Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting leerdoelen Kennistoets Minor/keuzecursus Kind in Zorg 2 - Leerjaar 3 HBO-Verpleegkunde

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
101
Geüpload op
29-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Deze samenvatting is een uitgebreide samenvatting voor de kennistoets van de Minor/keuzecursus Kind in Zorg deel 2 van de opleiding HBO-Verpleegkunde uit het 3e leerjaar. Hierbij zijn alle leerdoelen uitgewerkt aan de hand van de behandelde casussen gedurende de lesweken. De nadruk ligt op de ziektebeelden die behandeld zijn tijdens de minor/keuzecursus.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Kennistoets Minor/keuzecursus
Kind in Zorg deel 2:

,Week 1: Diabetes Mellitus.
De student kan uitleggen wat Diabetes Mellitus is en wat dit betekent voor kinderen/jongeren.
 Diabetes de novo = wanneer de diagnose ‘Diabetes’ voor de eerste keer in de familie wordt
gesteld.
 Diabetes Mellitus = een stofwisselingsziekte waarbij de pancreas (Eilandjes van Langerhans)
geen of onvoldoende insuline aanmaakt;
- Insuline zorgt ervoor dat glucose uit het bloed kan worden opgenomen in het lichaam.
 Diabetes Mellitus Type 1 = de pancreas maakt geen insuline aan (komt vaak voor op jonge
leeftijd)  behandeling met insuline is levenslang noodzakelijk.
- Mogelijke oorzaak = fout in het afweersysteem.
 Diabetes Mellitus Type 2 = er wordt te weinig insuline aangemaakt of er is sprake van
insulineresistentie (= lichaam reageert niet goed op de geproduceerde insuline).
 Monogenetische diabetes = mutatie in het HNF1A-gen  komt vaak voor in opeenvolgende
generaties;
 Secundaire diabetesvormen = ontstaan in het beloop van een andere ziekte, door het
gebruik van bepaalde medicatie of in het kader van een syndromale afwijking.
 Diagnose wordt gesteld op combinatie van:
- Verhoogde glucosewaarden (>11,1 mmol/L & nuchter > 7,0 mmol/L) in het bloed;
- Een positieve anamnese voor specifieke verschijnselen;
- Het uitsluiten van andere oorzaken van hyperglycemie.
 Betekenis voor kinderen/jongeren ( afhankelijk van de leeftijd/ontwikkelingsniveau):
De Baby-peuterfase (0-3 jaar):
- Belangrijkste ontwikkelingstaak in deze fase = het vormen van een veilige
gehechtheidsrelatie met primaire verzorgers.
 De stress van ouders die ontstaat na diagnose, heeft invloed op het jongen kind,
dat zichzelf leert reguleren in de relatie met zijn ouders;
- In deze fase ligt ook de basis voor het ontwikkelen van vertrouwen in het eigen zelf, wat
in eerste instantie met name ontstaat vanuit het leren vertrouwen op het eigen lichaam.
 Door diabetes kan dit get vertrouwen op het eigen lichaam schaden en de
ontwikkeling van zelfvertrouwen beïnvloeden.
- Bij kinderen die in deze fase diabetes ontwikkelen, is er een verhoogd risico op
cognitieve schade;
- De angst voor steeds uitgebreidere lijst langetermijneffecten kan het opvoedgedrag van
ouders beïnvloeden.
De Kleuterfase (4-6 jaar):
- Een belangrijke taak in deze fase is het exploreren buiten het gezin en de interactie met
leeftijdsgenoten, hierbij staat verder ontwikkelen van autonomie, zelfvertrouwen en
zelfstandigheid centraal;
- Kinderen leren keuzes maken over voeding en leren signalen in hun lijf te herkennen en
interpreteren;
- De steun van het sociale netwerk bepaalt of ouders in staat zijn de eisen die diabetes
stelt te kunnen integreren in de overige ontwikkelingstaken waar het kind voor staat.
De Latentiefase (7-9 jaar):
- Kinderen krijgen oog voor de overeenkomsten en verschillen met leeftijdsgenootjes, dit
draagt bij aan de ontwikkeling van hun zelfbeeld.
 Ze worden zich ervan bewust dat de diabetes hem onderscheidt van andere
kinderen (dit kan emotionele reacties oproepen);
- Kinderen worden steeds zelfstandiger, ook in het op zich nemen van diabetestaken;

, - Kinderen hebben het nodig om een eenduidig voorbeeld te krijgen in de uitvoering van
zelfmanagement om in het dagelijks leven handelingen te kunnen automatiseren en
integreren.
- Kinderen met diabetes behalen lagere intelligentiescores en laten neuropsychologische
problemen zien;
De Pre-adolescentiefase (10-12 jaar):
- Luidt het begin in van de puberteit, waarin het kind belangrijke veranderingen in de
ontwikkeling gaat doormaken, het is een kwetsbare periode.
- Kinderen zijn steeds meer in staat complexe oorzaak0gevolgrelaties te overzien en
abstract te denken;
- Leeftijdsgenoten spelen een steeds belangrijkere rol, terwijl de emotionele binding met
ouders nog blijft bestaan.
- Door hormooninvloeden, wisselen de bloedglucosewaarden en zijn zij moeilijk
controleerbaar, dit vraagt om intensievere aandacht.
- Angst voor prikken kan op deze leeftijd sterker naar voren komen, mede door de
zelfstandigheid die het kind hierin krijgt.
De Adolescentiefase (13-18 jaar):
- Adolescenten en diabetes type 1 worden in deze fase een uitdagende combinatie;
- De motivatie van adolescenten is vaak laag, omdat hun focus meer in het heden en in
het vervullen van directe behoeften ligt, in plaats van nadenken over gezondheidsrisico’s
op lange termijn;
- Het lichaam past zich aan, aan de hoge bloedsuikers, waarbij er gewenning optreedt.
- Diabetes type 1 is een risicofactor voor psychiatrische stoornissen, en
eetproblemen/stoornissen en voor depressie.
- De toenemende bewustwording van de ziekte en de groeiende kennis van de adolescent
kunnen een verklaring zijn voor psychologische stress.

