Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting tentamen Ondernemingsfinanciering 2025/2026. Alle belangrijke onderwerpen die je moet kennen voor het tentamen!

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
49
Geüpload op
01-02-2026
Geschreven in
2025/2026

Samenvatting tentamen Ondernemingsfinanciering 2025/2026. Alle belangrijke onderwerpen die je moet kennen voor het tentamen! Met deze samenvatting heb ik een 8 gehaald.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Week 1 Externe verslaggeving & Jaarrekening
 Plaats en functie van de externe jaarrekening
 Doel van de jaarrekening (art. 2:362 BW)
De externe jaarrekening is een informatiebron bij belangrijke economische beslissingen. Het is
afgeleid uit de bedrijfsadministratie en door de jaarrekening legt het bestuur van de vennootschap
rekening en verantwoording af.
De jaarrekening moet volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden
beschouwd, een zodanig inzicht geven dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent:
- Het vermogen en het resultaat rentabiliteit
- De liquiditeit en solvabiliteit
Dit artikel is het kapstokartikel van het jaarrekeningenrecht (bij vrijwel elke tentamenvraag over
verslaggeving moet je hier op terugvallen).

 Getrouw beeld en aanvullende werking
- Lid 2 en 3: balans en winst- en verliesrekening moeten het vermogen en resultaat
getrouw, duidelijk en stelselmatig weergeven.
o Stelselmatig doelt op keuzes: bij het opstellen van de jaarrekening, de balans en
bij de waardering kunnen keuzen worden gemaakt. Deze keuzes moeten
stelselmatig worden gemaakt. Je kan niet zomaar gaan afwijken. Afwijken kan
alleen met een goede reden. Dit moet dan ook goed toegelicht worden in de
jaarrekening (art. 2:384 lid 6 BW). Voorbeelden van dergelijke keuzes zijn
wel/niet activeren en de manier van afschrijven.
- Lid 4 (derogerende werking): als specifieke wettelijke voorschriften onvoldoende inzicht
geven, moet daarvan worden afgeweken of aangevuld.
- Lid 5: het accrualbeginsel toerekening van baten en lasten (dit is anders dan
ontvangsten en uitgaven).
- Lid 6: regelt de informatie na balansdatum.

 Regelgevend kader externe verslaggeving
 Bronnen van het jaarrekeningrecht
In Nederland bestaat het verslaggevingskader uit:
1. Titel 9 Boek 2 BW
2. Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (RJ)
→ belangrijke kenbron van normen (geen wet, maar zwaarwegend)
3. IAS/IFRS (verplicht of facultatief, afhankelijk van de onderneming)
- De IFRS is verplicht voor geconsolideerde jaarrekening van beursgenoteerde
ondernemingen.
- Een lidstaat mag kiezen om de IFRS ook toe te passen bij enkelvoudige jaarrekeningen
(zie art. 2:362 lid 9 BW)
Naast titel 9 en de IFRS hebben kleine en micro bedrijven de keuze om de jaarrekening op te stellen
op basis van fiscale grondslagen (art. 2:395a lid 7 en art. 2:396 lid 6 BW)

,  IFRS vs. nationale regelgeving
- Beursgenoteerde ondernemingen
→ IFRS verplicht voor de geconsolideerde jaarrekening
- Niet-beursgenoteerde BV/NV
→ keuze tussen:
o Titel 9 BW + RJ
o IFRS (art. 2:362 lid 8 BW)
- Micro en kleine rechtspersonen
→ mogen kiezen voor fiscale grondslagen




👉 Tentamenaanpak:
1. Wat voor onderneming is het?
2. Welke jaarrekening (enkelvoudig/geconsolideerd)?
3. Is IFRS verplicht of facultatief?


 Inhoud van de jaarstukken
 Jaarrekening (art. 2:361 BW)
De jaarrekening bestaat uit:
- Balans
- Winst- en verliesrekening
- Toelichting
 Overige jaarstukken:
- Bestuursverslag (art. 2:391 BW)
- Overige gegevens (art. 392 BW), zoals:
o Accountantsverklaring
o Winstbeneming
o Statutaire bepalingen

 Accountantscontrole (= controleverklaring)
De accountantscontrole vindt haar oorsprong in art. 2:393 lid 3 jo. art. 2:360 BW. De accountant dient
te controleren of:
1. De jaarrekening en het bestuursverslag voldoen aan de wettelijk voorschriften
2. De jaarrekening het vereiste inzicht geeft (= een getrouw beeld)
3. Het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en het geen materiele fouten bevat.
4. De overige gegevens zijn toegevoegd (zoals de accountantsverklaring).
De accountant controleer kort gezegd of de jaarrekening juiste en volledige informatie bevat.

