wSamenvatting onderwijskunde
5.1
Kinderen gaan naar school om te leren. De activiteit van professionals
heet onderwijzen, het is een activiteit van de leraren om het leren van de
leerlingen te bevorderen
- School is georganiseerd- er is een leidinggevende en begint en
eindigt op dezelfde tijd
- School werkt planmatig- er is een curriculum waarin in staat wat er
op school geleerd moet worden en in welke volgorde
- School heeft professionele medewerkers- leraren hebben een
opleiding gehad, er word in de gaten gehouden op de kwaliteit van
de leraren
Onderwijs: wat moet je weten?
Onderwijsactiviteiten en aspecten
Onderwijs bestaat uit veel verschillende activiteiten, zoals:
Instructie geven en uitleggen
Lesmateriaal maken en selecteren
Leerlingen begeleiden en beoordelen
Gesprekken voeren (bijv. over gedrag of conflicten)
Organiseren van lessen en activiteiten
Deze activiteiten raken verschillende aspecten van onderwijs, zoals:
Leren en ontwikkelen
Gedrag en omgang
Organisatie en begeleiding
Evaluatie en toetsing
Niet elke onderwijsactiviteit hoort bij het hoofdproces van
onderwijs (bijv. administratie of organiseren).
Drie functies van onderwijs (Biesta)
Gert Biesta onderscheidt drie functies van onderwijs:
1. Kwalificatie
Gericht op kennis, vaardigheden en competenties
Voorbereiding op werk, vervolgonderwijs en maatschappelijke
deelname
, Wordt vaak gemeten met toetsen, examens en cijfers
2. Socialisatie
Leerlingen leren hoe ze deelnemen aan de samenleving
Overdracht van normen, waarden, tradities en omgangsvormen
Leren samenwerken, zich gedragen en onderdeel zijn van een groep
3. Persoonsvorming
Ontwikkeling van de unieke identiteit van de leerling
Ruimte voor autonomie, verantwoordelijkheid en eigen keuzes
Gaat over wie iemand wordt, niet alleen wat iemand kan
Belangrijk om te onthouden
Alle scholen vervullen alle drie de functies, maar leggen
verschillende accenten
Goed onderwijs zoekt balans tussen kwalificatie, socialisatie en
persoonsvorming
Onderwijs is niet alleen kennisoverdracht, maar ook opvoeding en
vorming van mensen
Biesta: functies van onderwijs (verdieping)
Onderwijs heeft volgens Biesta drie functies die overlappen en samen
het pedagogisch handelen sturen:
1. Kwalificatie
o Leren van kennis, vaardigheden en competenties
o Voorbereiding op beroep, vervolgonderwijs en deelname aan
de maatschappij
2. Socialisatie
o Ingroeien in cultuur, waarden, normen en tradities
o Leren hoe je je verhoudt tot anderen en de samenleving
3. Persoonsvorming
o Ontwikkeling van identiteit, autonomie en
verantwoordelijkheid
o Leerling leert zichzelf kennen en keuzes maken
👉 In de praktijk zijn deze functies niet los van elkaar, maar werken ze
samen (zoals in het schema met overlappende cirkels).
Het kind en het pedagogisch kader
,Onderwijs is meer dan lesgeven: het is ook opvoeden.
Daarom denken we onderwijs binnen een pedagogisch kader.
Onderwijs is:
Intentioneel (bewust gericht op ontwikkeling)
Normatief (gebaseerd op waarden)
Gericht op de toekomst van het kind
De vormende uitgangspunten (goede onderwijspraktijk)
Goede onderwijspraktijk is volgens Biesta:
1. Talent- en ambitiegedreven
o Leerlingen krijgen kansen om hun mogelijkheden te ontdekken
o Ondersteuning afgestemd op wat een leerling nodig heeft
2. Zelfkennis, zelfsturing en verantwoordelijkheid
o Leerlingen leren reflecteren op zichzelf
o Ze worden mede-eigenaar van hun leerproces
3. Partnerschap
o Leraar en leerling werken samen
o Ouders zijn betrokken bij opvoeding en onderwijs
4. Moreel kompas
o Onderwijs helpt onderscheid maken tussen goed en kwaad
o Zorg voor jezelf, de ander en de samenleving
5. Samenleving als oefenplaats
o School is een mini-maatschappij
o Leerlingen leren omgaan met verschillen en
verantwoordelijkheid
6. Reflectie
o Goede onderwijspraktijk vraagt afstand nemen en nadenken
over handelen
o Reflectie is essentieel voor kwaliteit
Pedagogische tact (Van Manen)
De kwaliteit van onderwijs zit vooral in de interactie tussen leraar
en leerling
Pedagogische tact betekent:
o Aanvoelen wat een leerling nodig heeft
o Op het juiste moment het juiste doen
o Handelen met zorg, aandacht en professionaliteit
👉 Het is geen vaste methode, maar professioneel oordeelsvermogen.
