Hoofdstuk 1 maatschappelijke vraagstukken
1.1
Collectief = wat belangrijk is voor een individu hoeft niet belangrijk te zijn voor een individu
Maatschappelijke vraagstukken zijn situaties waarbij visies en belangen van groepen botsen
en de zoektocht naar de oplossingen voor deze problemen die in deze situaties ontstaan. We
spreken van een maatschappelijk vraagstuk als:
Grote groepen in de samenleving de gevolgen ervan ondervinden
Tegengestelde belangen meespelen
Een gemeenschappelijke oplossing nodig is
Een maatschappelijk vraagstuk kan gevolgen hebben op microniveau (= individueel niveau,
merkbaar) en macroniveau (= grootschalig). Ook verschillende belangen (= voor- of nadelen
die iemand ergens bij heeft) van mensen spelen een belangrijke rol -> belangentegenstelling.
Bij verkiezingen etc. zijn mensen het vaak niet met elkaar eens over de regels en afspraken
naar aanleiding van bepaalde botsingen, wordt er in het regelgevingsproces vaak gezocht
naar een compromis (= een overeenkomst waarbij allebei de partijen iets toegeven).
Dilemma = een lastige keuze uit 2 of meer alternatieven die allemaal duidelijke nadelen
hebben
Waarden zijn uitgangspunten of principes die mensen belangrijk vinden in hun leven en die
ze daarom willen nastreven.
Normen zijn opvattingen over hoe je je op grond van een bepaalde waarde behoort te
gedragen.
Het constant veranderen van normen (= opvattingen over hoe je je op grond van een
bepaalde waarde behoort te gedragen), waarden (= uitgangspunten of principes die mensen
belangrijk vinden in hun leven en die ze daarom willen nastreven) en belangen noem je de
dynamiek van de samenleving. Deze is afhankelijk:
De plaats (verschil per land)
De tijd (of zondag wel of geen uitrustdag is)
De groep (verschillende subculturen)
, 1.2
De vieraspecten van de Nederlandse samenleving:
Rechtsstaat = hoe de persoonlijke vrijheid en rechtszekerheid van burgers in ons land
is gewaarborgd
De kernvraag: Hoe zorgt de rechtsstaat voor rechtvaardigheid?
Parlementaire democratie = de manier waarop politici in Nederland besluiten nemen
De kernvraag: Wat betekent het om in een democratie te leven?
Pluriforme samenleving = cultuurverschillen in de Nederlandse samenleving en hoe
tolerant burgers zijn naar andere culturen
De kernvraag: Hoe gaan we met alle verschillen in de samenleving om?
Verzorgingsstaat = de manier waarop mensen voor zichzelf en elkaar zorgen en ook
wat de overheid doet voor het welzijn van de mens
De kernvraag: In welke situaties moeten mensen hun problemen zelf oplossen
en wanneer moet de overheid helpen?
1.3
Bij het maken van regels en afspraken heb je te maken met macht. Macht is het vermogen
om het gedrag van anderen dwingend te beïnvloeden. Macht kun je onderverdelen:
- Formele macht = bijvoorbeeld de macht van docenten en directie van school of
de burgemeester
- Informele macht = bijvoorbeeld binnen een vriendengroep of sportteam
Machtsbronnen = de manier waarop iemand het gedrag van andere kan beïnvloeden,
voorbeelden van machtsbronnen zijn: geld, kennis en overtuigingskracht.
- Sociale ongelijkheid = een ongelijke verdeling van maatschappelijke kansen, inkomen
en politieke macht
o Maatschappelijke kansen: mensen met een migratieachtergrond en met een
beperking vinden minder gemakkelijk een baan
o Financiële middelen: de inkomens van burgers verschillen, omdat het ene
werk nu eenmaal beter betaald wordt dan het andere
o Politieke macht: wie lid is van een politieke partij of politici persoonlijk kent,
kan meer invloed uitoefenen dan anderen
Sociale cohesie = de mate waarin mensen bindingen met elkaar hebben en het gevoel
hebben bij elkaar te horen, bijv. met Koninginnedag is de sociale cohesie heel groot.
In elke samenleving is er een sterke interdependentie (= mensen zijn afhankelijk van elkaar)