Maagsonde inbrengen, voedingspomp
bedienen, sondevoeding toedienen
neus-maagsonde/PEG, maagsonde
verzorgen
,Maagsonde inbrengen
Een neusmaagsonde is een sonde die via de neus en slokdarm in de maag wordt
geschoven. Het uiteinde van de sonde ligt in de maag. De sonde kan in het begin bij het
slikken wel gevoeld worden. Dit gevoel went echter meestal vrij snel.
Indicaties
Een neusmaagsonde wordt geplaatst wanneer de patiënt niet of niet voldoende kan of
wil eten.
Contra-indicaties
Ernstige oesofagitis ontsteking van de slokdarm.
Ernstige oesofagusvarices verwijde bloedvaten in de slokdarm.
Afsluitend oesofaguscarcinoom tumor in de slokdarm.
Tracheo-oesofageale fistel aangeboren, open verbinding tussen
de slokdarm en de luchtpijp.
Veelvuldig verwijderen van de neusmaagsonde
Schedelbasisfractuur
Complicaties
De meest voorkomende complicaties bij een neussonde zijn:
een luchtweginfectie of longontsteking door het verslikken van de maaginhoud.
Dit gebeurt vaker bij mensen die een kalmeringsmiddel hebben gehad of niet
nuchter zijn;
een beschadiging van het neusslijmvlies door het inbrengen van de sonde.
Hierdoor kan een bloedneus ontstaan.
pH bepalen
pH-meting is een betrouwbare manier om de ligging van de sonde te controleren.
Gebruik een 10 ml spuitje voor het optrekken van aspiraat, zeker geen 50 ml. Met
een kleiner spuitje hoef je geen kracht te gebruiken met optrekken
Trek heel langzaam op om aspiraat te krijgen
Als een patiënt veel slijm ophoest als de sonde wordt in gebracht, kan het zijn dat
de pH net zo hoog is als in de longen, omdat er dan slijm in de maag zit en dan
ook slijm opgetrokken zal worden, dan 15 minuten wachten en pH opnieuw
bepalen.
Als de sonde niet diep genoeg zit, kan in oesophagus ook slijm zitten dat de
patiënt net heeft opgehoest. Dan zal de pH ook net zo hoog zijn als de pH in de
longen, wanneer de sonde 5 cm dieper opgeschoven wordt, zal er een andere pH
uitslag zijn.
, Wat te doen bij welke pH-waarde?
pH 2,0 — 5,5 pH 6,0 — 6,5 pH 7,0 — 8,0 pH 8,5 — 9,0
Voeden Niet voeden Niet voeden Niet voeden
bij eerste pH-meting na trek de sonde verwijder de
inbrengen sonde; duw 5 – 10 cm sonde en breng
deze 5 cm verder en terug en een nieuwe in
bepaal de pH opnieuw bepaal de pH
De sonde ligt in de
opnieuw
bij langer zittende sonde; longen.
wacht met voeden en De sonde ligt
bepaal na 30 minuten de waarschijnlijk in het
pH opnieuw duodenum (pH 7,0 –
8,0) of in de longen
geen verandering bij 2de
(pH 7,0 – 9,0).
pH-meting: overleg met
voedingsverpleegkundige
of behandelend arts
Aandachtspunten
PH-bepaling is alleen nodig na het inbrengen van de sonde. Op andere momenten
is het van belang met klinische blik te kijken naar veranderingen
bij twijfel wordt de pH opnieuw bepaald. Water of voeding in aspiraat kan de pH-
waarde verhogen. Blaas in dat geval eerst de sonde door met een met luchtgevuld
spuitje om water- en eventuele sondevoedingsresten te verwijderen. Bepaal dan
opnieuw de pH-waarde
ga na of de patiënt maagbeschermers of maagzuurremmers gebruikt. Deze
kunnen de pH-waarde verhogen. In de praktijk gebeurt dit meestal niet. Meet
voor alle zekerheid bij een te hoge pH nogmaals de pH na 15 minuten
blijf alert op klinische verschijnselen, zoals benauwdheid, cyanose, hoesten,
zweten en angst. Bij patiënten met een verminderd bewustzijn kunnen deze
klinische verschijnselen minder of niet aanwezig zijn terwijl de sonde toch
verkeerd ligt
controleer dagelijks of de pleister op de sonde nog goed op de neus vast zit.
