De Wet op de economische delicten en de Wet op het financieel toezicht (HC1)
- AFM: Wft + Awb
- OM: WED + Sv
- Lex specials voor les generalis
- Art. 5 WED: verhouding commune/bijzondere strafrecht
- Strafbaar feit = economische delict
- Economisch delict is een strafbaar feit (een strafbaar feit is niet altijd een economisch
delict)
Strafbaarstelling WED
De strafbaarstelling verloopt via de volgende stappen:
1. De delictsomschrijving staat in een bijzondere wet of lagere regelgeving.
2. Artikel 1 en 1a WED wijzen deze overtreding aan als economisch delict.
3. Artikel 2 WED bepaalt of sprake is van een misdrijf of overtreding.
o Hoofdregel (art. 2 lid 1 WED): opzettelijk begaan = misdrijf; niet-opzettelijk =
overtreding.
o Uitzondering (art. 2 lid 3 WED): de bijzondere wet kan zelf bepalen of het een
misdrijf of overtreding is.
4. Artikel 6 WED jo. art. 23 lid 4 Sr bepaalt het strafmaximum.
5. Uitzondering art. 23 lid 7 Sr: rechtspersonen.
Het onderscheid tussen misdrijf en overtreding is van groot belang voor de strafbedreiging,
poging, deelneming en verjaring.
Stappenplan strafmaximum WED
Bij het bepalen van het strafmaximum wordt systematisch gewerkt:
1. Bepaal welke verbodsbepaling is overtreden.
2. Zoek deze bepaling op in art. 1 of 1a WED (let op subcategorie en alfabetische
volgorde).
3. Bepaal of het feit een misdrijf of overtreding is (art. 2 WED).
4. Pas het juiste strafmaximum toe (art. 6 WED).
5. Controleer of een bijzondere regeling geldt, bijvoorbeeld voor rechtspersonen (art. 23
lid 7 Sr).
HR overtreding wordt misdrijf: A-G vordert naar aanleiding van een verweer wijziging van de
tenlastelegging, het woord ‘opzettelijk’ wordt toegevoegd. Hof staat wijziging toe en
veroordeelt verdachte op basis van de thans primair misdrijfvariant. Verdediging verzet zich
tot wijziging. Het oordeel van het Hof dat het niet tot gevolg heeft dat de tenlastelegging niet
langer hetzelfde feit in de zin van art. 68 Sr inhoudt, is juist. Art. 313 Sv verzet zich er niet
tegen dat die op overtreding is toegesneden, wordt gewijzigd in een tenlastelegging van een
misdrijf (r.o. 3.5) In de tenlastelegging moet staan of het gaat om de overtreding of misdrijf:
dus als opzettelijk er niet in staat, is de overtredingsnorm opgelegd (r.o. 3.7).
Witwassen (HC2)
,Witwassen is het proces waarbij illegaal verkregen vermogen een schijnbaar legale herkomst
krijgt: de illegale herkomst wordt verborgen. De term vindt zijn oorsprong in de praktijken
van Al Capone. Het gaat hoofdzakelijk om geld, maar ook andere vermogensbestanddelen
kunnen worden witgewassen. Witwassen kan bestaan uit eenvoudige handelingen of
complexe constructies en kan zowel een zelfstandig delict zijn als onderdeel van andere
strafbare feiten.
Het witwasproces kent vijf fasen: storting, opsplitsen, samenvoegen, rechtvaardiging en
inbedden in de bovenwereld. De aanpak van witwassen sluit aan bij deze fasen.
Grondfeiten en bewijs
HR Herkomst: Aanvankelijk was witwassen beperkt tot opbrengsten van drugsdelicten, maar
het bereik is steeds verbreed. In Nederland geldt dat alle misdrijven als grondfeit kunnen
dienen, inclusief eigen misdrijven en fiscale delicten; overtredingen zijn uitgesloten.
De rechtspraak heeft bewijsregels ontwikkeld. Soms volstaat het aantonen dat het ‘niet anders
kan zijn dan dat’ het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het exacte wie, wat, waar en
wanneer van het grondfeit hoeft dan niet vast te staan.
