Handboek voor theorie en praktijk
C.W. Korrelboom & E. ten Broeke
December 2013 | ISBN 9789046903810 | 2e druk
Door: Annick Bouma
Deeltoets 1: H1, H2, H3, H9 en H10
H1: Cognitieve gedragstherapie, psychotherapie en integratie (p. 2-4)
H2: Integratie van gedragstherapie en cognitieve therapie (p. 4-6)
H3: Integratie van cognitieve gedragstherapie met leertheorieën (p. 6-8)
H9: Taxatie van aangrijpingspunten (II): de functieanalyse (p. 8-10)
H10: Taxatie van aangrijpingspunten (III): de betekenisanalyse (p. 10-11)
Hoofdstuk 1: Cognitieve gedragstherapie, psychotherapie en integratie
1
, 1.1 Plaatsbepaling van cognitieve gedragstherapie
Cognitieve gedragstherapie (CGT) wordt in dit boek niet gezien als een vaste methode,
maar als een voortdurend evoluerende benadering van psychologische behandeling. CGT
ontwikkelt zich continu op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten uit de psychologie.
Het centrale criterium om methoden en technieken wel of niet toe te passen is bewezen
effectiviteit. Alleen interventies die daadwerkelijk bijdragen aan vermindering van psychisch
lijden, komen in aanmerking.
CGT onderscheidt zich hiermee van therapievormen die primair zijn gebaseerd op traditie,
overtuiging of theorie zonder empirische onderbouwing. Integratie met andere
therapievormen is toegestaan en zelfs gewenst, zolang deze integratie wetenschappelijk
verantwoord is.
1.2 Definitie van cognitieve gedragstherapie
CGT wordt gedefinieerd als “een proces waarin een therapeut, in samenwerking met de
patiënt, transparant en doelgericht gebruikmaakt van wetenschappelijk onderbouwde kennis
en methoden om emotionele en/of gedragsproblemen duurzaam te verminderen.”
Deze definitie bevat een aantal kernbegrippen:
Procesmatig karakter
Therapie is meer dan het geven van adviezen. Het gaat om een gestructureerd traject
waarin klachten worden geïnventariseerd, geanalyseerd, behandeld en geëvalueerd.
Diagnostiek, interventie en evaluatie vormen samen één geheel.
Transparantie
De therapeut werkt open. De patiënt weet waarom bepaalde interventies worden gekozen
en wat het doel ervan is. De therapeutische relatie bevordert samenwerking en motivatie.
Alleen in uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld paradoxale interventies) wordt hiervan
afgeweken.
Wetenschappelijke verankering
CGT is gebaseerd op kennis uit de klinische en experimentele psychologie. Er bestaat een
spanningsveld tussen wetenschap en praktijk: therapeuten moeten soms handelen voordat
volledige wetenschappelijke zekerheid bestaat. Deze keuzes moeten echter altijd
beargumenteerd en toetsbaar blijven.
Effectiviteit
Het doel is het toepassen van interventies waarvan is aangetoond dat ze werken.
Tevredenheid van de patiënt is belangrijk, maar ondergeschikt aan daadwerkelijke
klachtenreductie.
1.3 Psychotherapie als toegepaste wetenschap
Psychotherapie wordt in dit boek uitgelegd als een vorm van toegepaste wetenschap. Dat
betekent dat psychologische theorieën niet op zichzelf staan, maar worden gebruikt om
concrete problemen te begrijpen en te beïnvloeden.
2