Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Overig

HHS Ped. Jaar 2, blok 2, orthopedagogiek - Oefentoetsen + casustoetsen

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
33
Geüpload op
29-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Oefentoetsen + Antwoorden – Blok 2 (Jaar 2) - Orthopedagogiek Complete set oefentoetsen per hoorcollege + casustoetsen in exact dezelfde stijl als het officiële tentamen. Inclusief duidelijke antwoorden, ideaal om te oefenen, herkennen en scoren. Perfect voor studenten die zeker willen zijn van een voldoende en willen oefenen met realistische tentamenvragen.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Inhoud
Hoorcollege 1 ..........................................................................................................................1
Hoorcollege 2 ..........................................................................................................................5
Hoorcollege 3 ..........................................................................................................................9
Hoorcollege 4 ........................................................................................................................ 13
Hoorcollege 5 ........................................................................................................................ 17
Hoorcollege 6 ........................................................................................................................ 21
Hoorcollege 7 ........................................................................................................................ 25
Herhaling van alle hoorcolleges ............................................................................................. 29
Antwoorden .......................................................................................................................... 33




Hoorcollege 1
Oefentoets
Vraag 1 Casus: Een pedagoog leest over de geschiedenis van de zorg voor kinderen met een
beperking. Ze ziet dat er tot eind 18e eeuw nauwelijks hoop was op ontwikkeling; kinderen
kregen enkel medische zorg en opvang. Welke term uit de bronnen beschrijft deze historische
visie? A) Pedagogisch optimisme B) Heilpedagogiek C) Pedagogisch pessimisme D)
Emancipatorische beweging

Vraag 2 Casus: Tijdens een teamoverleg bespreekt een pedagoog een situatie waarbij de ouders
en school aangeven 'het niet meer te weten'. De opvoedingssituatie wordt als perspectiefloos
ervaren. Hoe wordt dit centrale object van de moderne orthopedagogiek in de bronnen
genoemd? A) Het afwijkende kind B) De Problematische Opvoedingssituatie (POS) C) De
handelingsgerichte diagnostiek D) Het defect-model

Vraag 3 Casus: Een onderzoeker stelt de vraag of de orthopedagogiek wel als een aparte studie
beschouwd moet worden en hoe de verhouding tussen theorie en praktijk precies in elkaar
steekt. Tot welk type theorievorming behoort deze vraagstelling? A) Probleemspecifieke
theorieën B) Algemeen orthopedagogische theorieën C) Metatheoretische orthopedagogiek D)
Practice-based evidence

Vraag 4 Casus: Een student pedagogiek zoekt een wetenschappelijk grondmodel voor haar
methodisch handelen tijdens haar stage in de jeugdzorg. Ze wil een model dat specifiek gericht
is op de praktijk van de hulpverlening. Welk model uit de bronnen sluit hier het beste bij aan?
A) De onderzoekende cyclus B) De regulatieve cyclus van Van Strien C) Het medisch-biologische
model D) De effectiviteitsladder

Vraag 5 Casus: Pedagoog Sanne start een traject met het gezin van de 10-jarige Tim. Ze begint
met het verzamelen van informatie via gesprekken en vragenlijsten om te achterhalen wie er
precies een hulpvraag heeft en wat er aan de hand is. In welke fase van de regulatieve cyclus
bevindt Sanne zich? A) Diagnose B) Ingreep C) Evaluatie D) Probleemstelling

,Vraag 6 Casus: Na het verzamelen van de eerste informatie over Tim stopt Sanne even met
handelen. Ze gaat hypotheses opstellen over de aard en ernst van de problematiek om
tunnelvisie te voorkomen. Hoe wordt dit moment in de cyclus genoemd? A) De tweede
reflexieve pauze B) De onderkennende fase C) De eerste reflexieve pauze D) Het integratief
diagnostisch beeld

