Seneca (CE2026), HF 6 t/m 13
7.3. HEEFT DE WIJZE VRIENDEN NODIG? (EP. 9)
Legenda:
<woord> = nom (onderwerp / NWD) / vocativus
<woord> = genitivus (bijvoeglijke bepaling)
<woord> = dativus (meewerkend voorwerp) <woord> = voegwoord
<woord> = accusativus (lijdend voorwerp) / signaalwoord
<woord> = ablativus (bijwoordelijke bepaling) <woord> = persoonsvorm
7.3.b. De wijze heeft genoeg aan zichzelf (9.3-4)
prae A prae A
1. Hoc inter nos et illos interest: noster sapiens vincit
Tussen ons (de Stoici) en hen (de Megarici, volgelingen van Stilbo – zie 7.3a) is dit verschil: onze wijze
overwint …
prae A asynd alliteratie prae A
2. quidem incommodum omne sed sentit, illorum (sapiens) ne sentit
weliswaar elk ongemak, maar voelt (het ongemak) wel, (maar) de wijze van hen voelt (het onge-
mak) zelfs niet.
prae A AcI alliteratie
3. quidem. Illud nobis et illis commune est, sapientem (A) se
Dit is aan ons én aan hen gemeenschappelijk, (namelijk) dat de wijze …
inf prae A inf prae A prae A
4. ipso esse (I) contentum. Sed tamen et amicum habere vult
met zichzelf tevreden is. Maar toch wil hij zowel een vriend hebben …
polysyndeton + tricolon coni prae A
5. et vicinum et contubernalem, quamvis sibi ipse sufficiat.
als een buurman als een tentgenoot, hoewel hij voldoende heeft aan zichzelf.
imper prae A coni prae A
6. Vide quam sit se contentus: aliquando sui parte contentus
Zie / Kijk hoe(zeer) tevreden hij (=de wijze) is met zichzelf: soms is hij tevreden met een deel van
zichzelf.
prae A analogieredenering polysynd Fut Exact. anafoor hyperbaton
7. est. Si illi manum (A) aut morbus aut hostis (B) exciderit, si (ali)qui(s)
Als aan hem een ziekte of een vijand een hand zal hebben afgehakt, als …
chiasme Fut Exact
8. oculum vel oculos (B) casus (A) excusserit, reliquiae illi suae
een of ander ongeluk een oog of ogen zal hebben uitgerukt, (dan) zal wat er van hem overblijft
voor hem …
fut A fut A
9. satisfacient et erit inminuto corpore et amputato tam
voldoende zijn en zal hij met een verzwakt en verminkt lijf net zo …
pf A prae A
10. laetus quam [in] integro (corpore) fuit; sed <si> (ea) quae sibi desunt
blij zijn als hij was met een ongedeerd lichaam; maar hoewel hij deze dingen, die bij hemzelf af-
wezig zijn, …
prae A inf prae A prae A
11. non desiderat, (ea) non deesse mavult.
niet mist / verlangt, wil hij (deze dingen) liever niet missen.
7.3.c. De wijze kan maar wil niet zonder vrienden zijn (9.5)
prae A coni / inf prae A
1. Ita sapiens se contentus est, non ut velit esse sine amico,
Zo is de wijze tevreden met zichzelf, niet (zo)dat hij zonder vriend wil zijn, …
, coni prae A prae A coni prae A prae A ppp, dominant gebr
2. sed ut possit; et hoc, quod dico ‘possit’, tale est: amissum
maar (zo)dat hij (het) kan; en dit, wat ik bedoel met ‘hij kan’, is zodanig / als volgt: het verlies van
een vriend …
assonantie prae A fut A
3. aequo animo fert. Sine amico quidem numquam erit:
(ver)draagt hij evenwichtig / gelijkmoedig. Zonder vriend zal hij zeker nooit zijn:
prae A bijw. coni prae A vergelijking
4. in sua potestate habet quam cito (amicum) reparet. Quomodo si
Hij heeft het in zijn eigen macht hoe snel hij weer een vriend verwerft. Zoals …
Fut Exact alliteratie bijw. fut A
5. perdiderit Phidias statuam protinus alteram (statuam) faciet, sic
Phidias (beroemde Griekse beeldhouwer uit 5e eeuw v.C.), als hij een beeld zal hebben verloren, meteen
een ander (beeld) zal maken, zo …
hyperbaton grv – dominant gebr fut A
6. hic faciendarum amicitiarum artifex substituet alium in
zal deze kunstenaar van / in het maken van vriendschappen (=de wijze) een ander
ppp
7. locum amissi (amici).
stellen in de plaats van de verloren vriend.
punt van vergelijking: Beiden kunnen meteen het verlies goedmaken door middel van hun kunst.
7.3.d. ‘Si vis amari, ama’ (9.6)
prae A coni prae +pfa fut A fictieve opponent
1 Quaeris quomodo amicum cito facturus sit? Dicam,
Je (=Lucilius) vraagt hoe hij snel een vriend zal maken? Ik zal (het) zeggen, …
Fut Exact coni prae A
2. si illud mihi tecum convenerit, ut statim tibi solvam
als dit voor/door mij met jou overeengekomen zal zijn, (namelijk) dat ik meteen met jou overeen-
kom …
prae A
3. (id) quod debeo et quantum ad hanc epistulam paria
dat wat ik verschuldigd ben (zie ook 7.2g) en (dat) wij met betrekking tot deze brief de rekening …
coni prae A prae A fut A
4. faciamus. Hecaton ait, ‘ego tibi monstrabo amatorium
vereffenen. Hecaton (zie ook 7.2g) zegt, ‘ik zal aan jou een liefdesdrank bewijzen
anafoor+tricolon+asyndeton
5 sine medicamento, sine herba, sine ullius veneficae
zonder gif, zonder kruid, zonder de toverspreuk van enige gifmengster: …
pae A inf prae P imp prae A prae A
6. carmine: si vis amari, ama’. (=sententia) Habet autem non tantum
als je bemind wilt worden, bemin’. (zie ook 7.1c) Verder heeft / brengt niet alleen
7. usus amicitiae veteris et certae magnam voluptatem, sed
de uitoefening van een oude en zekere vriendschap een groot genot, maar …
antithese: veteris
8. etiam initium et comparatio novae (amicitiae).
ook het begin en het verwerven van een nieuwe (vriendschap).
7.3.e. Het is aangenamer een vriend te maken dan te hebben (9.7)
analogieredenering prae A ppa ppa parallellisme
1. Quod interest inter metentem agricolam (A) et serentem (B),
Er bestaat hetzelfde verschil tussen een oogstende en een zaaiende boer …
7.3. HEEFT DE WIJZE VRIENDEN NODIG? (EP. 9)
Legenda:
<woord> = nom (onderwerp / NWD) / vocativus
<woord> = genitivus (bijvoeglijke bepaling)
<woord> = dativus (meewerkend voorwerp) <woord> = voegwoord
<woord> = accusativus (lijdend voorwerp) / signaalwoord
<woord> = ablativus (bijwoordelijke bepaling) <woord> = persoonsvorm
7.3.b. De wijze heeft genoeg aan zichzelf (9.3-4)
prae A prae A
1. Hoc inter nos et illos interest: noster sapiens vincit
Tussen ons (de Stoici) en hen (de Megarici, volgelingen van Stilbo – zie 7.3a) is dit verschil: onze wijze
overwint …
prae A asynd alliteratie prae A
2. quidem incommodum omne sed sentit, illorum (sapiens) ne sentit
weliswaar elk ongemak, maar voelt (het ongemak) wel, (maar) de wijze van hen voelt (het onge-
mak) zelfs niet.
prae A AcI alliteratie
3. quidem. Illud nobis et illis commune est, sapientem (A) se
Dit is aan ons én aan hen gemeenschappelijk, (namelijk) dat de wijze …
inf prae A inf prae A prae A
4. ipso esse (I) contentum. Sed tamen et amicum habere vult
met zichzelf tevreden is. Maar toch wil hij zowel een vriend hebben …
polysyndeton + tricolon coni prae A
5. et vicinum et contubernalem, quamvis sibi ipse sufficiat.
als een buurman als een tentgenoot, hoewel hij voldoende heeft aan zichzelf.
imper prae A coni prae A
6. Vide quam sit se contentus: aliquando sui parte contentus
Zie / Kijk hoe(zeer) tevreden hij (=de wijze) is met zichzelf: soms is hij tevreden met een deel van
zichzelf.
