Hoorcollege 1 ..........................................................................................................................1
Hoorcollege 2 ..........................................................................................................................4
Hoorcollege 3 ..........................................................................................................................7
Hoorcollege 4 ........................................................................................................................ 10
Hoorcollege 5 ........................................................................................................................ 13
Hoorcollege 6 ........................................................................................................................ 16
Hoorcollege 7 ........................................................................................................................ 19
Herhaling van alle hoorcolleges ............................................................................................. 22
Antwoorden .......................................................................................................................... 25
Hoorcollege 1
Oefentoets
Vraag 1 Een docent op een mbo-opleiding leert studenten hoe ze een jaarrekening moeten
opstellen, zodat ze later als assistent-accountant aan de slag kunnen. Welke functie van
onderwijs volgens Biesta staat hier centraal? A) Socialisatie B) Kwalificatie C) Persoonsvorming
D) Subjectivering
Vraag 2 In een klas zie je kinderen van verschillende leeftijden samenwerken. De ochtend begint
altijd in een kring waar ze de plannen voor de dag bespreken en de leraar fungeert als
groepsleider. Bij welk type traditionele vernieuwingsschool bevind je je? A) Montessori B) Dalton
C) Jenaplan D) Vrije School
Vraag 3 Een leerling krijgt elke keer een sticker als hij zonder praten zijn werk afkrijgt. De leraar
richt zich puur op het waarneembare gedrag. Vanuit welke leertheorie handelt deze leraar? A)
Cognitivisme B) Constructivisme C) Behaviorisme D) Adaptief onderwijs
Vraag 4 Tijdens een geschiedenisles over de Tweede Wereldoorlog vraagt de leraar aan de
leerlingen hoe zij zouden handelen in een moreel dilemma. Het doel is dat leerlingen een eigen
moreel kompas ontwikkelen. Welke term van Biesta beschrijft dit proces? A) Socialisatie B)
Kwalificatie C) Persoonsvorming D) Intentioneel leren
Vraag 5 Een basisschool werkt met weektaken waarbij leerlingen zelf mogen bepalen in welke
volgorde ze hun werk doen. De leraar vindt het belangrijk dat leerlingen 'vrijheid in
gebondenheid' ervaren. Welke onderwijsvernieuwer hoort bij dit concept? A) Maria Montessori
B) Helen Parkhurst (Dalton) C) Célestin Freinet D) Rudolf Steiner
Vraag 6 Een leraar merkt dat een leerling moeite heeft met een nieuwe som. Hij kijkt naar wat de
leerling al kan en biedt precies de juiste ondersteuning zodat de leerling net een stapje verder
komt. Hoe noemen we de ruimte waarin dit leren plaatsvindt volgens Vygotsky? A) Zone van
actuele ontwikkeling B) Zone van naaste ontwikkeling C) Lineair curriculum D)
Constructivistische black box
,Vraag 7 In de 19e eeuw streden ouders voor de financiële gelijkstelling van hun religieuze
scholen met de neutrale staatsscholen. Hoe noemen we deze historische periode? A) De
verzuiling B) De pedagogische tik C) De schoolstrijd D) De kwalificatieplicht
Vraag 8 Op een school krijgen leerlingen van 7 tot 14 jaar les in dezelfde groep. Er is veel
aandacht voor kunst, muziek en periode-onderwijs, waarbij één onderwerp wekenlang wordt
uitgediept. Welke school is dit? A) Freinetonderwijs B) Daltononderwijs C) Vrije School (Steiner)
D) Montessorionderwijs
Vraag 9 Een leraar legt uit hoe je informatie het beste kunt opslaan door schema's te maken en
voorkennis op te roepen. Hij vergelijkt de werking van het brein met een computer. Welke
leertheorie wordt hier toegepast? A) Behaviorisme B) Cognitivisme C) Constructivisme D)
Holisme
Vraag 10 In een klas maken leerlingen hun eigen klassenkrant met een echte drukpers. Ze leren
door te doen en hun eigen ervaringen zijn het uitgangspunt voor de les. Wie is de grondlegger van
dit onderwijstype? A) Peter Petersen B) Célestin Freinet C) Kees Boeke D) Maria Montessori
Vraag 11 Een leerling leert op school dat je niet door anderen heen praat en dat je op tijd in de
les moet zijn om de groep niet te storen. Welke functie van het onderwijs wordt hier vervuld? A)
Kwalificatie B) Subjectivering C) Socialisatie D) Didactiek
Vraag 12 Een onderwijsvorm gaat ervan uit dat een leerling optimaal functioneert als er voldaan
is aan de behoeften: relatie, competentie en autonomie. Hoe noemen we dit type onderwijs? A)
Adaptief onderwijs B) Natuurlijk leren C) Kosmisch onderwijs D) Neoklassikaal onderwijs
Vraag 13 Een schoolbestuur besluit een nieuwe school te stichten op basis van een specifieke
religieuze overtuiging. Dit recht is vastgelegd in de Nederlandse Grondwet. Welk artikel regelt de
vrijheid van onderwijs? A) Artikel 1 B) Artikel 23 C) Artikel 11 D) De Wet Passend Onderwijs
Vraag 14 Een leerling werkt met zelfcorrigerend materiaal in een klas die speciaal is ingericht om
zijn onafhankelijkheid te vergroten ('Help mij het zelf te doen'). Welk concept staat hier centraal?