, Kernidee om te onthouden
Goed onderwijs =
kennis leren (kwalificatie) + samenleven leren (socialisatie) +
mens worden (persoonsvorming)
binnen een pedagogisch verantwoorde en reflectieve praktijk.
3.2 De ontwikkeling van het onderwijs
Klassikaal en traditioneel onderwijs
Onderwijs is historisch ontstaan als klassikaal onderwijs
Eén leraar voor een groep leerlingen van dezelfde leeftijd
De leraar is verantwoordelijk voor de leerstof en de orde
Het onderwijs is vakgericht en sterk gericht op instructie
Veel werken met boeken, schrift, pen en papier
Veranderingen in het basisonderwijs
Het onderwijs is door de tijd heen veranderd, onder andere door:
Meer aandacht voor verschillen tussen leerlingen
o Niet alle leerlingen leren op hetzelfde tempo
o Meer ondersteuning voor leerlingen met extra behoeften
Grotere rol van de leraar als begeleider
o Minder alleen kennis overdragen
o Meer coachen en ondersteunen
Meer aandacht voor motivatie en betrokkenheid
o Leerlingen actiever betrekken bij het leren
Gebruik van nieuwe methoden en middelen
o Digitale middelen en moderne didactiek
o Meer aandacht voor zelfstandigheid
Veranderingen in het voortgezet onderwijs
Leerlingen krijgen meer invloed en verantwoordelijkheid
Meer differentiatie en maatwerk
Aandacht voor pedagogisch klimaat
Meer ruimte voor gesprekken, samenwerking en reflectie
Toetsing en beoordelen
5.1
Kinderen gaan naar school om te leren. De activiteit van professionals
heet onderwijzen, het is een activiteit van de leraren om het leren van de
leerlingen te bevorderen
- School is georganiseerd- er is een leidinggevende en begint en
eindigt op dezelfde tijd
- School werkt planmatig- er is een curriculum waarin in staat wat er
op school geleerd moet worden en in welke volgorde
- School heeft professionele medewerkers- leraren hebben een
opleiding gehad, er word in de gaten gehouden op de kwaliteit van
de leraren
Onderwijs: wat moet je weten?
Onderwijsactiviteiten en aspecten
Onderwijs bestaat uit veel verschillende activiteiten, zoals:
Instructie geven en uitleggen
Lesmateriaal maken en selecteren
Leerlingen begeleiden en beoordelen
Gesprekken voeren (bijv. over gedrag of conflicten)
Organiseren van lessen en activiteiten
Deze activiteiten raken verschillende aspecten van onderwijs, zoals:
Leren en ontwikkelen
Gedrag en omgang
Organisatie en begeleiding
Evaluatie en toetsing
Niet elke onderwijsactiviteit hoort bij het hoofdproces van
onderwijs (bijv. administratie of organiseren).
