Lesweek 1 organisaties, stromingen & ontwikkelingen
5 redenen om samen te werken:
- Samenwerking maakt specialisatie mogelijk
- Samenwerking geeft toegang tot hulpbronnen en technologie
- Samenwerking vormt een middel om te kunnen anticiperen op de omgeving
- Samenwerking leidt tot lagere transactiekosten
- Hiërarchie en controle mogelijk maken
Organisaties hebben 3 dingen met elkaar gemeen:
- doelstellingen
- mensen
- middelen
Zes fundamenten (Scott, 1987)
- Participanten (mensen waaruit een organisatie bestaat)
- Doelen (doelen die ze binnen de organisatie proberen te bereiken)
- Technologie (werken met technologie om producten te produceren of diensten te verlenen)
- Formele structuur (hiërarchische relaties en taakverdeling tussen managers en werknemers)
- Informele structuur (interactie tussen mensen en de relaties op natuurlijke wijze)
- Omgeving (refereert aan alle zaken buiten de organisatie die de organisatie beïnvloeden of
andersom)
Organisatie onderscheiden zich in:
- Winst als primair doel of juist niet
( non-profit = geen winstoogmerk, not-for-profit = mix van wel en niet, profit = winstoogmerk)
- De grootte van de organisatie
Micro onderneming Medewerkers = <10 Jaaromzet = max €2 miljoen
Kleinbedrijf Medewerkers = <50 Jaaromzet = max €10 miljoen
Middenbedrijf Medewerkers = <250 Jaaromzet = max €50 miljoen
Balanstotaal = max €43 miljoen
Grootbedrijf Alles daarboven Alles daarboven
- De rechtsvorm van de organisatie
(organisatie zonder rechtspersoonlijkheid eenmanszaak, vof, cv of maatschap)
(organisatie met rechtspersoonlijkheid bv, nv, vereniging, stichting)
Levensfase van de organisatie:
1. De start- of introductiefase van de organisatie
2. Groeifase van een organisatie
3. De volwassenheidsfase van een organisatie
4. De neergangsfase van de organisatie
Groeimodel van Greiner:
1. Startup fase: groei door creativiteit en leiderschapscrisis
2. Groei door leiderschap en autonomiecrisis
3. Groei door delegatie en beheers crisis
4. Groei door coördinatie en bureaucrisis
, 5. Groei door samenwerking en overlegcrisis
Managementtaken:
1. Plannen maken
2. Organiseren
3. Delegeren
4. Coördineren
5. Controleren
Managementlagen:
1. Topmanagement (strategische besluitvorming)
2. Middenmanagement (besluitvorming vertalen naar jaar-kwartaalplannen)
3. Operationeel management (operationele besluitvorming, mensen sturen op de werkvloer)
7S-model:
Harde dimensies:
- Strategie: concurrentievoordeel behalen
- Structuur: relaties en taakverdeling tussen managers en werknemers
- Systemen: bedrijfsprocessen hoe de productie en dienstverlening wordt ingericht
Zachte dimensies:
- Significante waarden: bedrijfscultuur en visie van de onderneming
- Skills: de kerncompetenties van de onderneming
- Staf: mensen binnen de organisatie en hun karakteristieken
- Stijl: maner waarop groepen met elkaar omgaan
Organisatie: een samenwerkingsverband van mensen dat doelgericht is en blijvend.
Bedrijven: een organisatie die goederen of diensten levert voor een afzetmarkt
Ondernemingen: een bedrijf met een winstoogmerk.
Henri Fayol (1841-1925)
General management:
1. Het plannen en voorspellen
2. Het organiseren
3. Geven van opdrachten om werk uit te voeren
4. Coördineren van activiteiten
5. Het controleren of alles volgens plan loopt
Organisatiefuncties:
1. Technische functies
2. Commerciële functies
3. De financiële functie
4. De veiligheidsfunctie
5. De comptabele (boekhoud) functie
6. De management of leidinggevende functie