Paragraaf 1 Politiek en burgerschap in de Griekse wereld
De wereld van Griekse stadstaten
Griekenland in de Oudheid: geen politieke eenheid maar bestond uit zelfstandige poleis (: Grieks voor stadstaten,
enkelvoud is polis)
Poleis:
Ontstaan vanaf 850 v.Chr. t.g.v. bevolkingsgroei, toename landbouwproductie en behoefte aan ‘markt’
Bestonden uit kleine dorpjes en omliggend platteland
Voerden geregeld oorlog met elkaar
Trots op zijn politieke zelfstandigheid
Inwoners voelden zich (naast polis ook) onderdeel van de Griekse beschaving (: ontwikkeling die een volg heeft
bereikt op het gebied van kunst, techniek, wetenschap, normen en waarden)
Dezelfde goden, taal en heldenverhalen
Volken buiten Griekenland: barbaren
Vanaf 750 v.Chr.: bevolkingsgroei en voedseltekort deel van bevolking trok weg om koloniën (: een nederzetting
buiten het eigen land, waar inwoners van het eigen land zich vestigen en er economische en/of bestuurlijke macht
hebben) te stichten bewoners van nieuwe poleis hielden contact met moedersteden netwerk van Griekse
poleis aan kusten Middellandse en Zwarte Zee, handel nam hier toe
Handelaren en kooplieden ontstaan (burgerij, belangrijk voor economie)
Grieken kwamen in contact met andere volken culturele kruisbestuiving
Griekse Cultuur verspreidde en ontwikkelde zich snel
Burgerschap en vormen van bestuur
De manier van regeren verschilde door zelfstandige poleis
In het begin: monarchie (: een land waarin een koning door erfopvolging aan de macht is gekomen)
Gaandeweg in de meeste poleis: aristocratie (: bestuur door een groep edelen)
Edelen rechtvaardigden hun politieke macht met hun afstamming en militaire rol
Zij konden dankzij hun rijkdom als enigen een wapenuitrusting betalen en de polis beschermen
Welvaart in Griekenland groeide, de oorlogvoering werd minder exclusief, waardoor de aristocratieën afbrokkelden
Machtsverhoudingen werden onder druk gezet
Meer inwoners maakten aanspraak op burgerschap (: het hebben van politieke en maatschappelijke rechten als
inwoner van een stad, gebied of land) omdat zij een actieve rol hadden in het leger
Ze mochten door politieke rechten lid worden van een volksvergadering
Sparta:
Volksvergadering
Machtige Raad van Oudsten
Vijf ‘opzichters’
Twee koningen die tijdens oorlogen het bevel over het leger voerden
Tirannie: bestuur door een (vaak wrede) alleenheerser
Vooral in stadstaten waarin de adel het burgerschap tegenhield, en de bevolking de tiran toestemming gaf
Atheense tiran Peisistratos werd populair door leningen te verschaffen voor verbouwen van olijven en druiven,
waarmee boeren meer geld verdienden dan met graan
Meeste tirannen waren wreed, tirannie kreeg hierdoor een negatieve klank
De Atheense democratie
509 v.Chr.: de tiran in Athene werd met behulp van het volk verdreven
Er ontstond een nieuwe bestuursvorm: democratie (: bestuursvorm waarin het volk (dèmos) dat burgerschap
heeft de hoogste macht (kratos) heeft doordat het de politieke beslissingen neemt)
, Vrouwen, slaven en inwoners van niet-Atheense afkomst waren hiervan uitgesloten
Mannen met burgerschap waren gelijk (ongeacht afkomst, inkomen, beroep, etc.), ze mochten spreken en
stemmen in volksvergadering
Belangrijke functies werden door loting verdeeld, om te voorkomen dat de macht in handen van een kleine groep
die mensen omkocht viel, of van iemand die populariteit won
Raad van Vijfhonderd: raad die de dagelijkse leiding over de polis had en deed voorstellen waarover de
volksvergadering stemde (één jaar zitting)
Directe democratie: burgers stemmen zelf over politieke voorstellen, bijvoorbeeld in een volksvergadering
Burger moest persoonlijk aanwezig zijn bij volksvergadering om te kunnen stemmen
Schervengericht/ostracisme: stemming van Atheense volksvergadering waarbij elke burger de naam van een door
hem ongewenste politicus in een potscherf kraste
Politicus met meeste stemmen: tien jaar verbannen
Atheners die tegen democratie waren voerden (net als andere Grieken) veel discussie over vragen rond politiek en
burgerschap
Bijv. Plato en Aristophanes
De vele poleis met elk eigen bestuursvormen stimuleerde dit
Het einde van zelfstandige stadstaten
Eind 6e eeuw v.Chr.: Griekse stadstaten in Ionië (West-Turkije) kwamen onder Perzisch bestuur
Ionië kwam met hulp van Athene in opstand, de Perzische koning strafte de Grieken hiervoor
Grieken versloegen het Perzische leger, dit maakte duidelijk dat de Grieken goed samen konden werken, de
overwinningen versterkte het Griekse zelfbewustzijn
Grieken werden gepresenteerd als triomf van ‘vrije Griekse Polisburger’ op de ‘slaafse onderdanen’ van de Perzische
koning
Veel poleis moesten zich na Perzische oorlog als bondgenoot schikken in de hegemonie (: overheersende invloed
van een staat over andere staten) van Athene en Sparta
430-404 v.Chr.: oorlog tussen Athene en Sparta, iedereen werd door de hegemonie meegesleept
338 v.Chr.: koning Philippos van Macedonië verslaat Athene en Sparta
Definitief einde zelfstandigheid van Griekse poleis
Stadstaten mochten niet hun eigen buitenlandse politiek bepalen
Philippos stelde dat hij namens Griekenland wraak wilde nemen op het Perzische rijk om vertrouwen te winnen
334 v.Chr.: Alexander de Grote (zoon Philippos) startte een veldtocht van tien jaar, hij veroverde met zijn Grieks-
Macedonische leger een gebied van Egypte tot India
Na Alexanders dood: het veroverde gebied viel uiteen in drie koninkrijken:
1. Egypte
2. Azië
3. Macedonië en Griekenland
Grieken in veroverde gebieden hielden vast aan hun taal en cultuur Griekse cultuur verspreidde ver buiten
Griekenland
Hellenisme: de verspreiding van Griekse cultuur in de gebieden die Alexander de Grote had veroverd
Hellas: Griekse naam voor Griekenland
Paragraaf 2 Wetenschappelijk denken
Athene als centrum van cultuur en wetenschap
5e en 4e eeuw v.Chr.: Athene was brandpunt van Griekse beschaving
Kunstenaars, dichters en denkers trokken naar Athene om er te werken
Athene: rijk, bruiste van inspiratie en ideeën