Recht rondom arbeid en sociale verzekeringen
Week 1 totstandkoming van arbeidsrelaties
Hoofdstuk 1 terreinverkenning
1.1 Oriëntatie
Indeling beroepsbevolking
De beroepsbevolking bestaat uit mensen met betaald werk (werkzame
beroepsbevolking) en werklozen. Binnen de werkzame beroepsbevolking
wordt onderscheid gemaakt tussen:
1. Onzelfstandige beroepsbevolking (werknemers)
Afhankelijk van een werkgever (met instructierecht).
Drie groepen:
1. Private sector: werknemers bij commerciële bedrijven.
Ongeveer 2,7 miljoen hebben een flexibele arbeidsrelatie (bijv.
tijdelijk contract, oproep, uitzendwerk).
2. Publieke sector: ambtenaren die werken voor de overheid
(rijk, provincie, gemeente).
3. Semipublieke sector: werknemers bij organisaties die
financieel afhankelijk zijn van de overheid (zoals ziekenhuizen,
onderwijs, omroep, woningcorporaties).
2. Zelfstandige beroepsbevolking
Werken zonder gezagsverhouding, meestal als zelfstandige
zonder personeel (zzp’er).
Ongeveer 1,6 miljoen personen, waarvan 1,3 miljoen zzp’ers.
Geen recht op minimumloon, loondoorbetaling bij ziekte of WW-
uitkering.
Juridische positie & wetgeving
Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) – sinds 1
januari 2020:
Zorgt ervoor dat het arbeidsrecht voor private sector nu ook
geldt voor de meeste ambtenaren.
Uitzonderingen: o.a. rechters, politie en defensie – zij vallen
onder speciale regelingen.
De Ambtenarenwet blijft van kracht met specifieke regels zoals:
geheimhoudingsplicht, meldplicht bij nevenfuncties en verbod op
het aannemen van giften.
,Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT):
Bepaalt dat topfunctionarissen in de publieke en semipublieke
sector niet meer mogen verdienen dan 130% van een
ministersalaris (de zogeheten Balkenendenorm, ca. €233.000 per
jaar).
Niet van toepassing op de private sector.
1.2 Werkgever en werknemer: welke rechtsbronnen?
De verhouding tussen werkgever en werknemer wordt geregeld door
meerdere rechtsbronnen. Het arbeidsovereenkomstenrecht vormt de kern,
maar ook andere wetten, cao’s, rechterlijke uitspraken en internationale
verdragen spelen een belangrijke rol in de bescherming en regulering van
arbeidsverhoudingen.
In het sociale recht zijn er zes belangrijke rechtsbronnen die de verhouding
tussen werkgever en werknemer bepalen:
1. Arbeidsovereenkomstenrecht Boek 7, titel 10 BW (art 7.610 t/m
7.694)
Belangrijke wetten binnen deze titel:
Wet flexibiliteit en zekerheid (1999):
Biedt werkgevers flexibiliteit, maar beschermt ook kwetsbare
groepen (zoals oproepkrachten).
Wet werk en zekerheid (WWZ, 2015):
Doelen: meer vaste contracten, beter ontslagrecht, en lagere WW-
uitgaven.
Wet arbeidsmarkt in balans (Wab, 2020):
Doel: positie oproepkrachten verbeteren en ontslagrecht
versoepelen.
2. Vermogensrecht in het algemeen
De arbeidsovereenkomst is een verbintenis (overeenkomst met
rechten en plichten).
Werkgever: plicht om loon te betalen
Werknemer: plicht om arbeid te verrichten
Regels uit boek 3 en 6 BW zijn van toepassing
Bijzondere regels (arbeid) gaan voor op algemene regels
(vermogensrecht)
Als arbeidsovereenkomstenrecht geen antwoord geeft, geldt het
algemene vermogensrecht.
3. Overige wetten
, Naast het BW zijn er aanvullende wetten, o.a.:
Wet minimumloon en vakantiebijslag
Wet arbeid vreemdelingen
Wet op de cao
Wet op de ondernemingsraden
Wet melding collectief ontslag
Socialezekerheidswetten zoals WW en Ziektewet
Deze wetten gaan vóór Boek 3 en 6 BW.
4. Jurisprudentie
Rechters vullen wetgeving aan of leggen die uit.
Uitspraken van de Hoge Raad zijn richtinggevend voor lagere
rechters.
Gepubliceerde uitspraken vormen samen de jurisprudentie.
5. Cao (collectieve arbeidsovereenkomst)
Gesloten tussen werkgevers(-organisaties) en vakbonden.
Kan wettelijke regels aanvullen of vervangen (voor zover
toegestaan).
Regelt o.a.:
- Lonen en arbeidsvoorwaarden
- Vakantie- en verlofdagen
- Opzegtermijnen
- Arbeidstijden en pensioen
6. Verdragen
Internationale verdragen kunnen rechtstreeks rechten geven aan
burgers.
