MODULE 1
Van contact leggen tot en met verwijzen
VPK11D20 Contact leggen en vraag verhelderen
Student naam
Student nummer
Opleiding Verpleegkunde
Titel EVL Contact leggen en vraag verhelderen
Code EVL VPK11D20
Datum van inleveren 9 Juni 2025
Versie (eerste kans of herkansing) Eerste kans
,Inhoudsopgave
1. INTRODUCTIE ......................................................................................................................................... 2
1.1 INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2
1.2 DOEL VAN DE OPDRACHT ...................................................................................................................................... 2
2. CASUS .................................................................................................................................................... 2
3. MEDISCHE KENNIS .................................................................................................................................. 3
3.1 ZIEKTEBEELD ......................................................................................................................................... 3
CHONDROOM .......................................................................................................................................................... 3
DWARSLAESIE .......................................................................................................................................................... 4
DECUBITUS .............................................................................................................................................................. 5
LICHT VERSTANDELIJKE BEPERKING ............................................................................................................................... 6
4 COMMUNICATIE ...................................................................................................................................... 7
4.1 VOORBEREIDING ................................................................................................................................................. 7
4.2. TIJDENS HET ANAMNESEGESPREK .......................................................................................................................... 7
5. VERSLAG VAN DE BEELDOPNAME MET MENEER VISSER ........................................................................... 8
5.1 FRAGMENTEN EN TOELICHTING ............................................................................................................. 8
6. ONTWIKKELINGS- EN LEVENSLOOPPSYCHOLOGIE................................................................................... 14
7. WET- EN REGELGEVING ......................................................................................................................... 15
7.1 INSTEMMING CLIENT .......................................................................................................................................... 16
8. CLASSIFICATIE IN ZORGVERLENING ........................................................................................................ 16
9. DE 11 GEZONDHEIDSPATRONEN VAN GORDON ..................................................................................... 16
9.1 GEZONDHEIDSBELEVING EN -INSTANDHOUDING ...................................................................................................... 16
9.2 VOEDINGS- EN STOFWISSELINGSPATROON ............................................................................................................. 16
9.3 UITSCHEIDINGSPATROON .................................................................................................................................... 17
9.4 ACTIVITEITENPATROON ...................................................................................................................................... 17
9.5 SLAAP-RUSTPATROON ........................................................................................................................................ 17
9.6 COGNITIE- EN WAARNEMINGSPATROON ................................................................................................................ 17
9.7 ZELFBELEVINGSPATROON .................................................................................................................................... 18
9.8 ROLLEN- EN RELATIEPATROON ............................................................................................................................. 18
9.9 SEKSUALITEITS- EN VOORTPLANTINGSPATROON....................................................................................................... 18
9.10 COPING EN STRESSVERWERKINGSPATROON .......................................................................................................... 18
9.11 WAARDE- EN LEVENSOVERTUIGINGENPATROON .................................................................................................... 19
10. ZORG .................................................................................................................................................. 19
10.1 ZORGBEHOEFTE ................................................................................................................................ 19
10.2 ZORGVRAAG ..................................................................................................................................... 19
11. REFLECTIE STARR ................................................................................................................................ 20
11.1 SITUATIE........................................................................................................................................................ 20
11.2 TAAK ............................................................................................................................................................ 20
11.3 ACTIE ............................................................................................................................................................ 20
11.4 RESULTAAT .................................................................................................................................................... 20
11.5 REFLECTIE ...................................................................................................................................................... 20
LITERATUURLIJST...................................................................................................................................... 21
1
, 1. Introductie
1.1 Inleiding
Mijn naam is XX en ik ben deeltijdstudent verpleegkunde aan de Hogeschool
Windesheim te Almere. Bij Triade Vitree ben ik werkzaam op een woongroep. Cliënten
hebben een verstandelijke en/of meervoudige beperking en komen uit verschillende
leeftijdsgroepen. Wij werken volgens de behandelmodel Triple-C. Een behandelmodel dat
zich richt op mensen met een verstandelijke beperking en gedragsproblemen, is Triple-C.
Drie C's zijn de kenmerken van de cliënt, de coach en de competentie. De Triple-C hanteert,
in tegenstelling tot vele andere modellen, niet het probleemgedrag of de stoornis als
uitgangspunt, maar de menselijke behoeften. (Gillissen, 2023). In deze context is de
verpleegkundige van cruciaal belang, vooral wanneer zij in contact komt met cliënten die
verschillende niveaus van cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling hebben. De
verpleegkundige moet een vertrouwensrelatie opbouwen en de unieke behoeften van elke
cliënt begrijpen om passende zorg te bieden.
1.2 Doel van de opdracht
Dit is het verslag en de theoretische onderbouwing van de toetsopdracht van module 1 EVL
1.1. Het belangrijkste doel van deze toetsopdracht is om contact te leggen met de patiënt en
de hulpvraag te formuleren. Deze hulpvraag wordt in samenspraak met de cliënt en diens
naasten geformuleerd op basis van een anamnesegesprek. De anamnese wordt op
professionele en methodisch verantwoorde wijze afgenomen, met gebruikmaking van de elf
gezondheidspatronen van Gordon. De verzamelde gegevens vormen de fundamenten voor
het opstellen van een zorg- en/of hulpvraag die aansluit bij de behoeften, wensen en
mogelijkheden van de cliënt.
2. Casus
In overleg met mijn leerwerkbegeleider heb ik besloten om het her-anamnesegesprek te
voeren met een cliënt, die ik in dit document meneer Visser noem.
Uit het ECD van meneer Visser (Triade Vitree, persoonlijke communicatie, 4 April 2025) komt
de volgende informatie naar voren. Meneer Visser is geboren in 1969 en komt uit een gezin
van twee kinderen. Uit zijn jeugdjaren is bekend dat meneer Visser epileptische aanvallen
heeft gehad. Meneer Visser heeft ZMLK-onderwijs gevolgd en zelf vindt dat hij een normale
jeugd heeft gehad. Sinds zijn 19e jaar heeft hij in de groenvoorziening gewerkt bij de sociale
werkvoorziening. Hij heeft zijn hele leven bij zijn ouders gewoond. Voordat hij in een
woongroep bij Triade terecht kwam, in 2013, heeft hij ambulante ondersteuning aan huis
gehad vanuit Triade en had hij een rijbewijs, dat hij 12 jaar lang gebruikte. Hij woont nu in
een woonvorm met 7 andere ouder wordende cliënten met een beperking. Hij heeft zijn
eigen appartement met slaapkamer en deelt een badkamer met een andere cliënt. Meneer
Visser verblijft meestal op de kamer. Hij heeft een disharmonisch intelligentieprofiel met een
lichte intellectuele beperking in verbaal begrip, visuele vaardigheden en werkgeheugen. Zijn
2