Werkgroep 6: Dividend- en Bronbelasting
Dividendbelastingen
DB is een voorheffing op de Ib/Vpb hou art. 25a lid 3 (een maximum op de verrekening)
in het achterhoofd
Vraag 1: Stellingen
Stelling: de belastingplichtige betaalt normaliter de dividendbelasting aan de Belastingdienst
Onjuist, volgens art. 7 Wet DB wordt de belasting geheven van de inhoudingsplichtige, die is
de opbrengst verschuldigd. Vervolgens vindt afdracht plaats op aangifte volgsn art. 19 AWR
binnen 1 maand na de maand van het belastbaar feit.
Belastingheffing geschiedt door inhouding, dus dat is niet de belastingplichtige.
Stelling: de belastingplichtige draagt altijd de dividendbelasting
Onjuist, inhoudingsplichtige (de uitkerende vennootschap) kan het voor zijn rekening nemen
volgens art. 6 DB.
Stelling: binnen de EU mag geen dividendbelasting worden geheven
Onjuist, DB mag geheven worden van natuurlijke personen en lichamen die geen recht
hebben op de deelnemingsvrijstelling. Art. 4 lid 2 Wet DB
Stelling: een naar Nederlands recht opgericht lichaam met feitelijke leiding in het buitenland
kan nooit inhoudingsplichtig zijn
Onjuist, oprichtingsfictie art. 1 lid 3 Wet DB.
Stelling: een coöperatie is altijd gelijk aan de BV en NV voor de Wet op de dividendbelasting
Onjuist, enkel een houdstercoöperatie is dat.
,Vraag 2: Introductie
Feiten
Farida, woonachtig in Nederland, koopt 5 aandelen in X N.V., zijnde 1% van het
totaal aantal door X N.V. uitgegeven aandelen
X N.V. is opgericht naar Nederlands recht, heeft haar feitelijke leiding in Nederland
en is beursgenoteerd aan de AEX
X N.V. heeft sinds haar oprichting aanzienlijke winsten behaald, en besluit daarom
een dividend uit te keren van EUR 10 per aandeel
Vraag: wat zijn de dividendbelastinggevolgen van deze uitkering?
- Farida is gerechtigd tot de opbrengst van de aandelen in X N.V.
- X N.V. is een naar Nederlands recht opgericht lichaam en bovendien feitelijk
gevestigd in Nederland (art. 1 lid 3 Wet DB jo. art. 4 AWR).
- Daarmee is sprake van aandelen in een in Nederland gevestigde vennootschap, zodat
op grond van artikel 1 lid 1 Wet DB dividendbelasting wordt geheven van de
gerechtigde tot de opbrengst, zijnde Farida.
- De dividendbelasting wordt geheven over de opbrengst van de aandelen (art. 2 Wet
DB).
- Tot de opbrengst behoren onder meer onmiddellijke uitdelingen van winst (art. 3 lid 1
onderdeel a Wet DB). Nu X N.V. aanzienlijke winsten heeft behaald en een dividend
uitkeert van €10 per aandeel, kwalificeert deze uitkering als een winstuitdeling. Farida
ontvangt €50 aan dividend (5 aandelen × €10).
- Het tarief van de dividendbelasting bedraagt 15% (art. 5 Wet DB), zodat €7,50 aan
dividendbelasting is verschuldigd. D
- eze belasting wordt niet door Farida zelf voldaan, maar wordt ingehouden door X
N.V. als inhoudingsplichtige (art. 7 lid 2 Wet DB).
- X N.V. dient de ingehouden dividendbelasting vervolgens op aangifte af te dragen aan
de Belastingdienst (art. 19 AWR).
, Vraag 3: Deelnemingsdividenden
Feiten
X N.V. is opgericht naar Nederlands recht, heeft haar feitelijke leiding in Nederland
en is actief in de productie van fietsen
X N.V. heeft drie aandeelhouders die ieder 1/3e van de aandelen in X N.V. houden:
o A SA, gevestigd in Spanje: de A groep is eveneens actief in de
fietsenproductie, en houdt het belang in X in het kader van een langdurige
samenwerking
o B LLC, een in de VS gevestigde entiteit die voor ieder 50% wordt gehouden
door C Inc. en D Inc., gevestigd in de VS
B LLC is naar Nederlandse maatstaven niet-transparant, en naar
Amerikaanse maatstaven wel transparant.
C en D zijn gevestigd in Amerika en zijn zowel voor Nederlandse als
Amerikaanse doeleinden niet- transparant.
C en D zijn beide actief in de productie van fietskettingen, en houden
hun belang in X, via B, in het kader van een langdurige samenwerking
o C Sarl: een in Luxemburg gevestigde entiteit waarin mevrouw Y haar
voormalige belang in X N.V. heeft ingebracht op advies van haar
belastingadviseur
Mevrouw Y houdt dit belang (via C) als investering
C voldoet aan de eisen genoemd in art. 1bis Uitv.besch. Wet Div Bel
C Sarl keert van X N.V. ontvangen dividenden altijd meteen uit aan
mevrouw Y, en drijft zelf geen onderneming
X N.V. keert dividend uit aan alle aandeelhouders
Vraag: wat zijn de dividendbelastinggevolgen van deze uitkering?
U hoeft geen aandacht te besteden aan door Nederland gesloten verdragen ter voorkoming
van dubbele belasting
X N.V. is een naar Nederlands recht opgericht lichaam en heeft haar feitelijke leiding in
Nederland, zodat sprake is van een in Nederland gevestigde vennootschap (art. 1 lid 3 Wet
DB jo. art. 4 AWR).
