OVK31ELZ01
Dennis Verwoert &
ERVARINGSGERICHT LEREN IN Michelle Surminski
DE ZORG
Verpleegkunde,
Hogeschool Rotterdam
,Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................................................................................................ 1
WHAT-fase..................................................................................................................................................... 2
SO WHAT-fase................................................................................................................................................ 4
NOW WHAT-fase............................................................................................................................................ 6
...................................................................................................................................................................... 9
Heroverweging.............................................................................................................................................. 9
Reflectie op eigen leren................................................................................................................................ 10
Literatuurlijst............................................................................................................................................... 12
Bijlage 1: Codeboom.................................................................................................................................... 14
Bijlage 3: Formulier onbegrepen gedrag....................................................................................................... 19
Bijlage 4: Formulier palliatieve zorg.............................................................................................................. 19
Inleiding
1
, Mijn handelingsverlegenheid vond plaats op de urologie- en gynaecologieafdeling van een
academisch ziekenhuis. Hier worden patiënten opgenomen met diverse urologische en
gynaecologische aandoeningen, zoals een nefrectomie of vulvacarcinoom. Naast het vaste
team van artsen en verpleegkundigen werken er ook fysiotherapeuten en maatschappelijke
medewerkers. Het team bestaat uit ongeveer 30 verpleegkundigen.
Tijdens mijn ochtenddienst werkte ik samen met een collega. Na het inlezen van de
patiënten deelde ik mijn leerdoel: de zorg coördineren voor twee patiënten. Dit omvatte het
uitvoeren van ADL-zorg, medicatiebeheer, artsenvisites en controles. Gedurende deze dienst
koppelde ik regelmatig terug aan mijn collega. Een van mijn patiënten was de heer V., en mijn
handelingsverlegenheid betreft zijn situatie. De heer V. is 84 jaar oud en werd op 24
september 2023 opgenomen vanwege een urosepsis, een bloedvergiftiging door een
urineweginfectie (Porat et al., 2023). In 2017 kreeg hij de diagnose blaaskanker en was
hiervoor onder behandeling in een ander streekziekenhuis. Helaas zaaide de kanker uit en
was er volgens de artsen geen verdere behandeling meer mogelijk. De heer V. kreeg
thuiszorg voor de ADL, maar had verder geen andere gezondheidsproblemen. Hij woont
samen met zijn 78-jarige vrouw, mevrouw V., die tijdens de opname als gast aanwezig was en
met hem op de kamer verbleef. Dit was de eerste keer dat ik voor de heer V. zorgde.
Toen de artsen de afdeling opkwamen, liep ik naar hen toe om me voor te stellen. Ik gaf aan
dat ik de artsenvisite voor mijn patiënten zou lopen. Eenmaal in de kamer van de heer V.
begon ik met introduceren, maar hij onderbrak me en zei: “Ik ben de heer V. en ik wil zo snel
mogelijk dood.” Er viel een stilte in de kamer: de artsen, mijn collega en de familie keken mij
aan, en ik bevroor. Ik wist niet hoe ik moest reageren op deze onverwachte opmerking. Het
voelde alsof alle ogen op mij gericht waren, terwijl ik geen idee had wat te zeggen of te doen.
Mijn hart begon sneller te kloppen en ik voelde een druk op mijn borst. Bang om iets
verkeerds te zeggen, besloot ik om niets te zeggen. Daardoor bleef ik stil, terwijl ik eigenlijk
iets had moeten doen of zeggen.
Dit voorval heeft niet alleen mijn kijk op de zorg voor terminale patiënten veranderd, maar
heeft me ook doen inzien hoe belangrijk het is om adequaat te reageren op emotionele
uitingen van patiënten.
WHAT-fase
Ik voel mijn wangen warm worden en besef dat ik nu net zo rood ben als een tomaat. Mijn
lichaam reageert instinctief op de spanning in de kamer. Verschillende ogen staren me aan,
wachtend op een reactie, maar ik voel een brok in mijn keel en weet niet wat ik moet
zeggen. De eenpersoonskamer lijkt steeds kleiner te worden. Mijn hart bonkt in mijn borst,
2
Dennis Verwoert &
ERVARINGSGERICHT LEREN IN Michelle Surminski
DE ZORG
Verpleegkunde,
Hogeschool Rotterdam
,Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................................................................................................ 1
WHAT-fase..................................................................................................................................................... 2
SO WHAT-fase................................................................................................................................................ 4
NOW WHAT-fase............................................................................................................................................ 6
...................................................................................................................................................................... 9
Heroverweging.............................................................................................................................................. 9
Reflectie op eigen leren................................................................................................................................ 10
Literatuurlijst............................................................................................................................................... 12
Bijlage 1: Codeboom.................................................................................................................................... 14
Bijlage 3: Formulier onbegrepen gedrag....................................................................................................... 19
Bijlage 4: Formulier palliatieve zorg.............................................................................................................. 19
Inleiding
1
, Mijn handelingsverlegenheid vond plaats op de urologie- en gynaecologieafdeling van een
academisch ziekenhuis. Hier worden patiënten opgenomen met diverse urologische en
gynaecologische aandoeningen, zoals een nefrectomie of vulvacarcinoom. Naast het vaste
team van artsen en verpleegkundigen werken er ook fysiotherapeuten en maatschappelijke
medewerkers. Het team bestaat uit ongeveer 30 verpleegkundigen.
Tijdens mijn ochtenddienst werkte ik samen met een collega. Na het inlezen van de
patiënten deelde ik mijn leerdoel: de zorg coördineren voor twee patiënten. Dit omvatte het
uitvoeren van ADL-zorg, medicatiebeheer, artsenvisites en controles. Gedurende deze dienst
koppelde ik regelmatig terug aan mijn collega. Een van mijn patiënten was de heer V., en mijn
handelingsverlegenheid betreft zijn situatie. De heer V. is 84 jaar oud en werd op 24
september 2023 opgenomen vanwege een urosepsis, een bloedvergiftiging door een
urineweginfectie (Porat et al., 2023). In 2017 kreeg hij de diagnose blaaskanker en was
hiervoor onder behandeling in een ander streekziekenhuis. Helaas zaaide de kanker uit en
was er volgens de artsen geen verdere behandeling meer mogelijk. De heer V. kreeg
thuiszorg voor de ADL, maar had verder geen andere gezondheidsproblemen. Hij woont
samen met zijn 78-jarige vrouw, mevrouw V., die tijdens de opname als gast aanwezig was en
met hem op de kamer verbleef. Dit was de eerste keer dat ik voor de heer V. zorgde.
Toen de artsen de afdeling opkwamen, liep ik naar hen toe om me voor te stellen. Ik gaf aan
dat ik de artsenvisite voor mijn patiënten zou lopen. Eenmaal in de kamer van de heer V.
begon ik met introduceren, maar hij onderbrak me en zei: “Ik ben de heer V. en ik wil zo snel
mogelijk dood.” Er viel een stilte in de kamer: de artsen, mijn collega en de familie keken mij
aan, en ik bevroor. Ik wist niet hoe ik moest reageren op deze onverwachte opmerking. Het
voelde alsof alle ogen op mij gericht waren, terwijl ik geen idee had wat te zeggen of te doen.
Mijn hart begon sneller te kloppen en ik voelde een druk op mijn borst. Bang om iets
verkeerds te zeggen, besloot ik om niets te zeggen. Daardoor bleef ik stil, terwijl ik eigenlijk
iets had moeten doen of zeggen.
Dit voorval heeft niet alleen mijn kijk op de zorg voor terminale patiënten veranderd, maar
heeft me ook doen inzien hoe belangrijk het is om adequaat te reageren op emotionele
uitingen van patiënten.
WHAT-fase
Ik voel mijn wangen warm worden en besef dat ik nu net zo rood ben als een tomaat. Mijn
lichaam reageert instinctief op de spanning in de kamer. Verschillende ogen staren me aan,
wachtend op een reactie, maar ik voel een brok in mijn keel en weet niet wat ik moet
zeggen. De eenpersoonskamer lijkt steeds kleiner te worden. Mijn hart bonkt in mijn borst,
2