,Er zijn vier 4 soorten controleverklaringen:
1. Goedkeurende verklaring: de jaarrekening geeft een getrouw beeld
2. Verklaringen met beperking: bijv. een post met een materiele fout of het niet kunnen
controleren van een materiele fout.
3. Verklaring van oordeelonthouding: er is geen controle mogelijk.
4. Afkeurende verklaring: er is sprake van een afwijking van materieel en wezenlijk belang.

Hoe veel zekerheid geeft een goedkeurende verklaring over de juistheid van de cijfers? Een
goedkeurende verklaring betekent dat de accountant vindt dat er geen onjuistheden zijn met een
materieel belang. Een materieel belang is een fout die de besluitvorming van een redelijke gebruiker
(zoals een potentiële aandeelhouder) van de jaarrekening kan beïnvloeden. Er mogen dus wel kleine
foutjes in de jaarrekening zitten 100% zekerheid van de accountant krijg je nooit.

 Samenstellingsverklaring
Bij niet controleplichtige vennootschappen wordt meestal ook een jaarrekening opgesteld. Al is het
maar voor fiscale doeleinden. Aan de accountant kan gevraagd worden deze op te stellen, maar
iedereen mag deze opstellen. Als de accountant een dergelijke jaarrekening opstelt, geeft hij een
samenstellingsverklaring. Het doel hiervan is verzamelen, verwerken, samenvatten en rubriceren van
financiële informatie. De accountant is niet vereist om de nauwkeurigheid of volledigheid van de door
het bestuur verschafte informatie te verifiëren. De verantwoordelijkheid voor de juistheid van de
financiële informatie berust dus bij de opdrachtgever (de bestuurder van de vennootschap).
 Een samenstellingsverklaring geeft geen zekerheid. De verklaring vermeldt expliciet dat geen
zekerheid wordt verstrekt over de juistheid of volledigheid van de informatie. Er heeft geen
controle van de cijfers plaatsgevonden. Wel zal het overzicht overeenstemmen met het
stelsel van financiële verslaggeving dat van toepassing is.
NB: Opgemaakt onjuistheden in onderliggende gegevens op fraude vereisen aanvullende controle
werkzaamheden.




 Toelichting bij de jaarrekening
In de toelichting bij de jaarrekening moet het volgende zijn opgenomen:
 De consolidatiecriteria (wanneer moet geconsolideerd worden)
 De waarderingsgrondslagen en resultaatbepaling
 De inrichtingseisen (verloopoverzichten van belangrijke activa en passiva)
 De niet uit de balans blijkende verplichtingen (bijvoorbeeld een tegen de onderneming
ingediende claim waarvoor geen voorziening is gevormd) (art. 2:381 lid 1 BW)
- Kans op uitstroom is tussen 50% en 10%
- Geen voorziening
- Wel toelichten

,Uitzondering: kans zeer laag (minder dan 10%) → geen toelichting nodig
 Leningsvoorwaarden, zekerheden die zijn gesteld (art. 2:375 BW)
 Transacties met verbonden partijen (art. 2:381 lid 3 BW)
 Gebeurtenissen na balansdatum met belangrijke financiële gevolgen (art. 2:380a BW):
Twee soorten gebeurtenissen:
1. Gebeurtenissen met oorsprong voor balansdatum:
- Geven nadere informatie over bestaande omstandigheden
- Verwerken in de cijfers
Voorbeeld: een juridische claim waarvan oorzaak in het boekjaar ligt.
2. Gebeurtenissen met oorsprong na balansdatum
- Geen verwerking in cijfers
- Wel toelichten als financiële gevolgen materieel zijn
Voorbeeld: brand na balansdatum
Casuslogica (tentamen!)
1. Oorzaak vóór of na balansdatum?
2. Is de jaarrekening al vastgesteld?
3. Verwerken of toelichten?

 Procedure jaarrekening
1. Opmaken (art. 2:210 lid 1 BW):
De jaarrekening moet binnen 5 maanden na einde boekjaar zijn opgesteld (evt. met verlenging van 5
maanden).
De jaarrekening van beursgenoteerde vennootschappen moet binnen 4 maanden na einde boekjaar
zijn opgesteld (zonder mogelijkheid tot verlenging).
2. Vaststellen (art. 2:210 lid 3 BW)
Er geldt geen termijn voor het vaststellen. Maar als hij niet binnen 2 maanden is vastgesteld, moet de
niet-vastgestelde jaarrekening worden gedeponeerd (art. 2:394 lid 2 BW).
3. Deponeren
Deponeren moet binnen 8 dagen na vaststelling (of dus binnen die 2 maanden).
Als de aandeelhouders van de Flex BV (kleine BV) tevens bestuurders zijn, is opmaken en vaststellen
hetzelfde die jaarrekening moet dus 8 dagen na vaststellen gedeponeerd worden (art. 2:210 lid 5
BW).
Niet deponeren is een economisch delict: de sanctie is art. 2:248 BW: je wordt geacht geen goede
bestuurder te zijn.

, Welke stukken moeten worden gedeponeerd?
Het uitgangspunt is dat iedere vennootschap alles moet deponeren. Een eventuele vrijstelling hangt
af van de omvang van de onderneming.
Hoe bepaal je de omvang van de onderneming?
Art. 2:396 en 2:397 BW: Een onderneming wordt ingedeeld op basis van 2 van de 3 criteria,
gedurende twee opeenvolgende balansdata:




Dit zijn de stukken die moeten worden gedeponeerd:




 Micro: beperkte balans
 Klein: beperkte balans + toelichting
 Middelgroot: balans + W&V (beperkt)
 Groot: volledige jaarrekening

,  Modellen Resultatenrekening
 Model E – kostensoorten (art. 2:377 lid 3 BW)
Kosten uitgesplitst naar aard:
- lonen en salarissen
- sociale lasten
- afschrijvingen
- grond- en hulpstoffen
Voordeel: transparant
Nadeel: minder inzicht in functies

 Model F – bedrijfsfuncties (functionele indeling)
Kosten verwerkt in functies:
 kostprijs omzet
 verkoopkosten
 algemene beheerskosten
Gevolg:
Afschrijvingen en personeelskosten zijn niet apart zichtbaar.
De consequenties van deze model voor de toelichting is dat je in de toelichting moet vermelden waar
en wat is afgeschreven. Bij de toelichting van het kasstroomoverzicht bij de balans moet je informatie
geven over de afschrijvingen.




👉 Belangrijk tentamenpunt:
Bij model F is uitgebreide toelichting verplicht, o.a. via:
 mutatieoverzichten vaste activa
 toelichting kasstroomoverzicht

 Balansmodellen
 Model A (staffelvorm/verticaal)
→ activa boven, passiva onder
→ direct inzicht in werkkapitaal
 Model B (horizontaal)
👉 Staffelformaat wordt vaak verkozen vanwege analysevoordelen. Het voordeel is dat je meteen
inzicht hebt in bijvoorbeeld werkkapitaal.


 Accountingsbeginselen (tentamenrelevant)
 Accrualbeginsel (art. 2:362 lid 5 BW)
Baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij economisch betrekking hebben,
ongeacht kasstromen. Het accrualbeginsel bestaat uit:
- Realisatiebeginsel → wanneer neem je baten?
o Bij levering
o Bij overgang van economische eigendom:
o Bij overgang van risico’s
Uitzonderingen: langlopende werken (percentage of completion) en beursgenoteerde effecten (reële
waarde).

,Je moet de voorraad waarderen op inkoopprijzen. Als de voorraad blijkt miskoop te zijn, dan neem je
het verlies en vorm je een voorziening incourante voorraden.
- Matchingbeginsel → wanneer neem je lasten?
Kosten worden toegerend aan de periode waarin de bijbehorende opbrengsten worden gerealiseerd,
ongeacht of de kosten ook in die periode zijn uitgegeven. Er zijn 2 Vormen:
o Productmatching: uitgaven worden toegerekend aan producten: geactiveerd
onder voorraden en als kosten verantwoord op het moment van verkoop en
levering van de voorraden.
o Periodematching: uitgaven worden geactiveerd op de balans en via afschrijvingen
als kosten verantwoord aan de periode waaraan deze uitgaven dienstbaar zijn.
👉 Afschrijvingen zijn subjectieve inschattingen → winststuring mogelijk.

