Oefenvragen tentamen blok 2
Taak 1:
1. Betekenis volksgezondheid:
a) De hoeveelheid en spreiding van gezondheid en ziekte in de
bevolking
b) Hoeveel mensen op een bepaald moment ziek zijn
c) Hoeveel nieuwe gevallen van ziekte er zijn
2. Betekenis prevalentie:
a) Hoeveel mensen op een bepaald moment ziek zijn
b) Hoe de samenleving functioneert ondanks de ziekte
c) Als een populatie gezond is, wanneer geboorte- en sterftecijfers
stabiel zijn
3. Wat heeft een bevolking nodig om te kunnen blijven bestaan?
a) Een hoger aantal geboortecijfers dan sterftecijfers
b) Een evenwicht in geboorte- en sterftecijfers
c) Wanneer iedereen in de bevolking gezond is
d) Een hoger aantal sterftecijfers dan geboortecijfers
4. Wat waren vroeger grote bedreigingen voor de gezondheid?
a) Infectieziektes, kanker, hart- en vaatziekten
b) Tuberculose, gebrek aan medische kennis, slechte leefstijl, slechte
hygiëne
c) Infectieziekten, tuberculose, vervuild water, gebrek aan medische
kennis, pest
d) Kanker, diabetes, weinig beweging, slechte leefstijl
5. Wat zijn de bedreigingen van de gezondheid tegenwoordig?
a) Diabetes, kanker, hart- en vaatziekten, infectieziekten
b) Tuberculose, vervuild water, psychische problemen, leefstijl
c) Diabetes, kanker, psychische problemen, weinig beweging,
leefstijl
d) Hart- en vaatziekten, slechte hygiëne, chronische ziekten, cholera
6. Wat is de epidemiologische transitie:
a) Een overgangperiode tussen verschillende jaartallen
, b) Een overgangsperiode tussen verschillende bedreigingen van de
gezondheid
c) Een tijdperk van epidemieën
d) Een tijdperk van verschillende ziektes
7. Noem de 4 verschillende tijdperken, van de epidemiologische
transitie:
8. Hoe ervaren mensen gezondheid en ziekten en hoe reageert de samenleving hierop?
(sickness, illness, disease)
a) Disease= persoonlijk, Illness= psychisch, sickness = sociaal
b) Disease= psychisch, Illness= persoonlijk, sickness = sociaal
c) Disease= medisch-biologisch, Illness= persoonlijk, sickness =
sociaal
d) Disease= medisch-biologisch, Illness= psychisch, sickness =
persoonlijk
9. Wat is volksgezondheid?
a) Hier is geen specifieke Nederlandse definitie van
b) Collectieve maatregelen
c) Maatregelen om public health te verbeteren
10. Wat is public health?
a) De wetenschap en kunst van het voorkomen van ziekten, het
verlengen van het leven en het bevorderen van de gezondheid
door middel van de georganiseerde inspanningen van de
samenleving.
b) Gerichtheid op de bevordering van de volksgezondheid en door
collectieve maatregelen op uiteenlopende terreinen die voor de
bevordering van de volksgezondheid noodzakelijk zijn.
11. Wat is het VTV-model?
a) Volksgezondheid toekomst vertoog
b) Volkeren toekomstig verkenning
c) Volksgezondheid toekomst verkenning
d) Volksgezondheid tegen vaccinatie
, 12. Wat houdt het vtv model in?
a) Beschrijft opgaven op weg naar een toekomstig jaar, deze
hangen met elkaar samen en moeten samen aangepakt worden.
Wordt uitgevoerd door het RIVM.
b) Beschrijft verbeterpunten tegen bestaand beleid, deze hangen
met elkaar samen en moeten samen aangepakt worden. Wordt
uitgevoerd door de gemeente.
c) Beschrijft opgaven op weg naar een toekomstig jaar, deze
hangen met elkaar samen en moeten samen aangepakt worden.
Wordt uitgevoerd door de GGD.
d) Beschrijft opgaven op weg naar een toekomstig jaar, moeten
langzaam aangepakt worden. Wordt uitgevoerd door het RIVM.
13. Wat is het model van Lalonde?
a) Een maatschappelijke visie op gezondheid door een overheid uitgewerkt. Het
rapport en het model dat hieruit voortkwam markeert eigenlijk ook de ontwikkeling
naar het vak gezondheidsbevordering.
b) Een beleidscyclus
c) Een preventiecyclus
d) Een beleid met 4 deelgebieden die van invloed kunnen zijn op de gezondheid
14. Wat zijn determinanten van de gezondheid?
a) De factoren die invloed hebben op de leefomgeving van een
persoon
b) De factoren die van invloed zijn op de gezondheid, opgedeeld in 4
deelgebieden
c) De factoren die invloed hebben op ziekte
d) De factoren die invloed hebben op de biologische gezondheid
15. Wat zijn indicatoren van de gezondheid?
a) Hiermee wordt de kwaliteit van leven gemeten
b) Ziektelast meten
c) Factoren die van invloed zijn op de leefomgeving
16. Wat houdt DALY in?
a) Disability-adjusted life years, het aantal naar gezondheid
gewogen levensjaren dat in de bevolking verloren is gegaan door
ziekte.