Dividendbelastingen
DB is een voorheffing op de Ib/Vpb hou art. 25a lid 3 (een maximum op de verrekening)
in het achterhoofd
Vraag 1: Stellingen
Stelling: de belastingplichtige betaalt normaliter de dividendbelasting aan de Belastingdienst
Onjuist, volgens art. 7 Wet DB wordt de belasting geheven van de inhoudingsplichtige, die is
de opbrengst verschuldigd. Vervolgens vindt afdracht plaats op aangifte volgsn art. 19 AWR
binnen 1 maand na de maand van het belastbaar feit.
Belastingheffing geschiedt door inhouding, dus dat is niet de belastingplichtige.
Stelling: de belastingplichtige draagt altijd de dividendbelasting
Onjuist, inhoudingsplichtige (de uitkerende vennootschap) kan het voor zijn rekening nemen
volgens art. 6 DB.
Stelling: binnen de EU mag geen dividendbelasting worden geheven
Onjuist, DB mag geheven worden van natuurlijke personen en lichamen die geen recht
hebben op de deelnemingsvrijstelling. Art. 4 lid 2 Wet DB
Stelling: een naar Nederlands recht opgericht lichaam met feitelijke leiding in het buitenland
kan nooit inhoudingsplichtig zijn
Onjuist, oprichtingsfictie art. 1 lid 3 Wet DB.
Stelling: een coöperatie is altijd gelijk aan de BV en NV voor de Wet op de dividendbelasting
Onjuist, enkel een houdstercoöperatie is dat.
,Vraag 2: Introductie
Feiten
Farida, woonachtig in Nederland, koopt 5 aandelen in X N.V., zijnde 1% van het
totaal aantal door X N.V. uitgegeven aandelen
X N.V. is opgericht naar Nederlands recht, heeft haar feitelijke leiding in Nederland
en is beursgenoteerd aan de AEX
X N.V. heeft sinds haar oprichting aanzienlijke winsten behaald, en besluit daarom
een dividend uit te keren van EUR 10 per aandeel
Vraag: wat zijn de dividendbelastinggevolgen van deze uitkering?
- Farida is gerechtigd tot de opbrengst van de aandelen in X N.V.
- X N.V. is een naar Nederlands recht opgericht lichaam en bovendien feitelijk
gevestigd in Nederland (art. 1 lid 3 Wet DB jo. art. 4 AWR).
- Daarmee is sprake van aandelen in een in Nederland gevestigde vennootschap, zodat
op grond van artikel 1 lid 1 Wet DB dividendbelasting wordt geheven van de
gerechtigde tot de opbrengst, zijnde Farida.
- De dividendbelasting wordt geheven over de opbrengst van de aandelen (art. 2 Wet
DB).
- Tot de opbrengst behoren onder meer onmiddellijke uitdelingen van winst (art. 3 lid 1
onderdeel a Wet DB). Nu X N.V. aanzienlijke winsten heeft behaald en een dividend
uitkeert van €10 per aandeel, kwalificeert deze uitkering als een winstuitdeling. Farida
ontvangt €50 aan dividend (5 aandelen × €10).
- Het tarief van de dividendbelasting bedraagt 15% (art. 5 Wet DB), zodat €7,50 aan
dividendbelasting is verschuldigd. D
- eze belasting wordt niet door Farida zelf voldaan, maar wordt ingehouden door X
N.V. als inhoudingsplichtige (art. 7 lid 2 Wet DB).
- X N.V. dient de ingehouden dividendbelasting vervolgens op aangifte af te dragen aan
de Belastingdienst (art. 19 AWR).
, Vraag 3: Deelnemingsdividenden
Feiten
X N.V. is opgericht naar Nederlands recht, heeft haar feitelijke leiding in Nederland
en is actief in de productie van fietsen
X N.V. heeft drie aandeelhouders die ieder 1/3e van de aandelen in X N.V. houden:
o A SA, gevestigd in Spanje: de A groep is eveneens actief in de
fietsenproductie, en houdt het belang in X in het kader van een langdurige
samenwerking
o B LLC, een in de VS gevestigde entiteit die voor ieder 50% wordt gehouden
door C Inc. en D Inc., gevestigd in de VS
B LLC is naar Nederlandse maatstaven niet-transparant, en naar
Amerikaanse maatstaven wel transparant.
C en D zijn gevestigd in Amerika en zijn zowel voor Nederlandse als
Amerikaanse doeleinden niet- transparant.
C en D zijn beide actief in de productie van fietskettingen, en houden
hun belang in X, via B, in het kader van een langdurige samenwerking
o C Sarl: een in Luxemburg gevestigde entiteit waarin mevrouw Y haar
voormalige belang in X N.V. heeft ingebracht op advies van haar
belastingadviseur
Mevrouw Y houdt dit belang (via C) als investering
C voldoet aan de eisen genoemd in art. 1bis Uitv.besch. Wet Div Bel
C Sarl keert van X N.V. ontvangen dividenden altijd meteen uit aan
mevrouw Y, en drijft zelf geen onderneming
X N.V. keert dividend uit aan alle aandeelhouders
Vraag: wat zijn de dividendbelastinggevolgen van deze uitkering?
U hoeft geen aandacht te besteden aan door Nederland gesloten verdragen ter voorkoming
van dubbele belasting
X N.V. is een naar Nederlands recht opgericht lichaam en heeft haar feitelijke leiding in
Nederland, zodat sprake is van een in Nederland gevestigde vennootschap (art. 1 lid 3 Wet
DB jo. art. 4 AWR).