- Eenvoudig witwassen: de verdachte weet dat het afkomstig is uit enig misdrijf
- Schuldwitwassen: had kunnen vermoeden dat het afkomstig is uit enig misdrijf
Witwassen Art. 420bis Sr onderscheidt drie categorieën witwashandelingen:
1. Verhullen of verbergen van aard, herkomst, plaats of rechthebbende (art. 420 lid 1 sub
b);
2. Omzetten of overdragen van vermogensbestanddelen (art. 420 lid 1 sub a)
3. Verwerven, voorhanden hebben of gebruiken van vermogensbestanddelen (art. 420 lid
1 sub b).
Verwerven en voorhanden hebben:
1. Feitelijk zeggenschap
2. Verbergen van plaats en oorsprong
3. Inpakken of vernieuwen
Vereist is dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf (middellijk of onmiddellijk) en dat
de dader daarvan weet (opzet, inclusief voorwaardelijk opzet).
Stappenplan art. 420bis Sr
1. Wat is het grondfeit.
2. Witwasgedragingen heeft drie kernhandelingen. Deze kunnen elkaar opvolgen of
samenvallen. Het is wel nog steeds één keer witwassen.
- Verbergen en verhullen: aan het zicht wordt onttrokken en gehouden met bepaalde
doelgerichtheid.
o Verbergen en verhullen altijd samen aanwezig of allebei niet aanwezig.
- Voorhanden hebben 2 definities: HR Geld in woning en HR voorhanden hebben
en verwerven.
, - Verwerven HR voorhanden hebben en verwerven.
- Omzetten Audi A6.
- Gebruik maken van aanwenden van voorwerp voor jezelf, moet er voordeel aan
hebben.
3. Illegale herkomst enig misdrijf afkomstig, dit kan zelf of andermans misdrijf zijn.
Het grondfeit is waar het illegaal verkregen voordeel mee wordt verkregen.
- HR Schuldwitwassen r.o. 3.4.: niet behoeft te kunnen worden afgeleid dat het
betreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dit
betekent dat uit de bewijsmiddelen niet behoeft te kunnen worden afgeleid door
wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan voor art. 420 bis Sr en art.
420quater Sr.
Relatie met grondfeiten alle misdrijven, ongeacht de gevangenisstraf. Het enige wat er
niet onder valt is overtredingen. Er is geen beperking van misdrijven, dus ook eigen en fiscale
misdrijven.
HR Herkomst r.o. 3.4.: HR heeft bepaald dat dit voldoende is dat het geld afkomstig is van
een misdrijf, rechter hoeft niet vast te stellen waar, wanneer, door wie en welk misdrijf het
geld afkomstig is. Mag aannemen dat het geld direct afkomstig is uit een misdrijf. Het maakt
niet uit of het grondfeit komt vast te staan, de omstandigheden waaronder het geld wordt
waaruit kan worden afgeleid dat het komt van een misdrijf is voldoende. Het grondmisdrijf
wordt verruimd.
Eigen misdrijf kan grondfeit zijn. Het enkel voorhanden hebben van iets uit eigen misdrijf,
leidt al tot witwassen.
Noot Borgers over de relatie van het een en hetzelfde strafbare feit kan dit witwassen en
diefstal van toepassing zijn, dit loopt samen waardoor het een strafverzwarende grond wordt.
Volgens Borgers een dubbele strafbaarheid. Het enkel voorhanden hebben is al toereikend
volgens de HR. Borgers bepleit dat het niet moet kunnen, want leidt tot dubbele strafbaarheid.
De HR heeft er later op voortborduurt.
- Bij diefstal en witwassen 1/3 hogere straf
Er is snel sprake van witwassen de reikwijdte is verbreed.
4. Middelijk of onmiddellijk:
- Middelijk: geld verkregen voor de verkoop de door jou gestolen auto die dus niet
rechtstreeks uit het misdrijf voorkomt (niet rechtstreeks), dit kan oneindig lang
doorgaan.
- Onmiddellijk: de auto is onmiddellijk verkregen uit eigen misdrijf indien het is
gestolen.
- Gekoppeld met andermans misdrijf, zorgt ervoor het onmiddellijk afkomst is uit
andermans misdrijf, als jij de gestolen auto dan weer verkoopt dan is dat middellijk
afkomstig uit andermans misdrijf. Moet terug leiden naar het grondfeit en wie deze
heeft begaan.
5. Wetenschap van illegale herkomst: opzettelijk (weten): moet weten dat het geld
middelijk of onmiddellijk afkomstig is van een misdrijf.
- AFM: Wft + Awb
- OM: WED + Sv
- Lex specials voor les generalis
- Art. 5 WED: verhouding commune/bijzondere strafrecht
- Strafbaar feit = economische delict
- Economisch delict is een strafbaar feit (een strafbaar feit is niet altijd een economisch
delict)
Strafbaarstelling WED
De strafbaarstelling verloopt via de volgende stappen:
1. De delictsomschrijving staat in een bijzondere wet of lagere regelgeving.
2. Artikel 1 en 1a WED wijzen deze overtreding aan als economisch delict.
3. Artikel 2 WED bepaalt of sprake is van een misdrijf of overtreding.
o Hoofdregel (art. 2 lid 1 WED): opzettelijk begaan = misdrijf; niet-opzettelijk =
overtreding.
o Uitzondering (art. 2 lid 3 WED): de bijzondere wet kan zelf bepalen of het een
misdrijf of overtreding is.
4. Artikel 6 WED jo. art. 23 lid 4 Sr bepaalt het strafmaximum.
5. Uitzondering art. 23 lid 7 Sr: rechtspersonen.
Het onderscheid tussen misdrijf en overtreding is van groot belang voor de strafbedreiging,
poging, deelneming en verjaring.
Stappenplan strafmaximum WED
Bij het bepalen van het strafmaximum wordt systematisch gewerkt:
1. Bepaal welke verbodsbepaling is overtreden.
2. Zoek deze bepaling op in art. 1 of 1a WED (let op subcategorie en alfabetische
volgorde).
3. Bepaal of het feit een misdrijf of overtreding is (art. 2 WED).
4. Pas het juiste strafmaximum toe (art. 6 WED).
5. Controleer of een bijzondere regeling geldt, bijvoorbeeld voor rechtspersonen (art. 23
lid 7 Sr).
HR overtreding wordt misdrijf: A-G vordert naar aanleiding van een verweer wijziging van de
tenlastelegging, het woord ‘opzettelijk’ wordt toegevoegd. Hof staat wijziging toe en
veroordeelt verdachte op basis van de thans primair misdrijfvariant. Verdediging verzet zich
tot wijziging. Het oordeel van het Hof dat het niet tot gevolg heeft dat de tenlastelegging niet
langer hetzelfde feit in de zin van art. 68 Sr inhoudt, is juist. Art. 313 Sv verzet zich er niet
tegen dat die op overtreding is toegesneden, wordt gewijzigd in een tenlastelegging van een
misdrijf (r.o. 3.5) In de tenlastelegging moet staan of het gaat om de overtreding of misdrijf:
dus als opzettelijk er niet in staat, is de overtredingsnorm opgelegd (r.o. 3.7).
Witwassen (HC2)
,Witwassen is het proces waarbij illegaal verkregen vermogen een schijnbaar legale herkomst
krijgt: de illegale herkomst wordt verborgen. De term vindt zijn oorsprong in de praktijken
van Al Capone. Het gaat hoofdzakelijk om geld, maar ook andere vermogensbestanddelen
kunnen worden witgewassen. Witwassen kan bestaan uit eenvoudige handelingen of
complexe constructies en kan zowel een zelfstandig delict zijn als onderdeel van andere
strafbare feiten.
Het witwasproces kent vijf fasen: storting, opsplitsen, samenvoegen, rechtvaardiging en
inbedden in de bovenwereld. De aanpak van witwassen sluit aan bij deze fasen.
Grondfeiten en bewijs
HR Herkomst: Aanvankelijk was witwassen beperkt tot opbrengsten van drugsdelicten, maar
het bereik is steeds verbreed. In Nederland geldt dat alle misdrijven als grondfeit kunnen
dienen, inclusief eigen misdrijven en fiscale delicten; overtredingen zijn uitgesloten.
De rechtspraak heeft bewijsregels ontwikkeld. Soms volstaat het aantonen dat het ‘niet anders
kan zijn dan dat’ het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het exacte wie, wat, waar en
wanneer van het grondfeit hoeft dan niet vast te staan.