Taak 1:
1. Betekenis volksgezondheid:
a) De hoeveelheid en spreiding van gezondheid en ziekte in de
bevolking
b) Hoeveel mensen op een bepaald moment ziek zijn
c) Hoeveel nieuwe gevallen van ziekte er zijn
2. Betekenis prevalentie:
a) Hoeveel mensen op een bepaald moment ziek zijn
b) Hoe de samenleving functioneert ondanks de ziekte
c) Als een populatie gezond is, wanneer geboorte- en sterftecijfers
stabiel zijn
3. Wat heeft een bevolking nodig om te kunnen blijven bestaan?
a) Een hoger aantal geboortecijfers dan sterftecijfers
b) Een evenwicht in geboorte- en sterftecijfers
c) Wanneer iedereen in de bevolking gezond is
d) Een hoger aantal sterftecijfers dan geboortecijfers
4. Wat waren vroeger grote bedreigingen voor de gezondheid?
a) Infectieziektes, kanker, hart- en vaatziekten
b) Tuberculose, gebrek aan medische kennis, slechte leefstijl, slechte
hygiëne
c) Infectieziekten, tuberculose, vervuild water, gebrek aan medische
kennis, pest
d) Kanker, diabetes, weinig beweging, slechte leefstijl
5. Wat zijn de bedreigingen van de gezondheid tegenwoordig?
a) Diabetes, kanker, hart- en vaatziekten, infectieziekten
b) Tuberculose, vervuild water, psychische problemen, leefstijl
c) Diabetes, kanker, psychische problemen, weinig beweging,
leefstijl
d) Hart- en vaatziekten, slechte hygiëne, chronische ziekten, cholera
6. Wat is de epidemiologische transitie:
a) Een overgangperiode tussen verschillende jaartallen
, b) Een overgangsperiode tussen verschillende bedreigingen van de
gezondheid
c) Een tijdperk van epidemieën
d) Een tijdperk van verschillende ziektes
7. Noem de 4 verschillende tijdperken, van de epidemiologische
transitie:
8. Hoe ervaren mensen gezondheid en ziekten en hoe reageert de samenleving hierop?
(sickness, illness, disease)
a) Disease= persoonlijk, Illness= psychisch, sickness = sociaal
b) Disease= psychisch, Illness= persoonlijk, sickness = sociaal
c) Disease= medisch-biologisch, Illness= persoonlijk, sickness =
sociaal
d) Disease= medisch-biologisch, Illness= psychisch, sickness =
persoonlijk
9. Wat is volksgezondheid?
a) Hier is geen specifieke Nederlandse definitie van
b) Collectieve maatregelen
c) Maatregelen om public health te verbeteren
10. Wat is public health?
a) De wetenschap en kunst van het voorkomen van ziekten, het
verlengen van het leven en het bevorderen van de gezondheid
door middel van de georganiseerde inspanningen van de
samenleving.
b) Gerichtheid op de bevordering van de volksgezondheid en door
collectieve maatregelen op uiteenlopende terreinen die voor de
bevordering van de volksgezondheid noodzakelijk zijn.
11. Wat is het VTV-model?
a) Volksgezondheid toekomst vertoog
b) Volkeren toekomstig verkenning
c) Volksgezondheid toekomst verkenning
d) Volksgezondheid tegen vaccinatie
, 12. Wat houdt het vtv model in?
a) Beschrijft opgaven op weg naar een toekomstig jaar, deze
hangen met elkaar samen en moeten samen aangepakt worden.
Wordt uitgevoerd door het RIVM.
b) Beschrijft verbeterpunten tegen bestaand beleid, deze hangen
met elkaar samen en moeten samen aangepakt worden. Wordt
uitgevoerd door de gemeente.
c) Beschrijft opgaven op weg naar een toekomstig jaar, deze
hangen met elkaar samen en moeten samen aangepakt worden.
Wordt uitgevoerd door de GGD.
d) Beschrijft opgaven op weg naar een toekomstig jaar, moeten
langzaam aangepakt worden. Wordt uitgevoerd door het RIVM.
13. Wat is het model van Lalonde?
a) Een maatschappelijke visie op gezondheid door een overheid uitgewerkt. Het
rapport en het model dat hieruit voortkwam markeert eigenlijk ook de ontwikkeling
naar het vak gezondheidsbevordering.
b) Een beleidscyclus
c) Een preventiecyclus
d) Een beleid met 4 deelgebieden die van invloed kunnen zijn op de gezondheid
14. Wat zijn determinanten van de gezondheid?
a) De factoren die invloed hebben op de leefomgeving van een
persoon
b) De factoren die van invloed zijn op de gezondheid, opgedeeld in 4
deelgebieden
c) De factoren die invloed hebben op ziekte
d) De factoren die invloed hebben op de biologische gezondheid
15. Wat zijn indicatoren van de gezondheid?
a) Hiermee wordt de kwaliteit van leven gemeten
b) Ziektelast meten
c) Factoren die van invloed zijn op de leefomgeving
16. Wat houdt DALY in?
a) Disability-adjusted life years, het aantal naar gezondheid
gewogen levensjaren dat in de bevolking verloren is gegaan door
ziekte.