Belangrijke verdragen en organisaties:
- Europees Sociaal handvest
- Internationale Arbeidsorganisatie
- EU-verdragen en richtlijnen
1.3 Van dwingend recht tot aanvullend recht
Afhankelijkheid van de werknemer
Werknemers zijn afhankelijk van hun werkgever:
- Ze moeten eenzijdige instructies opvolgen
- Het is loon is meestal hun enige bron van inkomsten
Door deze afhankelijkheid accepteren werknemers soms
arbeidsvoorwaarden die ze anders niet zouden aanvaarden
Daarom bevat het arbeidsrecht extra beschermingsregels
, Verschillende soorten rechtsregels in het arbeidsrecht
In boek 7, titel 10 BW komen vier soorten recht voor, speciaal bedoeld om
de werknemer te beschermen:
1. Dwingend recht:
- Niet af te wijken, ook niet als werknemer instemt
- Te herkennen aan termen als “is nietig”, is vernietigbaar”,
“kan niet ten nadele van werknemer worden afgeweken”.
- Voorbeeld: art 7.655BW (informatieplicht werkgever)
- Nietig: bestaat juridisch niet
- Vernietigbaar: werknemer moet zelf actie ondernemen om te
vernietigen
2. Driekwartdwingend recht
- Alleen afwijking mogelijk via cao of regeling door een
bevoegd bestuursorgaan.
- Te herkennen aan “kan bij cao worden afgeweken”.
- Voorbeeld: art 7.670 BW (opzegverboden)
3. Semidwingend recht
- Afwijken mag bij schriftelijke overeenkomst tussen
werkgever en werknemer.
- Ook afwijking via cao is toegestaan
- Voorbeeld: art 7.628 lid 5 BW (loondoorbetaling bij geen werk)
4. Aanvullend recht
- Afwijking altijd toegestaan, mondeling of schriftelijk
- Van toepassing als wet niets zegt over afwijking
- Voorbeeld art 7.622 BW
Recht vs afspraken
- Beschermende regels uit BW kunnen individuele afspraken
overrulen
- Een afspraak in strijd met dwingend recht is ongeldig
- BW beschermt de werknemer als zwakkere partij in de
arbeidsrelatie
Rechterlijke bevoegdheid bij arbeidszaken
1. Absolute competentie
Arbeidszaken starten bij de kantonrechter (civiele sector van de
rechtbank).
Uitzondering: geschillen met bestuurders van BV/NV bij hoge
bedragen (>€25.000) → gewone civiele rechter.
Hoger beroep: gerechtshof (4 in NL).
Cassatie: Hoge Raad (Den Haag).
Week 1 totstandkoming van arbeidsrelaties
Hoofdstuk 1 terreinverkenning
1.1 Oriëntatie
Indeling beroepsbevolking
De beroepsbevolking bestaat uit mensen met betaald werk (werkzame
beroepsbevolking) en werklozen. Binnen de werkzame beroepsbevolking
wordt onderscheid gemaakt tussen:
1. Onzelfstandige beroepsbevolking (werknemers)
Afhankelijk van een werkgever (met instructierecht).
Drie groepen:
1. Private sector: werknemers bij commerciële bedrijven.
Ongeveer 2,7 miljoen hebben een flexibele arbeidsrelatie (bijv.
tijdelijk contract, oproep, uitzendwerk).
2. Publieke sector: ambtenaren die werken voor de overheid
(rijk, provincie, gemeente).
3. Semipublieke sector: werknemers bij organisaties die
financieel afhankelijk zijn van de overheid (zoals ziekenhuizen,
onderwijs, omroep, woningcorporaties).
2. Zelfstandige beroepsbevolking
Werken zonder gezagsverhouding, meestal als zelfstandige
zonder personeel (zzp’er).
Ongeveer 1,6 miljoen personen, waarvan 1,3 miljoen zzp’ers.
Geen recht op minimumloon, loondoorbetaling bij ziekte of WW-
uitkering.
Juridische positie & wetgeving
Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) – sinds 1
januari 2020:
Zorgt ervoor dat het arbeidsrecht voor private sector nu ook
geldt voor de meeste ambtenaren.
Uitzonderingen: o.a. rechters, politie en defensie – zij vallen
onder speciale regelingen.
De Ambtenarenwet blijft van kracht met specifieke regels zoals:
geheimhoudingsplicht, meldplicht bij nevenfuncties en verbod op
het aannemen van giften.
,Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT):
Bepaalt dat topfunctionarissen in de publieke en semipublieke
sector niet meer mogen verdienen dan 130% van een
ministersalaris (de zogeheten Balkenendenorm, ca. €233.000 per
jaar).
Niet van toepassing op de private sector.
1.2 Werkgever en werknemer: welke rechtsbronnen?
De verhouding tussen werkgever en werknemer wordt geregeld door
meerdere rechtsbronnen. Het arbeidsovereenkomstenrecht vormt de kern,
maar ook andere wetten, cao’s, rechterlijke uitspraken en internationale
verdragen spelen een belangrijke rol in de bescherming en regulering van
arbeidsverhoudingen.
In het sociale recht zijn er zes belangrijke rechtsbronnen die de verhouding
tussen werkgever en werknemer bepalen:
1. Arbeidsovereenkomstenrecht Boek 7, titel 10 BW (art 7.610 t/m
7.694)
Belangrijke wetten binnen deze titel:
Wet flexibiliteit en zekerheid (1999):
Biedt werkgevers flexibiliteit, maar beschermt ook kwetsbare
groepen (zoals oproepkrachten).
Wet werk en zekerheid (WWZ, 2015):
Doelen: meer vaste contracten, beter ontslagrecht, en lagere WW-
uitgaven.
Wet arbeidsmarkt in balans (Wab, 2020):
Doel: positie oproepkrachten verbeteren en ontslagrecht
versoepelen.
2. Vermogensrecht in het algemeen
De arbeidsovereenkomst is een verbintenis (overeenkomst met
rechten en plichten).
Werkgever: plicht om loon te betalen
Werknemer: plicht om arbeid te verrichten
Regels uit boek 3 en 6 BW zijn van toepassing
Bijzondere regels (arbeid) gaan voor op algemene regels
(vermogensrecht)
Als arbeidsovereenkomstenrecht geen antwoord geeft, geldt het
algemene vermogensrecht.
3. Overige wetten
, Naast het BW zijn er aanvullende wetten, o.a.:
Wet minimumloon en vakantiebijslag
Wet arbeid vreemdelingen
Wet op de cao
Wet op de ondernemingsraden
Wet melding collectief ontslag
Socialezekerheidswetten zoals WW en Ziektewet
Deze wetten gaan vóór Boek 3 en 6 BW.
4. Jurisprudentie
Rechters vullen wetgeving aan of leggen die uit.
Uitspraken van de Hoge Raad zijn richtinggevend voor lagere
rechters.
Gepubliceerde uitspraken vormen samen de jurisprudentie.
5. Cao (collectieve arbeidsovereenkomst)
Gesloten tussen werkgevers(-organisaties) en vakbonden.
Kan wettelijke regels aanvullen of vervangen (voor zover
toegestaan).
Regelt o.a.:
- Lonen en arbeidsvoorwaarden
- Vakantie- en verlofdagen
- Opzegtermijnen
- Arbeidstijden en pensioen
6. Verdragen
Internationale verdragen kunnen rechtstreeks rechten geven aan
burgers.
Belangrijke verdragen en organisaties:
- Europees Sociaal handvest
- Internationale Arbeidsorganisatie
- EU-verdragen en richtlijnen
1.3 Van dwingend recht tot aanvullend recht
Afhankelijkheid van de werknemer
Werknemers zijn afhankelijk van hun werkgever:
- Ze moeten eenzijdige instructies opvolgen
- Het is loon is meestal hun enige bron van inkomsten
Door deze afhankelijkheid accepteren werknemers soms
arbeidsvoorwaarden die ze anders niet zouden aanvaarden
Daarom bevat het arbeidsrecht extra beschermingsregels
, Verschillende soorten rechtsregels in het arbeidsrecht
In boek 7, titel 10 BW komen vier soorten recht voor, speciaal bedoeld om
de werknemer te beschermen:
1. Dwingend recht:
- Niet af te wijken, ook niet als werknemer instemt
- Te herkennen aan termen als “is nietig”, is vernietigbaar”,
“kan niet ten nadele van werknemer worden afgeweken”.
- Voorbeeld: art 7.655BW (informatieplicht werkgever)
- Nietig: bestaat juridisch niet
- Vernietigbaar: werknemer moet zelf actie ondernemen om te
vernietigen
2. Driekwartdwingend recht
- Alleen afwijking mogelijk via cao of regeling door een
bevoegd bestuursorgaan.
- Te herkennen aan “kan bij cao worden afgeweken”.
- Voorbeeld: art 7.670 BW (opzegverboden)
3. Semidwingend recht
- Afwijken mag bij schriftelijke overeenkomst tussen
werkgever en werknemer.
- Ook afwijking via cao is toegestaan
- Voorbeeld: art 7.628 lid 5 BW (loondoorbetaling bij geen werk)
4. Aanvullend recht
- Afwijking altijd toegestaan, mondeling of schriftelijk
- Van toepassing als wet niets zegt over afwijking
- Voorbeeld art 7.622 BW
Recht vs afspraken
- Beschermende regels uit BW kunnen individuele afspraken
overrulen
- Een afspraak in strijd met dwingend recht is ongeldig
- BW beschermt de werknemer als zwakkere partij in de
arbeidsrelatie
Rechterlijke bevoegdheid bij arbeidszaken
1. Absolute competentie
Arbeidszaken starten bij de kantonrechter (civiele sector van de
rechtbank).
Uitzondering: geschillen met bestuurders van BV/NV bij hoge
bedragen (>€25.000) → gewone civiele rechter.
Hoger beroep: gerechtshof (4 in NL).
Cassatie: Hoge Raad (Den Haag).