Schadeverzekering = Bij schade wordt een bedrag uitgekeerd, liggend aan de
schade.
Levensverzekering = Nodig bij kans op overlijden of bereiken van bepaalde
leeftijd.
Verplicht sparen = Het bedrijfspensioen.
Consumptief krediet = Leningen voor aanschaf van consumptiegoederen, die
kunnen niet als onderpand dienen.
Hypothecair krediet = Vormen van krediet met een onderpand.
Lineaire hypotheek = Gelijke bedragen aan aflossing, rente wordt minder.
Annuïteiten = Elke periode gelijke bedragen.
Een rechtsvorm is de juridische vorm van een organisatie.
Natuurlijk persoon = Persoon die deelneemt aan het rechtsverkeer en daarbij
rechten en verplichtingen heeft.
Rechtspersoon = Organisatie die rechten en plichten heeft.
Bij een NV en BV zijn de eigenaren niet privé aansprakelijk. Het bestuur heeft
hier de leiding.
De raad van commissarissen houdt toezicht op de werkzaamheden van het
bestuur en geeft advies.
Een vereniging is een samenwerking tussen mensen die een niet-commercieel
doel willen bereiken. Het is de enige rechtsvorm met leden. De algemene
ledenvergadering heeft de hoogste macht.
Een stichting is een rechtspersoon zonder leden, wel met een bestuur.
HR = Human Resource = Personeelszaken.
Individuele arbeidsovereenkomsten kunnen in meerdere vormen voorkomen:
Voor bepaalde tijd (einddatum).
Voor onbepaalde tijd (vast contract).
Oproepbasis.
Nul-uren.
Ontslag kan op 2 manieren:
Via het UWV.
, Via de rechter.
Transitievergoeding krijg je als je wordt ontslagen (behalve op staande voet).
De ondernemingsraad komt op voor de belangen van werknemers. De OR
heeft 4 rechten:
Adviesrecht.
Instemmingsrecht.
Initiatiefrecht.
Informatierecht.
Er zijn belangrijke toezichthouders op de geldmarkt en kapitaalmarkt:
AFM = Autoriteit Financiële Markten, houdt toezicht op de financiële marktsector
(banken).
DNB = De Nederlandse Bank, de centrale bank van Nederland, veilig
betalingsverkeer.
ACM = Autoriteit Consument en Markt, bedrijven moeten zich houden aan regels
voor mededinging. Er moet eerlijke concurrentie zijn.
Boven pari = Als de emissie hoger is dan de nominale waarde. Het verschil is
agio.
Intrinsieke waarde per aandeel = Eigen vermogen / aantal geplaatste
aandelen.
Eigen vermogen = Geplaatst aandelenkapitaal + reserves + winstsado.
Obligatie = Een verhandelbaar schuldbewijs voor een lening.
Leverancierskrediet = Je producten worden eerst geleverd en later betaald.
Afnemerskrediet = Er wordt eerst betaald.
Bij een rekening-courantkrediet kan je opnemen tot het kredietplafond.
Waardepropositie = Vertelt waarom een klant voor dit product moet kiezen.
Klantwaarde = De totale waarde van de aankopen van een klant bij een bedrijf.
Marketingmix: (beleid)
Product (wat?)