Aantekeningen uit schooljaar 2025/2026
Table of Contents
Week 5 Vpb: Concernfinanciering...............................................2
Week 6 en Week 7 Vpb: Deelnemingsvrijstelling.......................26
Week 8 Vpb: Fusies en Splitsingen...........................................34
Week 9: Fiscale Eenheid Vennootschapsbelasting.....................43
Week 10 Vpb: Verliesverrekening.............................................61
Week 11: Buitenlandse belastingplicht en eindafrekening in de
Vpb........................................................................................ 65
Week 12: Systematiek van de Wet DB en Wet BB......................72
1
,Week 5 Vpb: Concernfinanciering
Onderwerpen week 5: Concernfinanciering 2
Kernverschil tussen EV en VV
De kern van renteaftrekproblematiek ligt in het fiscale verschil tussen EV en VV.
EV:
- Geen aftrekrecht voor de vergoeding (dividend)
- Ontvangst vaak onbelast door deelnemingsvrijstelling
- Geen aftrek bij afwaardering deelneming
VV:
- Rente aftrekbaar bij debiteuren
- Rente belast bij crediteur
- Afwaarderingen doorgaans aftrekbaar.
Ideale structuur: rente aftrekbaar in NL, maar (laag of niet) belast in het buitenland.
Dit verklaart het intensieve gebruik van (internationale) financieringsstructuren.
Financieringsstructuren en Base Erosion
- Fysieke activa (zoals fabrieken) zijn moeilijk verplaatsbaar
- Financiering en intellectuele eigendom zijn dat niet: geschikt voor structuren
- Renteaftrek kan leiden tot Base Erosion (uitholling van de grondslag)
Historische achtergrond renteaftrekbeperkingen
Situatie voor 1997:
Nauwelijks specifieke wetgeving, beperkte werking van renteaftrekbeperkingen via art. 13 lid
1 Wet Vpb, verder was er Fraus Legis als vangnet.
Fraus Legis kent 2 vereisten:
1. Motiefvereiste: Belastingverijdeling de doorslaggevende beweegreden is voor het
verrichten van de rechtshandeling(en).
2. Normvereiste: Strijd met doel en strekking van de wet
Voorbeeld motiefvereiste:
Structuur wordt opgezet uitsluitend om renteaftrek te creëren, zonder reële zakelijke
functie → motiefvereiste vervuld
Structuur heeft echte bedrijfsredenen (overname, herstructurering), belastingvoordeel
is bijvangst → motiefvereiste niet vervuld
We kenden winstdrainage arresten. Rode draad was dat EV werd ‘omgezet’ naar VV om
renteaftrek te creëeren. De arresten waren onvoldoende effectief: hierdoor kwam de invoering
van art. 10a Wet Vpb.
2
,Het Bosal arrest (BNB 2003/344)
Het Bosal arrest ging primair over financieringskosten en dan met name: rente op externe
bankleningen die een Nederlandse moedermaatschappij was aangegaan ter financiering van
de aankoop of het houden van een deelneming (dochtermaatschappij). Het ging om kosten
bij de moedermaatschappij die direct samenhingen met de deelneming.
Oude Nederlandse regeling (tot 1-1-2004)
Tot 2004 maakte de deelnemingsvrijstelling onderscheid tussen:
- Binnenlandse deelnemingen: samenhangende financieringskosten zijn wel
aftrekbaar.
- Buitenlandse deelnemingen: samenhangende financieringskosten zijn niet
aftrekbaar.
De gedachte hierachter was dat: winsten van buitenlandse deelnemingen in Nederland zijn
vrijgesteld, kosten die daarmee samenhangen waren daarom ook niet aftrekbaar. Dit
onderscheid was vastgelegd in de toenmalidge art. 13 Wet Vpb.
Oordeel van het HvJ (arrest Bosal)
Het HvJ oordeelde dat dit onderscheid: in strijd is met de vrijheid van vestiging, omdat
Nederlandse ondernemingen werden ontmoedigd om dochtermaatschappijen in andere EU-
lidstaten te vestigen.
Door NL werden rechtvaardigingen aangevoerd zoals: fiscale coherentie,
territorialiteitsbeginsel. Deze rechtvaardigingen werden verworpen.
Gevolg: financieringskosten met betrekking tot EU-deelnemingen mochten niet langer
categorisch worden uitgesloten van aftrek.
Gevolg in de praktijk: aftrek rente bij buitenlandse deelnemingen
Na het Bosal arrest konden Nederlandse moedermaatschappijen:
- Rente op externe leningen aftrekken
- Ook als die leningen waren aangegaan voor de financiering van buitenlandse
dochters
- Terwijl de deelnemingsopbrengsten (dividenden/vervreemdingswinsten) onbelast
bleven.
Dit leidde tot een structurele aftrek-zonder-heffing situatie.
Het ‘Bosal gat’
Het Bosal gat duidt op de periode na het arrest waarin:
- Rente- en andere financieringskosten aftrekbaar waren bij de moeder,
- Terwijl de opbrengsten uit de deelneming waren vrijgesteld.
Met name in grensoverschrijdende situaties ontstond hierdoor grondslaguitholling (base
erosion). De kosten zaten in Nederland en de winst zat bij de buitenlandse dochter.
In binnenlandse situaties werd dit nog gecompenseerd:
- renteaftrek bij de moeder ↔ belastbare winst bij de dochter, maar die compensatie
ontbrak bij buitenlandse deelnemingen.
Reactie van de wetgever
Na Bosal koos de wetgever er bewust voor:
alle financieringskosten (binnenlands én buitenlands) aftrekbaar te maken,
maar tegelijkertijd het Bosal-gat te dichten via specifieke renteaftrekbeperkingen,
3
, zoals:
o de houdster- en financieringsverliesregeling;
o de thincap-regeling (art. 10d oud);
o later art. 13l Wet Vpb, dat specifiek is gericht op het beperken van
renteaftrek ter zake van deelnemingen.
Kernsamenvatting (tentamenproof)
Het Bosal-arrest betrof de aftrekbaarheid van financieringskosten, met name rente op
externe leningen die door een Nederlandse moedermaatschappij waren aangegaan ter
financiering van buitenlandse deelnemingen. Het Hof van Justitie oordeelde dat het
uitsluiten van deze kosten, terwijl vergelijkbare kosten bij binnenlandse deelnemingen wel
aftrekbaar waren, in strijd was met de vrijheid van vestiging. Het arrest leidde tot het
zogenoemde Bosal-gat: aftrekbare rente zonder corresponderende heffing over
deelnemingsopbrengsten, dat later is bestreden met specifieke renteaftrekbeperkingen zoals
art. 13l Wet Vpb.
Renteaftrek in een vogelvlucht: stappenplan
Stap 1: EV of VV?
- Kwalificatie van de financiering
Stap 2: Zakelijkheid?
- Is de lening at arm’s length? Zou een onafhankelijke derde ook deze lening aangaan?
Art. 8b Wet Vpb.
- Art. 8bb Wet Vpb neutraliseert het Zweeds grootmoeder arrest.
- Voor de zakelijkheid kijk je door lichamen heen, dit is vooral bij verdragstoepassing
van belang: art. 8c Wet Vpb.
- Onzakelijke lening: correctie via art. 3.8 IB en art. 8b Wet Vpb
Stap 3: Specifieke renteaftrekbeperkingen
- Art. 10a: Is er sprake van uitholling door het gebruik van een besmette
rechtshandeling? Dan is er geen renteaftrek
- Art. 10b: renteloze of veel te lage rente op een lening met een lange looptijd? Dan
is er geen renteaftrek
- Art. 12aa: ATAD2 hybride mismatches Dan is er geen renteaftrek
- Art. 15b: Earningsstripping (generieke renteaftrekbeperking als vangnet, altijd van
toepassing) Dan is er geen renteaftrek
- Fraus Legis GAAR: Jurisprudentie/art. 29i Wet Vpb Geen aftrek, laatste vangnet.
Overzicht renteaftrekbeperkingen Wet Vpb
Belangrijkste bepalingen:
4