Drie functies van onderwijs (Biesta)
Gert Biesta onderscheidt drie functies van onderwijs:
1. Kwalificatie
Gericht op kennis, vaardigheden en competenties
Voorbereiding op werk, vervolgonderwijs en maatschappelijke
deelname
, Wordt vaak gemeten met toetsen, examens en cijfers
2. Socialisatie
Leerlingen leren hoe ze deelnemen aan de samenleving
Overdracht van normen, waarden, tradities en omgangsvormen
Leren samenwerken, zich gedragen en onderdeel zijn van een groep
3. Persoonsvorming
Ontwikkeling van de unieke identiteit van de leerling
Ruimte voor autonomie, verantwoordelijkheid en eigen keuzes
Gaat over wie iemand wordt, niet alleen wat iemand kan
Belangrijk om te onthouden
Alle scholen vervullen alle drie de functies, maar leggen
verschillende accenten
Goed onderwijs zoekt balans tussen kwalificatie, socialisatie en
persoonsvorming
Onderwijs is niet alleen kennisoverdracht, maar ook opvoeding en
vorming van mensen
Biesta: functies van onderwijs (verdieping)
Onderwijs heeft volgens Biesta drie functies die overlappen en samen
het pedagogisch handelen sturen:
1. Kwalificatie
o Leren van kennis, vaardigheden en competenties
o Voorbereiding op beroep, vervolgonderwijs en deelname aan
de maatschappij
2. Socialisatie
o Ingroeien in cultuur, waarden, normen en tradities
o Leren hoe je je verhoudt tot anderen en de samenleving
3. Persoonsvorming
o Ontwikkeling van identiteit, autonomie en
verantwoordelijkheid
o Leerling leert zichzelf kennen en keuzes maken
👉 In de praktijk zijn deze functies niet los van elkaar, maar werken ze
samen (zoals in het schema met overlappende cirkels).
Het kind en het pedagogisch kader
,Onderwijs is meer dan lesgeven: het is ook opvoeden.
Daarom denken we onderwijs binnen een pedagogisch kader.
Onderwijs is:
Intentioneel (bewust gericht op ontwikkeling)
Normatief (gebaseerd op waarden)
Gericht op de toekomst van het kind
De vormende uitgangspunten (goede onderwijspraktijk)
Goede onderwijspraktijk is volgens Biesta:
1. Talent- en ambitiegedreven
o Leerlingen krijgen kansen om hun mogelijkheden te ontdekken
o Ondersteuning afgestemd op wat een leerling nodig heeft
2. Zelfkennis, zelfsturing en verantwoordelijkheid
o Leerlingen leren reflecteren op zichzelf
o Ze worden mede-eigenaar van hun leerproces
3. Partnerschap
o Leraar en leerling werken samen
o Ouders zijn betrokken bij opvoeding en onderwijs
4. Moreel kompas
o Onderwijs helpt onderscheid maken tussen goed en kwaad
o Zorg voor jezelf, de ander en de samenleving
5. Samenleving als oefenplaats
o School is een mini-maatschappij
o Leerlingen leren omgaan met verschillen en
verantwoordelijkheid
6. Reflectie
o Goede onderwijspraktijk vraagt afstand nemen en nadenken
over handelen
o Reflectie is essentieel voor kwaliteit
Pedagogische tact (Van Manen)
De kwaliteit van onderwijs zit vooral in de interactie tussen leraar
en leerling
Pedagogische tact betekent:
o Aanvoelen wat een leerling nodig heeft
o Op het juiste moment het juiste doen
o Handelen met zorg, aandacht en professionaliteit
👉 Het is geen vaste methode, maar professioneel oordeelsvermogen.
, Kernidee om te onthouden
Goed onderwijs =
kennis leren (kwalificatie) + samenleven leren (socialisatie) +
mens worden (persoonsvorming)
binnen een pedagogisch verantwoorde en reflectieve praktijk.
3.2 De ontwikkeling van het onderwijs
Klassikaal en traditioneel onderwijs
Onderwijs is historisch ontstaan als klassikaal onderwijs
Eén leraar voor een groep leerlingen van dezelfde leeftijd
De leraar is verantwoordelijk voor de leerstof en de orde
Het onderwijs is vakgericht en sterk gericht op instructie
Veel werken met boeken, schrift, pen en papier
Veranderingen in het basisonderwijs
Het onderwijs is door de tijd heen veranderd, onder andere door:
Meer aandacht voor verschillen tussen leerlingen
o Niet alle leerlingen leren op hetzelfde tempo
o Meer ondersteuning voor leerlingen met extra behoeften
Grotere rol van de leraar als begeleider
o Minder alleen kennis overdragen
o Meer coachen en ondersteunen
Meer aandacht voor motivatie en betrokkenheid
o Leerlingen actiever betrekken bij het leren
Gebruik van nieuwe methoden en middelen
o Digitale middelen en moderne didactiek
o Meer aandacht voor zelfstandigheid
Veranderingen in het voortgezet onderwijs
Leerlingen krijgen meer invloed en verantwoordelijkheid
Meer differentiatie en maatwerk
Aandacht voor pedagogisch klimaat
Meer ruimte voor gesprekken, samenwerking en reflectie
Toetsing en beoordelen