Vraag 7 Casus: In het dossier van Tim staan verschillende hypotheses: mogelijk is er sprake van
ADHD, maar de moeizame scheiding van zijn ouders kan ook een rol spelen. Welke term
gebruiken de bronnen voor het werken met dergelijke alternatieve hypotheses vanuit
verschillende invalshoeken? A) Classificatie B) Differentiaal diagnostiek C) Evidence-based
practice D) Goal Attainment Scaling

Vraag 8 Casus: De orthopedagoog stelt de vraag: "Hoe komt het dat Tim dit agressieve gedrag
laat zien en welke factoren in zijn omgeving versterken dit?" Welk type diagnose hoort bij deze
specifieke vraagstelling? A) Onderkennende diagnose B) Verklarende diagnose C) Indicerende
diagnose D) Selectieve diagnose

Vraag 9 Casus: Na uitgebreid onderzoek adviseert de orthopedagoog een specifieke methode:
"Om de agressie te verminderen is nu een training in executieve functies nodig." Welk type
diagnose is hier gesteld? A) Onderkennende diagnose B) Verklarende diagnose C) Indicerende
diagnose D) Descriptieve diagnose

Vraag 10 Casus: Een ouder vraagt aan de pedagoog: "Heeft mijn kind nu autisme of niet?". De
pedagoog legt uit dat 'autisme' een naam is die in een systeem wordt geplaatst om symptomen
te rangschikken. Hoe wordt het toekennen van een naam aan een stoornis (zoals in de DSM-
5) genoemd? A) Diagnostiek B) Classificatie C) Integratief beeld D) Werkhypothese

Vraag 11 Casus: De fase van onderzoek is afgerond. De professional schrijft een verhaal waarin
de context van Tim, de risicofactoren en de beschermende factoren op maat worden
beschreven. Hoe noemen de bronnen dit resultaat van de diagnosefase? A) Een DSM-5
classificatie B) Een Goal Attainment Scale C) Een integratief diagnostisch beeld D) Een
werkhypothese

Vraag 12 Casus: Voordat het definitieve plan wordt uitgevoerd, denkt de professional na over de
'doel-middelrelaties' en onderzoekt zij of de ouders en Tim gemotiveerd zijn voor de voorgestelde
aanpak. Waar in de regulatieve cyclus vindt dit plaats? A) Tijdens de eerste reflexieve pauze B)
Tijdens de tweede reflexieve pauze C) Tijdens de ingreep D) Tijdens de probleemstelling

Vraag 13 Casus: Een pedagoog stelt een plan van aanpak op. Ze zorgt dat er
onderzoeksgegevens in staan, einddoelen, methoden en de taakverdeling tussen de
verschillende hulpverleners. Wat is volgens de bronnen de rol van de HBO-pedagoog ten
opzichte van de orthopedagoog in deze fase? A) De HBO-pedagoog voert de regie en
coördinatie. B) De HBO-pedagoog stelt zelfstandig de classificatie vast. C) De HBO-pedagoog
ondersteunt bij de uitvoering van de adviezen. D) De HBO-pedagoog doet enkel de
dossieranalyse.

Vraag 14 Casus: Bij het opstellen van de doelen zegt de pedagoog: "We moeten de ouders en
het kind nauw betrekken, want zij zijn de experts over hun eigen dagelijks leven." Welke houding
wordt hierbij aanbevolen om de visie van de ouders echt te begrijpen? A) De expert-houding
B) De "niet-weten houding" C) De directieve houding D) De diagnosticerende houding

,Vraag 15 Casus: Om de voortgang van de doelen te meten, gebruikt het team een schaal waarbij
'0' het behaalde doel is, '-2' de uitgangssituatie en '+2' veel meer dan het doel. Hoe heet dit
hulpmiddel? A) DSM-5 criteria B) SMART-methode C) Goal Attainment Scaling (GAS) D) Dordts
Strategisch Model

Vraag 16 Casus: In de evaluatiefase scoort een gezin '-1' op de GAS-schaal. Wat betekent deze
score volgens de bronnen? A) De situatie is verslechterd ten opzichte van de start. B) De
situatie is precies hetzelfde gebleven. C) Er is iets verbetering, maar het doel is nog niet gehaald.
D) Het doel is precies behaald zoals bedacht.