- Eenvoudig witwassen: de verdachte weet dat het afkomstig is uit enig misdrijf
- Schuldwitwassen: had kunnen vermoeden dat het afkomstig is uit enig misdrijf
Witwassen Art. 420bis Sr onderscheidt drie categorieën witwashandelingen:
1. Verhullen of verbergen van aard, herkomst, plaats of rechthebbende (art. 420 lid 1 sub
b);
2. Omzetten of overdragen van vermogensbestanddelen (art. 420 lid 1 sub a)
3. Verwerven, voorhanden hebben of gebruiken van vermogensbestanddelen (art. 420 lid
1 sub b).
Verwerven en voorhanden hebben:
1. Feitelijk zeggenschap
2. Verbergen van plaats en oorsprong
3. Inpakken of vernieuwen
Vereist is dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf (middellijk of onmiddellijk) en dat
de dader daarvan weet (opzet, inclusief voorwaardelijk opzet).
Stappenplan art. 420bis Sr
1. Wat is het grondfeit.
2. Witwasgedragingen heeft drie kernhandelingen. Deze kunnen elkaar opvolgen of
samenvallen. Het is wel nog steeds één keer witwassen.
- Verbergen en verhullen: aan het zicht wordt onttrokken en gehouden met bepaalde
doelgerichtheid.
o Verbergen en verhullen altijd samen aanwezig of allebei niet aanwezig.
- Voorhanden hebben 2 definities: HR Geld in woning en HR voorhanden hebben
en verwerven.
, - Verwerven HR voorhanden hebben en verwerven.
- Omzetten Audi A6.
- Gebruik maken van aanwenden van voorwerp voor jezelf, moet er voordeel aan
hebben.
3. Illegale herkomst enig misdrijf afkomstig, dit kan zelf of andermans misdrijf zijn.
Het grondfeit is waar het illegaal verkregen voordeel mee wordt verkregen.
- HR Schuldwitwassen r.o. 3.4.: niet behoeft te kunnen worden afgeleid dat het
betreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dit
betekent dat uit de bewijsmiddelen niet behoeft te kunnen worden afgeleid door
wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan voor art. 420 bis Sr en art.
420quater Sr.
Relatie met grondfeiten alle misdrijven, ongeacht de gevangenisstraf. Het enige wat er
niet onder valt is overtredingen. Er is geen beperking van misdrijven, dus ook eigen en fiscale
misdrijven.
HR Herkomst r.o. 3.4.: HR heeft bepaald dat dit voldoende is dat het geld afkomstig is van
een misdrijf, rechter hoeft niet vast te stellen waar, wanneer, door wie en welk misdrijf het
geld afkomstig is. Mag aannemen dat het geld direct afkomstig is uit een misdrijf. Het maakt
niet uit of het grondfeit komt vast te staan, de omstandigheden waaronder het geld wordt
waaruit kan worden afgeleid dat het komt van een misdrijf is voldoende. Het grondmisdrijf
wordt verruimd.
Eigen misdrijf kan grondfeit zijn. Het enkel voorhanden hebben van iets uit eigen misdrijf,
leidt al tot witwassen.
Noot Borgers over de relatie van het een en hetzelfde strafbare feit kan dit witwassen en
diefstal van toepassing zijn, dit loopt samen waardoor het een strafverzwarende grond wordt.
Volgens Borgers een dubbele strafbaarheid. Het enkel voorhanden hebben is al toereikend
volgens de HR. Borgers bepleit dat het niet moet kunnen, want leidt tot dubbele strafbaarheid.
De HR heeft er later op voortborduurt.
- Bij diefstal en witwassen 1/3 hogere straf
Er is snel sprake van witwassen de reikwijdte is verbreed.
4. Middelijk of onmiddellijk:
- Middelijk: geld verkregen voor de verkoop de door jou gestolen auto die dus niet
rechtstreeks uit het misdrijf voorkomt (niet rechtstreeks), dit kan oneindig lang
doorgaan.
- Onmiddellijk: de auto is onmiddellijk verkregen uit eigen misdrijf indien het is
gestolen.
- Gekoppeld met andermans misdrijf, zorgt ervoor het onmiddellijk afkomst is uit
andermans misdrijf, als jij de gestolen auto dan weer verkoopt dan is dat middellijk
afkomstig uit andermans misdrijf. Moet terug leiden naar het grondfeit en wie deze
heeft begaan.
5. Wetenschap van illegale herkomst: opzettelijk (weten): moet weten dat het geld
middelijk of onmiddellijk afkomstig is van een misdrijf.