De student kan de complicaties op korte en lange termijn benoemen en uitleggen welke preventieve
maatregelen hiervoor genomen kunnen worden.
 Complicaties op korte termijn:
- Hyperglykemie (= hoge bloedsuiker)  leidt tot symptomen, zoals dorst, veel plassen (=
polyurie), vermoeidheid en in extreme gevallen diabetische ketoacidose.
 Preventieve maatregelen  passende insulinetherapie, aangepaste leefstijl;
- Hypoglykemie (= lage bloedsuiker)  leidt tot symptomen, zoals zweten, trillen,
bleekheid, prikkelbaarheid en in ernstige gevallen bewusteloosheid/coma.
 Preventieve maatregelen  passende insulinetherapie, aangepaste leefstijl.
- Eventueel bijwerkingen op de toedieningsplaatsen, zoals lipohypertrofie (= verdikking
van onderhuids vetweefsel), lipoatrofie (= vetafbraak) en erytheem (= lokale roodheid
door allergie/overgevoeligheid).
 Consequente wisseling van injectieplaats, nieuwe naalden gebruiken per
injectie, juiste toedieningsmethode gebruiken en vermijd aangedane plekken.
 Complicaties op lange termijn:
- Microvasculaire complicaties  retinopathie (ogen), nefropathie (nieren), neuropathie
(voeten/zenuwuiteinden);
- Macrovasculaire complicaties  hart- en vaataandoeningen.
 Preventieve maatregelen  bloedsuikerregulatie, leefstijlaanpassingen (stoppen
met roken, voeding, minderen met alcohol, beweging), medische screening (op
wondjes, oogtesten, nieren testen, bloeddruk meten, cholesterol meten).

, De student kan benoemen welke behandeling en begeleiding kinderen/jongeren met Diabetes
Mellitus nodig hebben.
 Diabetes Mellitus Type 1:
- Insuline subcutaan (levenslang):
 Soorten insuline:
o Ultra/directwerkende insuline  voor de maaltijden en bij
hyperglykemie;
o Middellang/langwerkende insuline = basisinsuline;
o Kortwerkende insuline (vaak bijspuitschema’s);
 Toedieningswijzen:
o Insulinepen  neemt het snelste op in de buik, daarna bovenbenen,
daarna billen;
o Insulinepomp  geeft continu een klein beetje direct werkende insuline
af en kan voor het eten van koolhydraten een extra bolus afgeven;
- Leefstijlaanpassingen en omgaan met leefregels rondom voeding, beweging, ziekte,
groei en ontwikkeling;
 Diabetes Mellitus Type 2:
- Leefstijlaanpassingen  gewichtsverlies, toename van de lichamelijke activiteit,
glucosenormalisatie, preventie en/of behandeling van co morbiditeit;
 Metabool stabiele HbA1c < 9%  starten met metformine;
 HbA1c > 9% + symptomen van diabetes  starten met metformine + insuline;
 Acidotische patiënt  starten met alleen insuline.
- Eerste periode ligt de nadruk op uitleg over ziekte, werkwijzen kinderdiabetesteam,
principes van behandeling, concrete handelingen en apparatuur voor zelfcontrole;
- Vervolgfase ligt de nadruk meer op de glucoseregeling;
 Zelfstandig glucosemeten:
- Vingerprik (= prikje in de vinger en bloed opvangen met stripje aan een apparaatje);
 Invloeden op glucosemeting  niet goed gereinigde vingers, natte vingers,
stuwen, verkeerde opslag van strips, over de datum strips, vieze
bloedglucosemeter, medicatie (bij paracetamol kan 2 punten hoger liggen).
- FreeStyle Libre (= een scanner met kleine sensor, wordt aangebracht op de achterkant
bovenarm en leest met uitleeskastje uit bij sensorcontact);
- RT-CGM (= glucosesensor die regelmatig een glucosemeting weergeeft in het
onderhuidse weefsel, kan alarmeren bij dalende en stijgende glucosewaarden).
 Begeleiding bij operaties/ingrepen – algemene adviezen:
- Het kinderdiabetesteam stelt van tevoren een behandelplan op dat bij alle betrokkenen
bekend is;
- Kleine electieve ingrepen kunnen in dagbehandeling, grote electieve ingrepen
geschieden klinisch (1 dag voor opname tot 1 dag na opname);
- Bij spoedingrepen wordt het diabetesteam in kennis gesteld en wordt er afgesproken
die aanspreekbaar is voor het glucose-/insulinebeleid;
- Operatietijdstip bij voorkeur plannen aan het begin van de dag, bij grote ingrepen bij
voorkeur aan het begin van de week;
- Bloedglucose in elk geval voor de ingreep, elke uur perioperatief, bij aankomst in de
verkoeverkamer (en dan per uur), postoperatief de eerste vier uur elk uur, daarna
afhankelijk van beloop.
- Bloedsuikers in range van 5-11 mmol/L is het streven.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
29 januari 2026
Aantal pagina's
101
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$13.76
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
sannen1 Hogeschool Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
44
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
9
Laatst verkocht
1 week geleden

3.7

7 beoordelingen

5
1
4
5
3
0
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen