Loopbaan & Burgerschap 5.2
Nu mijn gezondheid!
Opdracht C
Je hebt in je werk een voorbeeldfunctie met betrekking tot een gezonde leefstijl. Maak
een reportage over hoe je aan jouw voorbeeldfunctie werkt.
Voorbeeldfunctie bij Maria-Oord
Op mijn werk ben ik een voorbeeldfunctie voor de bewoners met betrekking tot een
gezonde leefstijl.
Ik stimuleer de mensen om goed voor zichzelf te zorgen door op tijd op te staan en
zich elke dag even op te frissen door middel van te douchen of zichzelf te wassen.
Ook stimuleer ik de mensen om goed te eten en te drinken, vaak zijn zij erg ontremd
waardoor ze veel te veel willen eten en hierin ook niet kunnen stoppen. Dus ik
probeer altijd met de mensen mee te eten en te laten zien wat ik eet en stimuleer ze
dan om een normale portie te eten.
Zoals bij het avondeten kiezen de bewoners er vaak voor om alleen het vlees en het
toetje te willen eten. Dit omdat ze de groente en aardappels dan niet lekker vinden
en alleen het lekkere willen opeten. Aangezien ik dan de voorbeeldfunctie heb, laat
ik ze zien dat ik ook mijn groente en aardappels eet en pas aan het toetje begin als
mijn eten helemaal op is. Zo daag ik ze uit om ook de groente en aardappels te eten,
zodat ze de goede voedingstoffen binnen krijgen.
Ook daag ik de mensen uit om genoeg te bewegen, zo ga ik vaak met de mensen een
rondje lopen door het gebouw of neem ik ze mee als ik vuil weg moet of als ik
boodschappen moet doen voor de afdeling.
Nu mijn gezondheid!
Opdracht C
Je hebt in je werk een voorbeeldfunctie met betrekking tot een gezonde leefstijl. Maak
een reportage over hoe je aan jouw voorbeeldfunctie werkt.
Voorbeeldfunctie bij Maria-Oord
Op mijn werk ben ik een voorbeeldfunctie voor de bewoners met betrekking tot een
gezonde leefstijl.
Ik stimuleer de mensen om goed voor zichzelf te zorgen door op tijd op te staan en
zich elke dag even op te frissen door middel van te douchen of zichzelf te wassen.
Ook stimuleer ik de mensen om goed te eten en te drinken, vaak zijn zij erg ontremd
waardoor ze veel te veel willen eten en hierin ook niet kunnen stoppen. Dus ik
probeer altijd met de mensen mee te eten en te laten zien wat ik eet en stimuleer ze
dan om een normale portie te eten.
Zoals bij het avondeten kiezen de bewoners er vaak voor om alleen het vlees en het
toetje te willen eten. Dit omdat ze de groente en aardappels dan niet lekker vinden
en alleen het lekkere willen opeten. Aangezien ik dan de voorbeeldfunctie heb, laat
ik ze zien dat ik ook mijn groente en aardappels eet en pas aan het toetje begin als
mijn eten helemaal op is. Zo daag ik ze uit om ook de groente en aardappels te eten,
zodat ze de goede voedingstoffen binnen krijgen.
Ook daag ik de mensen uit om genoeg te bewegen, zo ga ik vaak met de mensen een
rondje lopen door het gebouw of neem ik ze mee als ik vuil weg moet of als ik
boodschappen moet doen voor de afdeling.