Belangrijke Concepten 2026.
Organisatie en Strategie
Algemeen .............................................................................................................................. 1
Hoofdstuk 1 introductie ..................................................................................................... 1
Hoofdstuk 2 Markt .............................................................................................................. 1
Hoofdstuk 3 Coördinatie mechanismes ..................................................................... 2
Hoofdstuk 4 Informatie en belang................................................................................ 3
Hoofdstuk 5 Speltheorie .................................................................................................. 5
Hoofdstuk 6 Econs en Humans ...................................................................................... 7
Hoofdstuk 7 Behavioral theorie of the firm ............................................................... 8
Hoofdstuk 9 Transactiekosten theorie ....................................................................... 10
Hoofdstuk 8 Agancy theorie .......................................................................................... 14
Hoofdstuk 10 business-level strategie ....................................................................... 18
Hoofdstuk 11: corporate-level strategy .................................................................... 20
Hoofdstuk 12: Evolutionary approaches.................................................................. 23
Algemeen
- Boek: Economic approaches to organizations
- Videoclips
Hoofdstuk 1 introductie
- Tijd is schaars. Hoe kan je dit het beste verdelen is een probleem.
Hetzelfde geldt voor geld. Tijd en geld zijn dus schaarse goederen.
- Arbeidsdeling is een proces in kleinere delen opdelen. Je deelt alles
dus op in stappen. Dit leidt dan tot specialisatie en efficiëntie.
- Bij efficiëntie heb je of minder input nodig voor dezelfde output. Of
je hebt meer output met dezelfde input.
- Je krijgt specialisatie omdat sommige ergens beter in zijn of ze
vinden dit leuker of hebben meer ervaring. Het is dus aanleg,
affiniteit en ervaring waardoor iemand ergens efficiënter in wordt.
- Specialisatie heeft ook nadelen.
- Het eerste nadelen is overstapkosten, want je bent bijvoorbeeld
ergens heel goed in maar als je dan wil overstappen wordt het nogal
duur. Ook kan het zijn dat je een motivatieprobleem kan hebben. Als
,je iets namelijk hele tijd moet doen kan het saai gaan worden. Als
, derde heb je ook het silo effect, dit is dat je zoveel opgesplitst wordt
dat je niet meer goed met elkaar communiceert en het niet meer
samen gaat. Als laatste heb je de verantwoordelijkheid het kan zijn
dat mensen zich niet meer verantwoordelijk voelen omdat het
teveel is opgesplits.
- Subtaken weer samenvoegen kan met coördinatie. Een voorbeeld
hiervan is een markt die tussen twee delen zit. Of je kan alles
samenvoegen binnen 1 organisatie.
- Welke informatie die je nodig hebt bepaald de coördinatie.
- Je kiest tussen de markt of organisatie. Dit die je door te kijken naar
welke informatie je nodig hebt en door te kijken naar wat de
omgeving ervan vindt.
- Regels van wat de omgeving ervan vindt worden bijvoorbeeld
gemaakt door instituten.
Hoofdstuk 2 Markt
- Vraag en aanbod
- Nutscurves: meer is altijd beter, en de voorkeuren zijn transitief.
- Meer is beter wordt mee benoemd dat als je iets leuks krijgt dat
alles wat je er meer van krijgt beter is.
- Bij voorkeuren zijn transitief. Dit betekent dat je het een keuze altijd
beter moet vinden dan de andere.
- Met een budgetlijn kun je dan het optimale berekenen.
- Onder perfecte concurrentie zal er geen bedrijf winst maken.
Bij de standaard economische theorie gaan ze uit van:
- Organisaties worden gezien als 1 geheel.
- Organisaties hebben ook 1 doel dat is winstmaximalisatie.
- Er is perfecte informatie.
- Producenten en consumenten maximaliseren allebei.
- Geen invloeden van de omgeving.