Werkgroep 3: Deelnemingsvrijstelling
Opgave 1
X BV houdt 100% van de aandelen in B GmbH, een
Duitse kapitaalvennootschap (vpb-tarief
~30%). B GmbH houdt 6% van de aandelen in C Ltd.,
gevestigd op de Cayman Islands (geen
vennootschapsbelasting). C Ltd. houdt 20% van de
aandelen in D SA, gevestigd in Frankrijk (vpb-tarief
~30%).
Vraag: Maak de
toerekeningsbalans voor toepassing
van art. 13, lid 11, onderdeel b, Wet
Vpb voor het belang van X BV in B
GmbH.
Korte theorie: toerekeningsbalans en
plaats in de deelnemingsvrijstelling
Wanneer een deelneming:
- ter belegging wordt gehouden (art. 13 lid 9); of
- fictief als belegging wordt aangemerkt (art. 13 lid 10)
Geldt de deelnemingsvrijstelling in beginsel niet.
Er is srpake van een fictieve beleggingsdeelneming (Art. 13 lid 10) als er sprake is van:
Sub a: een beleggingsvehikel
Sub b: groepsfinanciering/terbeschikkingstelling
De toerekeningsbalans wordt gebruikt bij de bezittingentoets van art. 13 lid 11, onderdeel
b, Wet Vpb, om te bepalen of een (fictieve) beleggingsdeelneming toch kwalificeert als
kwalificerende beleggingsdeelneming (KBD).
Deze toets komt pas aan bod nadat vaststaat dat sprake is van een deelneming (≥5%) én dat
deze deelneming als een zuivere beleggingsdeelneming ( art. 13 lid 9) of een fictieve
beleggingsdeelneming (art. 13 lid 10) wordt aangemerkt.
Met de toerekeningsbalans wordt beoordeeld of de bezittingen van de deelneming,
onmiddellijk en middellijk, voor minder dan 50% bestaan uit laagbelaste vrije beleggingen.
Daarbij worden uitsluitend activa meegenomen, gewaardeerd tegen WEV, en wordt niet
,geconsolideerd maar toegerekend naar rato van het belang. De toets voorkomt dat passieve,
laagbelaste structuren onder de deelnemingsvrijstelling vallen, terwijl echte
ondernemingsactiviteiten wel worden beschermd.
Voor de toerekeningsbalans kijk je alleen naar het hoogste niveau (de toerekeningsbalans van
B GmbH). Dit is ook logsich, omdat je kijkt of X BV de deelnemingsvrijstelling kan
toepassen op B GmbH. Hierdoor moet je dus kijken of B GmbH ‘zuiver’ gehouden wordt.
De toerekeningsbalans staat in art. 13 lid 11 sub b Wet Vpb. De vraag: of het belang voor
meer dan 50% bestaat uit niet-laag belaste vrije beleggingen (middelijk of onmiddelijk)
Bij de toerekeningsbalans gaat het alleen om de activa, we kijken naar bezittingen.
Passiva laten we achterwege.
Uitwerking opgave
Toetsingskader
X BV houdt 100% van de aandelen in B GmbH. Er is dus sprake van een deelneming (art. 13
lid 2 Wet Vpb). Omdat B GmbH middellijk belangen houdt in laagbelaste entiteiten (C Ltd
op de Cayman Islands), moet worden getoetst of sprake is van een kwalificerende
beleggingsdeelneming. Dit gebeurt door de bezittingentoets van art. 13 lid 11 sub b Wet Vpb,
waarvoor een toerekeningsbalans wordt opgesteld: er moeten namelijk minder dan 50% van
de bezittingen laagbelast zijn.
Uitgangspunten toerekeningsbalans
Belangrijke dingen om te weten voor het maken van een toerekeningsbalans (Art. 13 lid 11
sub b Wet Vpb):
- Alleen activa wordt meegenomen (geen passiva);
- Geen consolidatie, maar toerekening naar rato van belang
- Waardering tegen WEV (in deze opgave wordt uitgegaan van de gegeven
boekwaarde, omdat geen afwijkende WEV is vermeld)
- Middellijke belangen worden meegerekend.
Activa van B GmbH (100%)
Uit de balans van B GmbH:
Machines = 244
Kasgeld = 256
De deelneming van B GmbH in C Ltd (54) wordt niet als bezitting meegenomen, maar
uitgesplitst naar de onderliggende activa (art. 13 lid 11, laatste zinsdeel).
Toerekening activa C Ltd (6%)
, Uit de balans van C Ltd:
Pand 600 * 6% = 36
I/C vorderingen 300 * 6% = 18
De deelneming van C Ltd in D SA (300) wordt niet als bezitting meegenomen, maar
uitgesplitst naar de onderliggende activa (art. 13 lid 11, laatste zinsdeel).
Toerekening activa D SA (6% * 20% =) 1,2%
Uit de balans van D SA:
Voorraad 500 * 6% * 20% = 6
Machines 1500 * 6% * 20% = 18
Kasgeld 1000 * 6% * 20% = 12
Volledige toerekeningsbalans
B GmbH Machines 244
B GmbH Kasgeld 256
C Ltd Pand 36
C Ltd I/C vorderingen 18
D SA Voorraad 6
D SA Machines 18
D SA Kasgeld 12
Totaal activa = 590
Beoordeling laagbelaste vrije beleggingen (art. 13 lid 12 Wet Vpb)
Bezittingen die niet noodzakelijk zijn voor de onderneming, met enkele expliciete
uitzonderingen.
Toets per activum
- Machines & voorraad: ondernemingsactiva, dus een goede bezitting
- Pand is onroerend goed, deze is uitgezonderd van vrije beleggingen (lid 12 sub a)
Opgave 1
X BV houdt 100% van de aandelen in B GmbH, een
Duitse kapitaalvennootschap (vpb-tarief
~30%). B GmbH houdt 6% van de aandelen in C Ltd.,
gevestigd op de Cayman Islands (geen
vennootschapsbelasting). C Ltd. houdt 20% van de
aandelen in D SA, gevestigd in Frankrijk (vpb-tarief
~30%).
Vraag: Maak de
toerekeningsbalans voor toepassing
van art. 13, lid 11, onderdeel b, Wet
Vpb voor het belang van X BV in B
GmbH.
Korte theorie: toerekeningsbalans en
plaats in de deelnemingsvrijstelling
Wanneer een deelneming:
- ter belegging wordt gehouden (art. 13 lid 9); of
- fictief als belegging wordt aangemerkt (art. 13 lid 10)
Geldt de deelnemingsvrijstelling in beginsel niet.
Er is srpake van een fictieve beleggingsdeelneming (Art. 13 lid 10) als er sprake is van:
Sub a: een beleggingsvehikel
Sub b: groepsfinanciering/terbeschikkingstelling
De toerekeningsbalans wordt gebruikt bij de bezittingentoets van art. 13 lid 11, onderdeel
b, Wet Vpb, om te bepalen of een (fictieve) beleggingsdeelneming toch kwalificeert als
kwalificerende beleggingsdeelneming (KBD).
Deze toets komt pas aan bod nadat vaststaat dat sprake is van een deelneming (≥5%) én dat
deze deelneming als een zuivere beleggingsdeelneming ( art. 13 lid 9) of een fictieve
beleggingsdeelneming (art. 13 lid 10) wordt aangemerkt.
Met de toerekeningsbalans wordt beoordeeld of de bezittingen van de deelneming,
onmiddellijk en middellijk, voor minder dan 50% bestaan uit laagbelaste vrije beleggingen.
Daarbij worden uitsluitend activa meegenomen, gewaardeerd tegen WEV, en wordt niet
,geconsolideerd maar toegerekend naar rato van het belang. De toets voorkomt dat passieve,
laagbelaste structuren onder de deelnemingsvrijstelling vallen, terwijl echte
ondernemingsactiviteiten wel worden beschermd.
Voor de toerekeningsbalans kijk je alleen naar het hoogste niveau (de toerekeningsbalans van
B GmbH). Dit is ook logsich, omdat je kijkt of X BV de deelnemingsvrijstelling kan
toepassen op B GmbH. Hierdoor moet je dus kijken of B GmbH ‘zuiver’ gehouden wordt.
De toerekeningsbalans staat in art. 13 lid 11 sub b Wet Vpb. De vraag: of het belang voor
meer dan 50% bestaat uit niet-laag belaste vrije beleggingen (middelijk of onmiddelijk)
Bij de toerekeningsbalans gaat het alleen om de activa, we kijken naar bezittingen.
Passiva laten we achterwege.
Uitwerking opgave
Toetsingskader
X BV houdt 100% van de aandelen in B GmbH. Er is dus sprake van een deelneming (art. 13
lid 2 Wet Vpb). Omdat B GmbH middellijk belangen houdt in laagbelaste entiteiten (C Ltd
op de Cayman Islands), moet worden getoetst of sprake is van een kwalificerende
beleggingsdeelneming. Dit gebeurt door de bezittingentoets van art. 13 lid 11 sub b Wet Vpb,
waarvoor een toerekeningsbalans wordt opgesteld: er moeten namelijk minder dan 50% van
de bezittingen laagbelast zijn.
Uitgangspunten toerekeningsbalans
Belangrijke dingen om te weten voor het maken van een toerekeningsbalans (Art. 13 lid 11
sub b Wet Vpb):
- Alleen activa wordt meegenomen (geen passiva);
- Geen consolidatie, maar toerekening naar rato van belang
- Waardering tegen WEV (in deze opgave wordt uitgegaan van de gegeven
boekwaarde, omdat geen afwijkende WEV is vermeld)
- Middellijke belangen worden meegerekend.
Activa van B GmbH (100%)
Uit de balans van B GmbH:
Machines = 244
Kasgeld = 256
De deelneming van B GmbH in C Ltd (54) wordt niet als bezitting meegenomen, maar
uitgesplitst naar de onderliggende activa (art. 13 lid 11, laatste zinsdeel).
Toerekening activa C Ltd (6%)
, Uit de balans van C Ltd:
Pand 600 * 6% = 36
I/C vorderingen 300 * 6% = 18
De deelneming van C Ltd in D SA (300) wordt niet als bezitting meegenomen, maar
uitgesplitst naar de onderliggende activa (art. 13 lid 11, laatste zinsdeel).
Toerekening activa D SA (6% * 20% =) 1,2%
Uit de balans van D SA:
Voorraad 500 * 6% * 20% = 6
Machines 1500 * 6% * 20% = 18
Kasgeld 1000 * 6% * 20% = 12
Volledige toerekeningsbalans
B GmbH Machines 244
B GmbH Kasgeld 256
C Ltd Pand 36
C Ltd I/C vorderingen 18
D SA Voorraad 6
D SA Machines 18
D SA Kasgeld 12
Totaal activa = 590
Beoordeling laagbelaste vrije beleggingen (art. 13 lid 12 Wet Vpb)
Bezittingen die niet noodzakelijk zijn voor de onderneming, met enkele expliciete
uitzonderingen.
Toets per activum
- Machines & voorraad: ondernemingsactiva, dus een goede bezitting
- Pand is onroerend goed, deze is uitgezonderd van vrije beleggingen (lid 12 sub a)