EXAMENVRAGEN – IN DE STIJL VAN HET MOCK EXAM
1. Je werkt als gz-psycholoog op een poli voor kinderen en adolescenten.
De GGD meldt een groep Syrische, Eritrese en Afghaanse niet-begeleide minderjarige
vluchtelingen (AMV’s) die recent in Nederland zijn aangekomen en aanzienlijke psychische
klachten vertonen.
1a) Welke psychiatrische stoornissen verwacht je het meest bij deze AMV’s? Noem ten
minste vier stoornissen en bespreek precieze prevalentieschattingen op basis van
diagnostische interviews uit Patanè et al. (2022).
(indicatie: 150 woorden, 12 punten, 15 min)
1b) Jouw instelling wil een bestaande interventie voor jongeren (“Stronger Minds”)
cultureel aanpassen voor AMV’s uit Syrië, Eritrea en Afghanistan.
Formuleer een concreet, stapsgewijs adaptatieplan gebaseerd op Brown et al. (2020) en de
WHO 5-fasenstructuur. Benoem minstens vijf adaptatiestappen en beschrijf welke activiteiten
je in elke stap uitvoert.**
(indicatie: 300 woorden, 20 punten, 30 min)
2. Je ziet een 32-jarige vrouw uit Somalië die in Nederland hevige angst, herbelevingen
en achterdocht ervaart. Zij gelooft dat buurtbewoners haar vijandig volgen. Je wilt
zorgvuldig diagnostiek uitvoeren.
2a) Welke strategie volg je om cultuur-sensitieve diagnostiek te waarborgen?
Benoem en beschrijf minstens drie elementen uit Watson & Bhugra (2020) en de DSM-5
Cultural Formulation Interview die essentieel zijn om misinterpretatie te voorkomen.**
(indicatie: 300 woorden, 20 punten, 30 min)
3. In het multidisciplinaire team ontstaat discussie over verhoogd psychoserisico bij
migrantengroepen. Men vraagt jou om een wetenschappelijke onderbouwing.
3a) In welke mate is het verhoogde risico op psychose bij migranten empirisch
onderbouwd? Verwijs naar de epidemiologische bevindingen uit o.a. AESOP, The
Hague Incidence Study, EU-GEI en INTREPID II.
(indicatie: 250 woorden, 10 punten, 20 min)
, 3b) Noem drie verklaringsmodellen voor de verhoogde incidentie van psychose bij
migrantengroepen. Bespreek welke volgens jou het meest overtuigend is op basis van de
literatuur (Anglin 2021; Van der Ven chapter; Morgan 2019).
(indicatie: 250 woorden, 10 punten, 20 min)
**4. Je adviseert een NGO die psychosociale ondersteuning aanbiedt in een groot
opvangcentrum in Griekenland.
Het team wil weten welke interventies het meest passend zijn voor volwassenen en
adolescenten met uiteenlopende trauma’s.**
4a) Welke evidence-based interventies zijn effectief volgens Turrini et al. (2019) en Lely
et al. (2019)? Beschrijf de effectgroottes en geef aan welke interventies het sterkst scoren
op PTSD, depressie en angst.
(indicatie: 250 woorden, 10 punten, 20 min)
4b) De NGO wil een laag-intensieve interventie inzetten voor mensen met hoge distress
maar zonder duidelijke PTSD-diagnose. Leg uit waarom programma’s zoals PM+
(Problem Management Plus) geschikt zijn binnen vluchtelingencontexten. Verwijs naar
GMH-principes uit de colleges.
(indicatie: 150 woorden, 8 punten, 15 min)
5. In een grote stad in Nederland wordt een opvallende toename in meldingen van
paranoïde klachten gezien onder jongeren met een migratieachtergrond. Beleidsmakers
vragen om een analyse van onderliggende maatschappelijke factoren.
5a) Gebruik het model van Anglin et al. (2021) (“from womb to neighborhood”) en
benoem drie multilevel mechanismen waardoor structureel racisme psychoserisico
verhoogt.
(indicatie: 200 woorden, 10 punten, 20 min)
5b) Leg het “ethnic density effect” uit zoals beschreven door Veling et al. (AJP, 2008) en
in de college-slides. Waarom geldt dit als een robuuste beschermende factor?
