Latifa Ouirini
2149780
R2CB
15-01-2021
Een auto zorgt niet voor doden, de bestuurder die haantjesgedrag vertoont wel
Wat een rustige en zonnige vrijdagmiddag moest zijn voor de 27-jarige mannelijke slachtoffer en de
20-jarige vrouwelijke slachtoffers, veranderde in een bloedige nachtmerrie door de roekeloosheid
van de verdachte. Het mannelijke slachtoffer en één van de vrouwelijke slachtoffers kwamen te
overlijden. Het overlevende slachtoffer zal het trauma voor altijd met haar mee moeten dragen.
Ik ben van mening dat de verdachte voldoet aan de eisen van het primair tenlastegelegde feit, artikel
6 WVW 1994, en dus zodanig schuldig verklaard moet worden. De strafeis van artikel 175 WVW is
dan ook gerechtvaardigd. Hieronder zal ik onderbouwen waarom de verdachte deze straf opgelegd
dient te krijgen.
Situatieschets
Op vrijdag 12 juni 2020 rond 21:30 reden de drie slachtoffers op hun fiets/scooter niets vermoedend
over De Burg naast elkaar. Achter hen reed de verdachte, met een hogere snelheid dan de
toegestane maximale snelheid van 50 kilometer per uur, met de auto. De verdachte toeterde om hen
te waarschuwen, maar door de hoge snelheid en de smalle weg was het al te laat. De twee
slachtoffers die het meest links reden kwamen met een klap tegen de voorruit van het voertuig aan
en vlogen over de auto heen om vervolgens op het asfalt te eindigen. Het meest rechts rijdende
slachtoffer raakte de auto niet, maar belandde wel met een flinke klap in de sloot. Het mannelijke
slachtoffer, die in het midden reed, overleed kort na het ongeval. De twee vrouwelijke slachtoffers
werden levend naar het ziekenhuis gebracht. Het vrouwelijke slachtoffer, die door de automobilist
werd geraakt, stierf later die nacht aan haar verwondingen. Het overlevende slachtoffer liep zware
verwondingen op, waardoor ze vijf maanden niet heeft kunnen studeren en werken. Ze zal voor altijd
een mentaal litteken hebben.
De verdachte koos er bewust voor om te hard te rijden en te laat op de rem te trappen. Door zijn
roekeloosheid zijn er levens ontnomen en verpest.
In dit betoog zal ik beargumenteren waarom de verdachte schuldig is aan artikel 6 WVW.
Schuldig aan artikel 6 VWVW
Ik ben van mening dat de verdachte voldoet aan de bestanddelen van het tenlastegelegde feit (art.6
WVW) en dus schuldig is. De bestanddelen luiden als volgt:
1. Er moet sprake zijn van schuld;
2a. Iemand moet zijn gedood;
2b. Iemand moet zwaar lichamelijk letsel zijn toegebracht;
3. Er moet een verkeersongeval hebben plaats gevonden.
Ik zal beargumenteren waarom de verdachte aan deze bestanddelen voldoet en dus schuldig is.
Ten eerste is er sprake van schuld. Het valt de verdachte te verwijten dat het ongeluk heeft plaats
gevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig gedrag.
De maximale snelheid van de weg is 50 kilometer per uur. Uit onderzoek blijkt dat de vermoedelijke
snelheid van de verdachte 63,2 kilometer per uur was. Een getuige kan bevestigen dat de verdachte
hard reed, ook merkte de getuige op dat de verdachte te laat remde. De verdachte verklaarde dat hij
2149780
R2CB
15-01-2021
Een auto zorgt niet voor doden, de bestuurder die haantjesgedrag vertoont wel
Wat een rustige en zonnige vrijdagmiddag moest zijn voor de 27-jarige mannelijke slachtoffer en de
20-jarige vrouwelijke slachtoffers, veranderde in een bloedige nachtmerrie door de roekeloosheid
van de verdachte. Het mannelijke slachtoffer en één van de vrouwelijke slachtoffers kwamen te
overlijden. Het overlevende slachtoffer zal het trauma voor altijd met haar mee moeten dragen.
Ik ben van mening dat de verdachte voldoet aan de eisen van het primair tenlastegelegde feit, artikel
6 WVW 1994, en dus zodanig schuldig verklaard moet worden. De strafeis van artikel 175 WVW is
dan ook gerechtvaardigd. Hieronder zal ik onderbouwen waarom de verdachte deze straf opgelegd
dient te krijgen.
Situatieschets
Op vrijdag 12 juni 2020 rond 21:30 reden de drie slachtoffers op hun fiets/scooter niets vermoedend
over De Burg naast elkaar. Achter hen reed de verdachte, met een hogere snelheid dan de
toegestane maximale snelheid van 50 kilometer per uur, met de auto. De verdachte toeterde om hen
te waarschuwen, maar door de hoge snelheid en de smalle weg was het al te laat. De twee
slachtoffers die het meest links reden kwamen met een klap tegen de voorruit van het voertuig aan
en vlogen over de auto heen om vervolgens op het asfalt te eindigen. Het meest rechts rijdende
slachtoffer raakte de auto niet, maar belandde wel met een flinke klap in de sloot. Het mannelijke
slachtoffer, die in het midden reed, overleed kort na het ongeval. De twee vrouwelijke slachtoffers
werden levend naar het ziekenhuis gebracht. Het vrouwelijke slachtoffer, die door de automobilist
werd geraakt, stierf later die nacht aan haar verwondingen. Het overlevende slachtoffer liep zware
verwondingen op, waardoor ze vijf maanden niet heeft kunnen studeren en werken. Ze zal voor altijd
een mentaal litteken hebben.
De verdachte koos er bewust voor om te hard te rijden en te laat op de rem te trappen. Door zijn
roekeloosheid zijn er levens ontnomen en verpest.
In dit betoog zal ik beargumenteren waarom de verdachte schuldig is aan artikel 6 WVW.
Schuldig aan artikel 6 VWVW
Ik ben van mening dat de verdachte voldoet aan de bestanddelen van het tenlastegelegde feit (art.6
WVW) en dus schuldig is. De bestanddelen luiden als volgt:
1. Er moet sprake zijn van schuld;
2a. Iemand moet zijn gedood;
2b. Iemand moet zwaar lichamelijk letsel zijn toegebracht;
3. Er moet een verkeersongeval hebben plaats gevonden.
Ik zal beargumenteren waarom de verdachte aan deze bestanddelen voldoet en dus schuldig is.
Ten eerste is er sprake van schuld. Het valt de verdachte te verwijten dat het ongeluk heeft plaats
gevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig gedrag.
De maximale snelheid van de weg is 50 kilometer per uur. Uit onderzoek blijkt dat de vermoedelijke
snelheid van de verdachte 63,2 kilometer per uur was. Een getuige kan bevestigen dat de verdachte
hard reed, ook merkte de getuige op dat de verdachte te laat remde. De verdachte verklaarde dat hij