TOETS
Vakspecifieke criteria
- ontwikkeling wereldbeeld
- ontwikkeling tijdsbesef
- wijze kennisverwerving- en verwerking
Reconstructie van het verleden: Vierkant van Harmsen
Er is iets gebeurd, daarvan zijn overblijfselen en een historicus moet zich op basis van die
overblijfselen, de bronnen, een beeld vormen van die gebeurtenis. Is het beeld dat de historicus
reconstrueert in overeenstemming met wat er werkelijk gebeurd is?
,TIJDBALK
tot 50 vc prehistorie
50 vc - 500 oudheid
500 - 1500 middeleeuwen
1500 - 1800 vroegmoderne tijd
1800 - heden moderne tijd
BEELDVORMINGSSCHEMA
1) werkelijkheid → schoolomgeving
2) afbeeldingen → schilderij, prent, tekening, kaart, film
3) het gesproken woord → verhaal vertellen, feiten uitleggen/verklaren/bespreken, interview
4) het geschreven, gedrukte woord → verhalende/informatieve teksten, schema’s/tabellen/grafieken
5) doen → leven/spelen/schrijven/dichten/zingen/tekenen/bouwen/experimenteren
, PROLOOG
Tijd
1) biologisch → levensritme (dag/nacht)
2) dagelijks → dagindeling (dag/week/maand/jaar)
3) historisch → verleden/heden/toekomst
- expanding horizons → van dichtbij naar ver af (stap voor stap)
2 constanten geschiedenisonderwijs
1) rekenkundig → gebeurtenissen in volgorde zetten
2) taalkundig → gebeurtenissen (her)beleven in verhaalvorm (weekend)
Kinderen ontwikkelen historisch tijdsbesef
1) geen stof aanbieden waar de kinderen nog niet aan toe zijn
2) beeldend lesgeven, buiten bekende
3) leerlingen totaalbeeld geven → kennis/inzicht → herhalen (saai)
4) leerlingen leren op verschillende manieren
5) fasen → 1) mythisch denken → verhalen
2) romantisch denken → feiten
3) filosofisch denken
4) ironische fase
TIJDVAK 1, tijd van jagers en boeren (tot 3000 vc)
- De levenswijze van jager-verzamelaars
- Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
- Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
1.1 onderdelen lesbeschrijving
1) algemene gegevens
2) beginsituatie (wat is vooraf gegaan)
3) doelstellingen (SMART) - cognitieve doelstellingen → betrekking op leren
- doelstellingen op vaardigheidsniveau → wat moet ll kunnen?
- product/procesdoelen → kunnen/doel op langere termijn
(ontwikkelen)
- persoonlijke doelen → eigen leerdoelen student
4) praktische voorbereiding (leermiddelen, materiaal, bronnen)
5) aanbieding (lesverloop)
6) achtergrondinformatie (kennis die noodzakelijk is om de les te geven)
7) evaluatie (doel bereikt?)
8) conclusie (belangrijkste opbrengst)
Vakspecifieke criteria
- ontwikkeling wereldbeeld
- ontwikkeling tijdsbesef
- wijze kennisverwerving- en verwerking
Reconstructie van het verleden: Vierkant van Harmsen
Er is iets gebeurd, daarvan zijn overblijfselen en een historicus moet zich op basis van die
overblijfselen, de bronnen, een beeld vormen van die gebeurtenis. Is het beeld dat de historicus
reconstrueert in overeenstemming met wat er werkelijk gebeurd is?
,TIJDBALK
tot 50 vc prehistorie
50 vc - 500 oudheid
500 - 1500 middeleeuwen
1500 - 1800 vroegmoderne tijd
1800 - heden moderne tijd
BEELDVORMINGSSCHEMA
1) werkelijkheid → schoolomgeving
2) afbeeldingen → schilderij, prent, tekening, kaart, film
3) het gesproken woord → verhaal vertellen, feiten uitleggen/verklaren/bespreken, interview
4) het geschreven, gedrukte woord → verhalende/informatieve teksten, schema’s/tabellen/grafieken
5) doen → leven/spelen/schrijven/dichten/zingen/tekenen/bouwen/experimenteren
, PROLOOG
Tijd
1) biologisch → levensritme (dag/nacht)
2) dagelijks → dagindeling (dag/week/maand/jaar)
3) historisch → verleden/heden/toekomst
- expanding horizons → van dichtbij naar ver af (stap voor stap)
2 constanten geschiedenisonderwijs
1) rekenkundig → gebeurtenissen in volgorde zetten
2) taalkundig → gebeurtenissen (her)beleven in verhaalvorm (weekend)
Kinderen ontwikkelen historisch tijdsbesef
1) geen stof aanbieden waar de kinderen nog niet aan toe zijn
2) beeldend lesgeven, buiten bekende
3) leerlingen totaalbeeld geven → kennis/inzicht → herhalen (saai)
4) leerlingen leren op verschillende manieren
5) fasen → 1) mythisch denken → verhalen
2) romantisch denken → feiten
3) filosofisch denken
4) ironische fase
TIJDVAK 1, tijd van jagers en boeren (tot 3000 vc)
- De levenswijze van jager-verzamelaars
- Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
- Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
1.1 onderdelen lesbeschrijving
1) algemene gegevens
2) beginsituatie (wat is vooraf gegaan)
3) doelstellingen (SMART) - cognitieve doelstellingen → betrekking op leren
- doelstellingen op vaardigheidsniveau → wat moet ll kunnen?
- product/procesdoelen → kunnen/doel op langere termijn
(ontwikkelen)
- persoonlijke doelen → eigen leerdoelen student
4) praktische voorbereiding (leermiddelen, materiaal, bronnen)
5) aanbieding (lesverloop)
6) achtergrondinformatie (kennis die noodzakelijk is om de les te geven)
7) evaluatie (doel bereikt?)
8) conclusie (belangrijkste opbrengst)