(indicatie: 150 woorden, 8 punten, 15 min)
1. Je werkt als gz-psycholoog op een poli voor kinderen en adolescenten.
De GGD meldt een groep Syrische, Eritrese en Afghaanse niet-begeleide minderjarige
vluchtelingen (AMV’s) die recent in Nederland zijn aangekomen en aanzienlijke psychische
klachten vertonen.
1a) Welke psychiatrische stoornissen verwacht je het meest bij deze AMV’s? Noem ten
minste vier stoornissen en bespreek precieze prevalentieschattingen op basis van
diagnostische interviews uit Patanè et al. (2022).
(indicatie: 150 woorden, 12 punten, 15 min)
1b) Jouw instelling wil een bestaande interventie voor jongeren (“Stronger Minds”)
cultureel aanpassen voor AMV’s uit Syrië, Eritrea en Afghanistan.
Formuleer een concreet, stapsgewijs adaptatieplan gebaseerd op Brown et al. (2020) en de
WHO 5-fasenstructuur. Benoem minstens vijf adaptatiestappen en beschrijf welke activiteiten
je in elke stap uitvoert.**
(indicatie: 300 woorden, 20 punten, 30 min)
2. Je ziet een 32-jarige vrouw uit Somalië die in Nederland hevige angst, herbelevingen
en achterdocht ervaart. Zij gelooft dat buurtbewoners haar vijandig volgen. Je wilt
zorgvuldig diagnostiek uitvoeren.
2a) Welke strategie volg je om cultuur-sensitieve diagnostiek te waarborgen?
Benoem en beschrijf minstens drie elementen uit Watson & Bhugra (2020) en de DSM-5
Cultural Formulation Interview die essentieel zijn om misinterpretatie te voorkomen.**
(indicatie: 300 woorden, 20 punten, 30 min)
3. In het multidisciplinaire team ontstaat discussie over verhoogd psychoserisico bij
migrantengroepen. Men vraagt jou om een wetenschappelijke onderbouwing.
3a) In welke mate is het verhoogde risico op psychose bij migranten empirisch
onderbouwd? Verwijs naar de epidemiologische bevindingen uit o.a. AESOP, The
Hague Incidence Study, EU-GEI en INTREPID II.
(indicatie: 250 woorden, 10 punten, 20 min)
, 3b) Noem drie verklaringsmodellen voor de verhoogde incidentie van psychose bij
migrantengroepen. Bespreek welke volgens jou het meest overtuigend is op basis van de
literatuur (Anglin 2021; Van der Ven chapter; Morgan 2019).
(indicatie: 250 woorden, 10 punten, 20 min)
**4. Je adviseert een NGO die psychosociale ondersteuning aanbiedt in een groot
opvangcentrum in Griekenland.
Het team wil weten welke interventies het meest passend zijn voor volwassenen en
adolescenten met uiteenlopende trauma’s.**
4a) Welke evidence-based interventies zijn effectief volgens Turrini et al. (2019) en Lely
et al. (2019)? Beschrijf de effectgroottes en geef aan welke interventies het sterkst scoren
op PTSD, depressie en angst.
(indicatie: 250 woorden, 10 punten, 20 min)
4b) De NGO wil een laag-intensieve interventie inzetten voor mensen met hoge distress
maar zonder duidelijke PTSD-diagnose. Leg uit waarom programma’s zoals PM+
(Problem Management Plus) geschikt zijn binnen vluchtelingencontexten. Verwijs naar
GMH-principes uit de colleges.
(indicatie: 150 woorden, 8 punten, 15 min)
5. In een grote stad in Nederland wordt een opvallende toename in meldingen van
paranoïde klachten gezien onder jongeren met een migratieachtergrond. Beleidsmakers
vragen om een analyse van onderliggende maatschappelijke factoren.
5a) Gebruik het model van Anglin et al. (2021) (“from womb to neighborhood”) en
benoem drie multilevel mechanismen waardoor structureel racisme psychoserisico
verhoogt.
(indicatie: 200 woorden, 10 punten, 20 min)
5b) Leg het “ethnic density effect” uit zoals beschreven door Veling et al. (AJP, 2008) en
in de college-slides. Waarom geldt dit als een robuuste beschermende factor?
(indicatie: 150 woorden, 8 punten, 15 min)