A) Gevoelige periodes B) Stamgroepen C) Weekopeningen D) De pechvogel
Vraag 15 Volgens de typologie van scholen is er een schooltype dat werkt met een lineair
curriculum, een klassikale organisatie en een conformistische pedagogische stijl. Welk type is
dit? A) Ontwikkelingsschool B) Gemeenschapsschool C) Neoklassikale school D)
Geïndividualiseerde school
Vraag 16 Een leraar stelt grote, open vragen aan de klas en laat leerlingen in groepjes zelf op
zoek gaan naar antwoorden door onderzoek en discussie. Hij ziet kennis als iets dat je samen
opbouwt. Welke stroming is dit? A) Behaviorisme B) Cognitivisme C) Constructivisme D)
Traditioneel onderwijs
Vraag 17 Een pedagoog op een school adviseert de leerkracht over hoe hij een veilig
pedagogisch klimaat kan creëren waarin kinderen hun talenten kunnen ontdekken. Welke rol van
de pedagoog in het onderwijs komt hier naar voren? A) Het afnemen van Cito-toetsen B)
Bijdragen aan het pedagogisch leerklimaat C) Het financieren van de school D) Het handhaven
van de leerplicht
Vraag 18 Vroeger moesten stoute leerlingen een houten vogel terugbrengen naar de leraar,
waarna ze straf kregen. Hoe heette dit object? A) DePeenvogel B) De Pechvogel C) De Strafvink
D) De Pechpauw
, Vraag 19 Een student Pedagogiek onderzoekt hoe zij gedurende haar hele carrière kan blijven
leren en welke vaardigheden daarvoor nodig zijn in een veranderende maatschappij. Welke term
hoort bij dit concept? A) Edu-cere B) LLL (Lifelong Learning) C) Kwalificatieplicht D) Hidden
curriculum
Vraag 20 Op een school is de macht verdeeld over de hele gemeenschap; kinderen en leraren
beslissen samen over de regels in een sociocratie. Welke vernieuwer hoort bij de 'Werkplaats
Kindergemeenschap'? A) Kees Boeke B) Peter Petersen C) Maria Montessori D) Rudolf Steiner
Casustoets
Basisschool 'De Toekomst' is een school waar zelfstandigheid en samenwerking centraal staan.
Leraar Merel werkt met weektaken waarbij leerlingen binnen kaders hun eigen tempo bepalen. In
haar klas zit Jay, die moeite heeft met de overgang van de informele thuissituatie naar de
schoolregels, zoals op tijd komen en stilwerken. Merel probeert Jay onvoorwaardelijk te
accepteren en zoekt naar de juiste manier om in deze specifieke situatie te handelen. De school
is ooit gesticht door een groep ouders die vond dat hun levensbeschouwing niet terugkwam in
het staatsonderwijs. Pedagoog Sam ondersteunt Merel door de verbinding te leggen tussen de
thuissituatie van Jay en de verwachtingen op school.
Vraag 1 In de klas leert Jay dat hij op tijd moet komen en niet mag eten tijdens de les om de
groep niet te storen. Welke functie van onderwijs volgens Biesta staat hier centraal? A)
Kwalificatie B) Socialisatie C) Subjectivering D) Persoonsvorming
Vraag 2 De school werkt met 'vrijheid in gebondenheid', dag- en weektaken en stimuleert
leerlingen om eigen oplossingen te bedenken voor problemen. Bij welke onderwijsvernieuwer
sluit deze visie het meest aan? A) Maria Montessori B) Peter Petersen (Jenaplan) C) Helen
Parkhurst (Dalton) D) Célestin Freinet
Vraag 3 De casus vermeldt dat de school is gesticht omdat ouders hun eigen
levensbeschouwing misten in het staatsonderwijs. Welk historisch en grondwettelijk resultaat
heeft dit recht op het stichten van eigen religieuze scholen definitief vastgelegd? A) De invoering
van de leerplicht in 1950 B) De overgang naar de 21e-eeuwse vaardigheden C) De Schoolstrijd
en Artikel 23 van de Grondwet D) Het ontstaan van de 'bewaarscholen' in de 16e eeuw
Vraag 4 Leraar Merel probeert Jay onvoorwaardelijk te accepteren en kijkt verder dan alleen de
regels om passend te reageren op zijn gedrag. Welke term van Van Maanen wordt hier
beschreven? A) Didactische analyse B) Pedagogische tact C) Kwalificatieplicht D) Hidden
curriculum
Vraag 5 Pedagoog Sam adviseert Merel en fungeert als brug tussen de school, de ouders van Jay
en de jeugdhulp. Wat is volgens de literatuur een primaire taak van de pedagoog in deze context?
A) Het afnemen van IQ-testen voor vorderingen B) Het handhaven van disciplinaire sancties
zoals de pechvogel C) Bijdragen aan een pedagogisch leerklimaat en de verbinding school-thuis
D) Het vaststellen van de landelijke kerndoelen voor rekenen