 Voorzichtigheidsbeginsel (art. 2:384 lid 2 BW)
Het voorzichtigheidsbeginsel houdt in: reken je niet te rijk.
- Verliezen en risico’s worden genomen zodra zij voorzienbaar zijn,
terwijl winsten pas worden genomen wanneer zij zijn gerealiseerd.
Art. 2:384 lid 2 BW bepaalt dat bij de waardering van activa en passiva rekening wordt gehouden
met:
- Alle voorzienbare risico’s en verliezen die hun oorsprong vinden in het boekjaar (of
eerdere jaren)
- Ook als zij pas na balansdatum bekend worden.

 Activa wordt gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere actuele waarde. Waardedaling
moet direct worden verwerkt.
 Vormen van voorziening: voor waarschijnlijke verplichtingen (meer dan 50% kans) moet een
voorziening worden gevormd. Kosten worden genomen zonder dat er al een uitgave is.
 Geen winstneming bij onzekerheid: onzekere winsten mogen niet worden verantwoord. Pas
bij realisatie winst nemen.

 Continuïteitsbeginsel (art. 2:384 lid 3 BW)
Bij de waardering van je activa ga je ervan uit dat er continuïteit is, tenzij. Die tenzij moet gemeld
worden door het bestuur en wordt vaak door de accountant overgenomen. Bij discontinuïteit zijn de
activa minder waard dan waarvoor het in de boeken staat en moet er afgewaardeerd worden. Als
niets wordt benoemd over continuïteitsproblemen, mag je ervan uitgaan dat gewaardeerd is met
inachtneming van voortgezette activiteiten van de onderneming.

 Bestendigheidsbeginsel (stelselmatig) art. 2:362 lid 2 BW
Als je eenmaal keuzes maakt, bijvoorbeeld omtrent het waarderen, dan zit je in beginsel aan die
keuze vast.
 Op grond van art. 2:384 lid 6 mag je op grond van gegronde redenen de keuzes veranderen,
wel dient dit toegelicht te worden.




 Financiële analyse

,  Liquiditeit
De liquiditeit vertelt ons of de onderneming op korte termijn in staat is om haar verplichtingen na te
komen. Voor de liquiditeit kijken we naar de vlottende activa en de vlottende passiva:
- Vlottende activa: voorraad, vorderingen en banktegoeden.
- Vlottende passiva: kortlopende schulden.
De liquiditeit kunnen we berekenen aan de hand van 2 formules:
 Current ratio: Vlottende activa / vlottende passiva
Richtwaarde is tussen 1 – 1,5
 Quick ratio: (Vlottende activa – voorraad) / vlottende passiva
Richtwaarde is 1
 Netto werkkapitaal: vlottende activa – vlottende passiva

Oplossingen om uit het liquiditeitsprobleem te komen: kwijtschelding door de kortlopende schulden
verschaffers. Dit is kwijtscheldingswinst en valt in het eigen vermogen. Het is ook mogelijk dat een
bank de kortlopende schulden omzet in lang vreemd vermogen (langlopende schulden).

 Solvabiliteit
Solvabiliteit gaat over of verplichtingen op langere termijn kunnen worden nagekomen. De formule is:
 Solvabiliteit: Eigen vermogen / totaal vermogen
Richtwaarde is tussen 25-40%
 Leverage: EV/VV
Zolang de solvabiliteit 0 is, is dat ook goed. Stel dat het eigen vermogen 0 zou zijn. Dan zou de
solvabiliteit ook 0 zijn. Er is dan niet meteen probleem. De bezittingen zouden namelijk nog verkocht
kunnen worden voor 1.000 om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. De waarde van de
bezittingen zouden dan wel 1.000 moeten zijn.




 Waarderingsvoorschriften

,De hoofdregel voor waardering van activa is te vinden in art. 2:384 lid 1 BW en art. 2:387 BW.
De wet kent meerdere toegestane waarderingsgronden, waarbij de keuze mede wordt bepaald door:
het continuïteitsbeginsel, voorzichtigheidsbeginsel en het vereiste inzicht (art. 2:362 BW).
 Verkrijgingsprijs of lagere actuele waarde (hoofdregel)
- Verkrijgingsprijs (inkoop + bijkomende kosten), of
- Vervaardigingsprijs (bij zelf geproduceerde activa)
Tenzij de actuele waarde lager is → dan afwaarderen.
👉 Dit sluit aan bij het voorzichtigheidsbeginsel.
 Actuele waarde
De actuele waarde bestaat uit:
- Actuele kostprijs
o Alleen bij vaste activa
- Bedrijfswaarde
o Contante waarde van toekomstige kasstromen
- Opbrengstwaarde
o Verkoopwaarde bij verkoop
o Relevant bij discontinuïteit
Hoofdregel: de realiseerbare waarde = hoogste van de bedrijfswaarde en opbrengstwaarde.

 Continuïteitsbeginsel en discontinuïteit (art. 2:384 lid 3 BW)
Bij het opstellen van de jaarrekening geldt:
- de onderneming wordt geacht haar activiteiten voort te zetten.
De continuiteitsgedachte geeft aan dat je de going conernwaarde mag hanteren:
 Immateriële activa: activeren uitgaven en afschrijven
 Materiele activa: activeren en afschrijven.
 Financiële activa: historische kostprijs of de actuele waarde: art. 2:384 lid 1 BW

Tenzij:
- sprake is van ernstige onzekerheid over voortzetting
- of discontinuïteit onontkoombaar is.


Indicatoren dreigende discontinuïteit
Voorbeelden:
 structureel negatieve resultaten
 negatief of zeer laag eigen vermogen
 betalingsproblemen
 negatieve operationele kasstromen
 steun van financiers valt weg
👉 Bij twijfel:
 toelichting verplicht
 Afwaarderen activa (art. 2:387 lid 3 BW). de activa wordt dan gewaardeerd op
liquiditeitswaarde.




Week 2 Vaste en vlottende activa

,  Hoofdindeling balans (art. 2:364 BW)
De debetzijde van de balans wordt wettelijk ingedeeld in:
 Vaste activa
o Immateriële activa
o Materiele vaste activa
o Financiële vaste activa
 Vlottende activa
o Voorraden
o Vorderingen
o Effecten
o Liquide middelen
o Overlopende activa
Iedere balanspost heeft een eigen wettelijke bepaling in titel 9 van boek 2 BW. Het kan zijn dat in de
jaarrekening bepaalde posten niet expliciet worden getoond op de balans. In de balans laat je alleen
zaken zien die van belang zijn voor het inzicht. Op grond van art. 2:363 lid 3 BW mogen posten met
een te verwaarlozen betekenis voor het vereiste inzicht worden samengevoegd met andere posten.
Posten moeten afzonderlijk vermeld worden, indien:
- De balanspost groter is dan 5% van het balanstotaal of groter dan 10% van het
rubriekstotaal (behalve als dit leidt tot vermelding post die kleiner is dan 1% van
balanstotaal); of
- De post in winst- en verliesrekening groter is dan 5% van toegevoegde waarde

 Activa activeren
Activeren van een activum is verplicht indien:
1. Toekomstige economische voordelen waarschijnlijk zijn, EN
2. De kosten betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

 Immateriële vaste activa (art. 2:365 BW)
Voorbeelden van immateriële vaste activa: ontwikkelingskosten, vergunningen, octrooien, betaalde
goodwill. Bij ontwikkelingskosten zijn twee fasen te onderscheiden voor de activering van
immaterieel activa:
1. Onderzoeksfase
Niet activeren, maar de kosten direct nemen. De journaalpost is: onderzoekskosten / aan bank.
Hierdoor wordt het EV aangetast
2. Ontwikkelingsfase
IAS: Activeren is verplicht / RJ: keuze, indien:
o Het technisch haalbaar is om het product voor eigen gebruik gereed te maken
o Intentie tot gebruik
o De kosten hiervan betrouwbaar zijn vast te stellen
o Waarschijnlijk economische voordeel ermee te behalen
o Het product identificeerbaar is
o De onderneming de beschikkingsmacht over het product heeft.
De fiscale voorkeur gaat (bij een winstgevende onderneming) over het algemeen uit naar NU kosten
nemen, dus niet activeren. Je hebt in de regel fiscaal belang bij het uitstellen van de heffing.

Niet-juridisch identificeerbaar zijn technische kennis → niet activeren. Wel-juridisch identificeerbaar
zijn vergunningen, octrooien, merkrechten en auteursrecht → activeren.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
1 februari 2026
Aantal pagina's
49
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$19.19
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
ibrahimbitar
4.0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
ibrahimbitar Hanzehogeschool Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
6
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
2
Documenten
7
Laatst verkocht
4 maanden geleden

4.0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen