Paragraaf 1 Renaissance en humanisme
Renaissance
Middeleeuwen: Kerk had weinig waardering voor kennis Oudheid.
Veel kennis voor Europa verloren.
Kruistochten en handel: Europa in contact met Arabische wetenschappers.
Wetenschappelijke kennis overnemen en uitbreiden.
Late Middeleeuwen: interesse in kennis Oudheid.
Vooral in Noord-Italië;
Noord-Italië: welvarende + zelfbewuste burgerij door handel, genoten van het leven en
luxegoederen;
Kerk (memento mori) sloot niet aan op mentaliteit + levensstijl van burgerij;
Grieken en Romeinen sloten wel aan.
Dus: hernieuwde belangstelling voor klassieke kennis.
Klassiek erfgoed (: cultuurgoed dat is overgeleverd uit eerdere tijden) werd weer onderzocht;
1453: Constantinopel in Turkse handen;
Rijke burgers vluchten naar Italië met hun klassieke idealen en denkbeelden (Byzantijnse
Rijk).
Renaissance: cultuurstroming in de 15e en 16e eeuw die de mens centraal stelde en de kunst uit
de klassiek Oudheid als voorbeeld nam.
Letterlijk: wedergeboorte;
Grieks-Romeinse bouw- en kunststijlen werden geïmiteerd;
Overeenkomst: zuilen, timpanen, beeldhouwwerken;
Verschil: gezichten niet meer streng + ernstig, maar hadden individuele trekken en emoties.
Bekende Italiaanse renaissancekunstenaars:
Leonardo da Vinci
Michelangelo
Homo universalis: persoon die actief en begaafd is op diverse terreinen.
Humanisme
Middeleeuwen: christelijk geloof beheerste het denken van kunstenaars en wetenschappers.
Renaissancekunstenaars en –wetenschappers keken neer op deze tijd, Middeleeuwen was
een duistere periode.
Renaissance: wetenschappers wilden met hun verstand verschijnselen verklaren.
Geloof en uitleg van Bijbel en Kerk was niet langer de basis van kennis.
Humanisme: geestelijke beweging uit de 15e en 16e eeuw die zich kenmerkte door studie van
klassieke Oudheid en door zelfstandig en kritisch denken.
‘Humanisme’ omdat de mens centraal staat;
Humanistische geleerden benadrukten individualiteit en verstand van mens;
Ze bediscussieerden sociale, politieke, religieuze en morel waarden;
Doel: wereld verbeteren.
, Kerkelijke zaken werden ook bediscussieerd.
Nederlandse humanist Erasmus maakte op basis van oudst overgeleverde teksten een
wetenschappelijk verantwoorde Bijbelvertaling;
Vulgaat (: Bijbel die de Kerk gebruikte, veel overgeschreven Latijnse vertaling van
Hebreeuwse en Griekse teksten, zit vol vertaalfouten);
Kerk kwam in dilemma omdat kerkelijke regels op de Vulgaat waren.
Humanistisch onderzoek vernieuwde geestelijk en fysiek mensbeeld (: voorstelling van wat de
mens is, zowel in geestelijke als in lichamelijke zin).
Fysiek mensbeeld:
Artsen bestudeerden bouw en werking van menselijk lichaam
Klassieke theorieën, met soms aanpassingen vanwege fouten.
Paragraaf 2 Ontdekkers van nieuwe werelden
Wereldbeeld rond 1450
Late Middeleeuwen: handel werd internationaler.
Hoofdrol: handelaren uit Genua, Florence en Venetië.
1450: men had een vrij gedetailleerde en betrouwbare kaart van het Middellandse Zeegebied
door handelscontacten.
Gold niet voor de wereldkaart;
Wetenschapper Tescanelli combineerde wereldkaarten van Grieken en de gegevens uit
Europese en Arabische kennis; het gebied buiten de Middellandse Zee was niet betrouwbaar;
Toch leidde het combineren van oude en nieuwe kennis tot verbreding van wereldbeeld (:
voorstelling van de werkelijkheid en van de wereld).
Portugezen gaan voor
Aziatische producten (specerijen, zijde, edelstenen):
Arabische en Ottomaanse handelaren Noord-Italiaanse handelaren Portugal en Spanje.
Iedereen wilde aan de producten verdienen, hierdoor was het duur voor Portugal en Spanje
maar Arabieren en Ottomanen weigerden Europese handelaren toegang. Zeker na verovering
Constantinopel was het onmogelijk als Europeaan.
Portugese prins Hendrik de Zeevader organiseerde ontdekkingsreizen langs de Noord-Afrikaanse
kust.
Zou leiden tot het vinden van zeeroute naar Azië;
Als het niet lukte, konden Portugezen een deel van de handel in slaven, goud en ivoor
overnemen;
Portugezen verkenden en bezetten verschillende eilanden; deze dienden als basis voor
verdere reizen;
Plaatsbepaling op zee: kompas en astrolabium (Arabische kennis).
1488: Bartolomeus Diaz voer om zuidpunt Afrika.
1489: Vasco da Gama bereikte westkust India.
Op de route bezetten de Portugezen eilanden en kustplaatsen en versterken deze met forten
en soldaten;
Vanuit de factorijen (: handelspost aan een buitenlandse kust die werd gebruikt als
steunpunt voor de overzeese handel) dreven ze handel met inheemse bevolking;