prae A analogieredenering polysynd Fut Exact. anafoor hyperbaton
7. est. Si illi manum (A) aut morbus aut hostis (B) exciderit, si (ali)qui(s)
Als aan hem een ziekte of een vijand een hand zal hebben afgehakt, als …
chiasme Fut Exact
8. oculum vel oculos (B) casus (A) excusserit, reliquiae illi suae
een of ander ongeluk een oog of ogen zal hebben uitgerukt, (dan) zal wat er van hem overblijft
voor hem …
fut A fut A
9. satisfacient et erit inminuto corpore et amputato tam
voldoende zijn en zal hij met een verzwakt en verminkt lijf net zo …
pf A prae A
10. laetus quam [in] integro (corpore) fuit; sed <si> (ea) quae sibi desunt
blij zijn als hij was met een ongedeerd lichaam; maar hoewel hij deze dingen, die bij hemzelf af-
wezig zijn, …
prae A inf prae A prae A
11. non desiderat, (ea) non deesse mavult.
niet mist / verlangt, wil hij (deze dingen) liever niet missen.
7.3.c. De wijze kan maar wil niet zonder vrienden zijn (9.5)
prae A coni / inf prae A
1. Ita sapiens se contentus est, non ut velit esse sine amico,
Zo is de wijze tevreden met zichzelf, niet (zo)dat hij zonder vriend wil zijn, …
, coni prae A prae A coni prae A prae A ppp, dominant gebr
2. sed ut possit; et hoc, quod dico ‘possit’, tale est: amissum
maar (zo)dat hij (het) kan; en dit, wat ik bedoel met ‘hij kan’, is zodanig / als volgt: het verlies van
een vriend …
assonantie prae A fut A
3. aequo animo fert. Sine amico quidem numquam erit:
(ver)draagt hij evenwichtig / gelijkmoedig. Zonder vriend zal hij zeker nooit zijn:
prae A bijw. coni prae A vergelijking
4. in sua potestate habet quam cito (amicum) reparet. Quomodo si
Hij heeft het in zijn eigen macht hoe snel hij weer een vriend verwerft. Zoals …
Fut Exact alliteratie bijw. fut A
5. perdiderit Phidias statuam protinus alteram (statuam) faciet, sic
Phidias (beroemde Griekse beeldhouwer uit 5e eeuw v.C.), als hij een beeld zal hebben verloren, meteen
een ander (beeld) zal maken, zo …
hyperbaton grv – dominant gebr fut A
6. hic faciendarum amicitiarum artifex substituet alium in
zal deze kunstenaar van / in het maken van vriendschappen (=de wijze) een ander
ppp
7. locum amissi (amici).
stellen in de plaats van de verloren vriend.
punt van vergelijking: Beiden kunnen meteen het verlies goedmaken door middel van hun kunst.
7.3.d. ‘Si vis amari, ama’ (9.6)
prae A coni prae +pfa fut A fictieve opponent
1 Quaeris quomodo amicum cito facturus sit? Dicam,
Je (=Lucilius) vraagt hoe hij snel een vriend zal maken? Ik zal (het) zeggen, …
Fut Exact coni prae A
2. si illud mihi tecum convenerit, ut statim tibi solvam
als dit voor/door mij met jou overeengekomen zal zijn, (namelijk) dat ik meteen met jou overeen-
kom …
prae A
3. (id) quod debeo et quantum ad hanc epistulam paria
dat wat ik verschuldigd ben (zie ook 7.2g) en (dat) wij met betrekking tot deze brief de rekening …
coni prae A prae A fut A
4. faciamus. Hecaton ait, ‘ego tibi monstrabo amatorium
vereffenen. Hecaton (zie ook 7.2g) zegt, ‘ik zal aan jou een liefdesdrank bewijzen
anafoor+tricolon+asyndeton
5 sine medicamento, sine herba, sine ullius veneficae
zonder gif, zonder kruid, zonder de toverspreuk van enige gifmengster: …
pae A inf prae P imp prae A prae A
6. carmine: si vis amari, ama’. (=sententia) Habet autem non tantum
als je bemind wilt worden, bemin’. (zie ook 7.1c) Verder heeft / brengt niet alleen
7. usus amicitiae veteris et certae magnam voluptatem, sed
de uitoefening van een oude en zekere vriendschap een groot genot, maar …
antithese: veteris
8. etiam initium et comparatio novae (amicitiae).
ook het begin en het verwerven van een nieuwe (vriendschap).
7.3.e. Het is aangenamer een vriend te maken dan te hebben (9.7)
analogieredenering prae A ppa ppa parallellisme
1. Quod interest inter metentem agricolam (A) et serentem (B),
Er bestaat hetzelfde verschil tussen een oogstende en een zaaiende boer …