Vraag 17 Casus: Een instelling werkt uitsluitend met methoden die wetenschappelijk bewezen
effectief zijn. Micha de Winter waarschuwt echter dat men zich moet hoeden voor het
"Evidence-beest". Welk 'beest' verwijst naar het gevaar dat er te weinig oog is voor de
specifieke waarden, cultuur en context van een gezin? A) Het beest van de effectiviteit B) Het
beest van de beperkte reflectie C) Het beest van de beperkte bewegingsruimte D) Het beest van
de bureaucratie

Vraag 18 Casus: Een team van pedagogen werkt 'bottom-up'. Ze leren van wat in de praktijk echt
werkt binnen gezinnen en leggen dit systematisch vast, om dit later eventueel wetenschappelijk
te laten onderzoeken. Welke term past bij deze werkwijze? A) Evidence-Based Practice (EBP)
B) Practice-Based Evidence (PBE) C) Diagnostisch-voorschrijvende benadering D)
Metatheoretisch onderzoek

Vraag 19 Casus: Bij de uitvoering van een interventie merkt een professional dat ze zich zo strikt
aan het protocol moet houden dat ze niet kan inspelen op de plotselinge escalatie in het gezin.
Over welk "beest" van EBP wordt hier gesproken? A) Het beest van de effectiviteit B) Het beest
van de beperkte reflectie C) Het beest van de beperkte bewegingsruimte D) Het beest van de
theoretische onderbouwing

Vraag 20 Casus: In de laatste fase van de cyclus kijkt de professional niet alleen naar het effect
op de cliënt, maar staat zij ook stil bij haar eigen handelen: "Wat heb ik gedaan dat wel of niet
heeft bijgedragen aan het resultaat?" Hoe heet deze fase? A) Ingreep B) Plan C) Diagnose D)
Evaluatie



Casustoets
De 6-jarige Mees vertoont sinds de start in groep 3 extreem druk gedrag en luistert nauwelijks
naar instructies. Zijn ouders, Karin en Jeroen, voelen zich perspectiefloos en hebben het gevoel
dat ze hun eigen kind niet meer kunnen bereiken; ze spreken van een Problematische
Opvoedingssituatie (POS). School dringt aan op een onderzoek naar ADHD, maar de ouders
twijfelen of dat het hele verhaal is.

HBO-pedagoog Sophie wordt betrokken. Zij start de regulatieve cyclus met de fase van de
probleemstelling. Ze voert gesprekken met de ouders en de leerkracht om de hulpvraag scherp
te krijgen. Na deze oriëntatie last Sophie een eerste reflexieve pauze in om tunnelvisie te
voorkomen. Ze stelt een werkhypothese op waarin ze kijkt naar zowel de mogelijke genetische
aanleg van Mees als de interactiepatronen thuis, een proces dat bekend staat als differentiaal
diagnostiek.

, Vervolgens gaat Sophie over naar de fase van de diagnose. Ze neemt een IQ-test af en doet een
klassenobservatie. Hoewel Mees voldoet aan de criteria voor een classificatie van ADHD in de
DSM-5, stelt Sophie een breder integratief diagnostisch beeld op. Hierin beschrijft ze niet alleen
de stoornis, maar ook de context van het gezin en de beschermende factoren.

Voordat Sophie het plan definitief maakt, neemt ze een tweede reflexieve pauze. Ze onderzoekt
de motivatie van Karin en Jeroen en denkt na over de doel-middelrelaties: is een opvoedtraining
nu het juiste middel om de rust in huis te herstellen. In het plan van aanpak kiest ze voor de
methode Triple P, een vorm van Evidence-Based Practice (EBP). Tijdens de ingreep merkt Sophie
echter dat ze moeite heeft met de strakke protocollen van de methode, die weinig ruimte laten
voor de specifieke culturele achtergrond van de familie Van den Berg.

_________________________________________________________________________________________

Vraag 1: Type diagnose/hulpvraag In de beginfase stelt Sophie de volgende vraag: "Wat is er
specifiek nodig om de interactie tussen Mees en zijn ouders te verbeteren en de rust in huis te
laten terugkeren?" Welk type hulpvraag of diagnose is dit volgens de bronnen? A) Een
onderkennende diagnose. B) Een verklarende diagnose. C) Een indicerende diagnose. D) Een
descriptieve diagnose.

Vraag 2: De eerste reflexieve pauze Waarom is het volgens de methodiek van de regulatieve
cyclus essentieel dat Sophie na de probleemstelling een eerste reflexieve pauze inlast? A) Om
direct een DSM-5 classificatie vast te stellen zodat de verzekering de hulp vergoedt. B) Om
alternatieve hypotheses op te stellen vanuit verschillende invalshoeken en zo tunnelvisie te
vermijden. C) Om de motivatie van de ouders te toetsen voordat het onderzoek met het kind
begint. D) Om een definitief plan van aanpak te schrijven op basis van de eerste gesprekken.

Vraag 3: Classificatie versus Diagnose School vraagt specifiek om het "label" ADHD. Sophie
legt aan de ouders het verschil uit tussen een classificatie en een diagnose (het integratief
diagnostisch beeld). Wat is volgens de bronnen een kernmerk van een diagnose? A) Het is een
naam van een stoornis die in een systeem (zoals de DSM-5) wordt gerangschikt. B) Het is
uitsluitend gebaseerd op de scores van gestandaardiseerde IQ-testen. C) Het is een
beschrijvend verhaal op maat waarin oorzaken, versterkende factoren en context worden
samengevat. D) Het is een objectieve code die door elke hulpverlener op dezelfde manier wordt
geïnterpreteerd.

Vraag 4: De tweede reflexieve pauze Tijdens de tweede reflexieve pauze denkt Sophie na over
de 'doel-middelrelaties'. Welke vraag staat centraal in dit specifieke onderdeel van de cyclus? A)
Welke testinstrumenten zijn nodig om de werkhypothese te toetsen? B) Welke interventie is het
meest passend om het gestelde doel bij deze specifieke cliënt te bereiken? C) Is de
probleemstelling na de observatieperiode nog steeds actueel of moet deze worden bijgesteld?
D) Hoe scoort het gezin op de Goal Attainment Scale (GAS) ten opzichte van de uitgangssituatie?

Vraag 5: De Evidence-beesten Sophie merkt tijdens de uitvoering van Triple P dat het protocol
zo rigide is dat ze niet kan inspelen op de dynamiek van het gezin. Ze voelt zich beperkt in haar
professionele handelen. Welk "beest" van Evidence-Based Practice (EBP), zoals beschreven
door Marit Hopman, komt hier duidelijk naar voren? A) Het beest van de effectiviteit. B) Het
beest van de beperkte reflectie. C) Het beest van de beperkte bewegingsruimte. D) Het beest
van de theoretische onderbouwing.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
29 januari 2026
Aantal pagina's
33
Geschreven in
2025/2026
Type
OVERIG
Persoon
Onbekend

Onderwerpen

$7.16
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
JouwPedagogiekBuddy

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
JouwPedagogiekBuddy Haagse Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
10 maanden
Aantal volgers
2
Documenten
13
Laatst verkocht
1 maand geleden
Jouw PedagogiekBuddy

Hey! Ik ben Roos — tweedejaars pedagogiekstudent met een passie voor begrijpelijke en praktische kennis. Tijdens mijn studie merkte ik dat veel studiemateriaal onnodig ingewikkeld is. Daarom maak ik heldere, eerlijke samenvattingen en begrippenlijsten die wél bruikbaar zijn als je snel wilt leren of het gewoon beter wilt snappen. Alles wat ik deel, heb ik zelf gebruikt en getest. En met resultaat: die 8,4 voor psychologie kwam niet uit de lucht vallen

Lees meer Lees minder
0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen