragment 5.
De cliënt bevond zich in dit gesprek in het stadium van voorbereiding en beslissing (Prochaske
& DiClemente, 1994). De cliënt bereidde zichzelf voor op de verandering door een stap te formuleren
die zij de komende week gaat zetten.
Derde gesprek
Tijdens het derde gesprek bevonden we ons volledig in de planningsfase. De cliënt had in het vorige
gesprek een eerste stap voor haarzelf gesteld en daar kwamen we in het begin van dit gesprek op
terug. Wederom maakte de cliënt gebruik van mobiliserende verandertaal, ditmaal in de vorm van
stappen zetten. De cliënt vertelde wat zij gedaan heeft en daarna vatte haar inbreng samen. Dit is te
zien in Fragment 6. Vervolgens wierpen we een blik op de stap voor komende week. De cliënt gaf aan
dat de stap die zij de afgelopen week gezet heeft op dit moment nog steeds voldoende voor haar is.
Zij merkte dat dit haar veel energie kost, dus aan deze stap wilt zij komende week opnieuw gaan
werken. Wel merkte zij op dat zij haar gevoelens moeilijk kon verwoorden en dat zij behoefte heeft
aan een lijst met gevoelens. Wat hierop volgde is te zien in Fragment 7. In dit fragment zie je dat ik
met de cliënt plannen maak, hier is te zien dat ik steeds doorvraag totdat het plan van de cliënt zeer
concreet is. De cliënt stelt een van actiedoel vast, waarna doorgevraagd wordt hoe de cliënt dit
concreet gaat doen. Hiermee spreekt de cliënt ook commitment uit, wat volgens Van Der Veen &
Goijarts (2021) onder de mobiliserende verandertaal valt
Tijdens dit gesprek bevond de cliënt zich in het actie-stadium. De cliënt heeft acties
ondernomen in de richting van haar gewenste verandering (Prochaske & DiClemente, 1994).
Vierde gesprek
Het vierde gesprek was gericht het terugkijken op de oefeningen die de cliënt gedaan heeft in de
afgelopen week en op het afronden van het traject. Bij het terugkijken op de oefeningen maakte de
cliënt veel gebruik van mobiliserende verandertaal. Zij vertelde over concrete stappen die zij gezet
heeft: ‘Ik heb diezelfde avond de woordenlijst gemaakt’ en ‘Ik heb woorden uit de woordenlijst
gebruikt’.
Bij het afronden van het traject is gebruik gemaakt van een schaalvraag en is een terugvalplan
besproken. In Fragment 8 is te zien hoe na het bespreken van de schaalvraag over gegaan wordt op
het bespreken van een terugvalplan. In Fragment 9 wordt onderzocht hoe de cliënt merkt dat zij een
terugval heeft. Het terugvalplan is uitgebreid besproken, waarna een samenvatting volgt in Fragment