Vervang de pleister als deze een beetje loslaat
leid de sonde achter het oor langs en bevestig de sonde met behulp van een
pleister of veiligheidsspeld op de kleding
bedienen, sondevoeding toedienen
neus-maagsonde/PEG, maagsonde
verzorgen
,Maagsonde inbrengen
Een neusmaagsonde is een sonde die via de neus en slokdarm in de maag wordt
geschoven. Het uiteinde van de sonde ligt in de maag. De sonde kan in het begin bij het
slikken wel gevoeld worden. Dit gevoel went echter meestal vrij snel.
Indicaties
Een neusmaagsonde wordt geplaatst wanneer de patiënt niet of niet voldoende kan of
wil eten.
Contra-indicaties
Ernstige oesofagitis ontsteking van de slokdarm.
Ernstige oesofagusvarices verwijde bloedvaten in de slokdarm.
Afsluitend oesofaguscarcinoom tumor in de slokdarm.
Tracheo-oesofageale fistel aangeboren, open verbinding tussen
de slokdarm en de luchtpijp.
Veelvuldig verwijderen van de neusmaagsonde
Schedelbasisfractuur
Complicaties
De meest voorkomende complicaties bij een neussonde zijn:
een luchtweginfectie of longontsteking door het verslikken van de maaginhoud.
Dit gebeurt vaker bij mensen die een kalmeringsmiddel hebben gehad of niet
nuchter zijn;
een beschadiging van het neusslijmvlies door het inbrengen van de sonde.
Hierdoor kan een bloedneus ontstaan.
pH bepalen
pH-meting is een betrouwbare manier om de ligging van de sonde te controleren.
Gebruik een 10 ml spuitje voor het optrekken van aspiraat, zeker geen 50 ml. Met
een kleiner spuitje hoef je geen kracht te gebruiken met optrekken
Trek heel langzaam op om aspiraat te krijgen
Als een patiënt veel slijm ophoest als de sonde wordt in gebracht, kan het zijn dat
de pH net zo hoog is als in de longen, omdat er dan slijm in de maag zit en dan
ook slijm opgetrokken zal worden, dan 15 minuten wachten en pH opnieuw
bepalen.
Als de sonde niet diep genoeg zit, kan in oesophagus ook slijm zitten dat de
patiënt net heeft opgehoest. Dan zal de pH ook net zo hoog zijn als de pH in de
longen, wanneer de sonde 5 cm dieper opgeschoven wordt, zal er een andere pH
uitslag zijn.
, Wat te doen bij welke pH-waarde?
pH 2,0 — 5,5 pH 6,0 — 6,5 pH 7,0 — 8,0 pH 8,5 — 9,0
Voeden Niet voeden Niet voeden Niet voeden
bij eerste pH-meting na trek de sonde verwijder de
inbrengen sonde; duw 5 – 10 cm sonde en breng
deze 5 cm verder en terug en een nieuwe in
bepaal de pH opnieuw bepaal de pH
De sonde ligt in de
opnieuw
bij langer zittende sonde; longen.
wacht met voeden en De sonde ligt
bepaal na 30 minuten de waarschijnlijk in het
pH opnieuw duodenum (pH 7,0 –
8,0) of in de longen
geen verandering bij 2de
(pH 7,0 – 9,0).
pH-meting: overleg met
voedingsverpleegkundige
of behandelend arts
Aandachtspunten
PH-bepaling is alleen nodig na het inbrengen van de sonde. Op andere momenten
is het van belang met klinische blik te kijken naar veranderingen
bij twijfel wordt de pH opnieuw bepaald. Water of voeding in aspiraat kan de pH-
waarde verhogen. Blaas in dat geval eerst de sonde door met een met luchtgevuld
spuitje om water- en eventuele sondevoedingsresten te verwijderen. Bepaal dan
opnieuw de pH-waarde
ga na of de patiënt maagbeschermers of maagzuurremmers gebruikt. Deze
kunnen de pH-waarde verhogen. In de praktijk gebeurt dit meestal niet. Meet
voor alle zekerheid bij een te hoge pH nogmaals de pH na 15 minuten
blijf alert op klinische verschijnselen, zoals benauwdheid, cyanose, hoesten,
zweten en angst. Bij patiënten met een verminderd bewustzijn kunnen deze
klinische verschijnselen minder of niet aanwezig zijn terwijl de sonde toch
verkeerd ligt
controleer dagelijks of de pleister op de sonde nog goed op de neus vast zit.
Vervang de pleister als deze een beetje loslaat
leid de sonde achter het oor langs en bevestig de sonde met behulp van een
pleister of veiligheidsspeld op de kleding