UITWERKING VRAGEN
Wat zijn de verschillende besluitniveau ’s? (N 2000, NNN)
Het netwerk Natura 2000 is een
Europees netwerk van
natuurgebieden. In Natura
2000-gebieden worden
bepaalde dieren, planten en hun
natuurlijke leefomgeving
beschermd om de biodiversiteit
(soortenrijkdom) te behouden In
Nederland zijn deze gebieden aangewezen op grond van onder andere de Habitatrichtlijn
en de Vogelrichtlijn, en de wettelijke bescherming verloopt via de Omgevingswet (en
daarvoor via de Wet natuurbescherming).
Daarnaast is er het gebieds-netwerk Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen
Ecologische Hoofdstructuur, EHS). Provincies wijzen deze gebieden aan via de
omgevingsverordening.
De besluitniveaus liggen dus op Europees niveau (de richtlijnen), Rijksniveau
(aanwijzingsbesluiten, nationale wetgeving) en provinciale/regionale niveau
(omgevingsverordeningen, uitvoering). Bijvoorbeeld: een gebied wordt op Europees
niveau erkend (Natura 2000), op nationaal niveau aangewezen en de provincie stelt regels
in haar verordening of plan voor het NNN‐gebied.
Belangrijkste punten
Natura 2000 = Europees netwerk, gericht op soorten en leefgebieden.
NNN = Nederlands netwerk, provinciale verantwoordelijkheid.
Besluitniveaus: Europees → nationaal → provinciaal/regionaal.
Provincies spelen een grote rol in uitvoering en kwaliteitsbewaking van NNN‐gebieden.
Wat is de wet- en regelgeving op gebied van soortbescherming?
In Nederland regelt de Wet natuurbescherming sinds 1 januari 2017 de
soortenbescherming (en gebiedsbescherming). Deze verving onder andere de Flora- en
Faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet.
Soortenbescherming houdt in dat bijvoorbeeld beschermde dier- en plantensoorten
beschermd zijn tegen verstoring, vernietiging of doding. Er geldt vaak het “nee, tenzij-
principe”: geen schade tenzij expliciet toestemming.
Ook vanuit de Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn) gelden verplichtingen
voor soorten.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de regels over soorten- en
gebiedsbescherming samengebracht in besluiten zoals het Besluit activiteiten
leefomgeving (Bal).
- Actieve soortbescherming: bescherming door stimuleren biodiversiteit (op grote schaal)
- Passieve soortbescherming: bescherming door verboden en verplichtingen, zorgplicht
voor iedereen
, Belangrijkste punten
Wettelijke basis: Wet natuurbescherming (vanaf 2017) en vanaf 2024 Omgevingswet.
Beschermde soorten hebben verbodsbepalingen (verstoring, doden, beschadigen
voortplantings‐ of rustplaatsen).
Europese richtlijnen spelen een rol.
Provincies hebben bevoegdheden voor ontheffingen en uitvoering.
Wat is de wet- en regelgeving op gebied van gebiedsbescherming?
Gebiedsbescherming betreft de bescherming van natuurgebieden, bijvoorbeeld de
aanwijzing van Natura 2000‐gebieden. Volgens de Wet natuurbescherming is dit geregeld
via hoofdstuk 2 (voorheen).
Het Nederlandse natuurbeschermingsrecht maakt onderscheid tussen
soortenbescherming en gebiedsbescherming.
De omgevingsverordening van de provincie bevat regels over NNN‐gebieden, waaronder
het vastleggen van de wezenlijke kenmerken en waarden en het voorkomen van
achteruitgang van kwaliteit en oppervlakte.
Voor Natura 2000‐gebieden geldt dat er instandhoudingsdoelen worden vastgesteld en
dat vergunningplichtige activiteiten getoetst moeten worden op significante gevolgen.
Belangrijkste punten
Gebiedsbescherming is gebaseerd op Europese en nationale wetgeving.
Provincies hebben een belangrijke rol via omgevingsverordening voor NNN.
Voor Natura 2000‐gebieden gelden extra procedures en instandhoudingsdoelen.
Wet‐ en regelgeving is sinds de Omgevingswet samengebracht en geactualiseerd.
Welke bedreigingen heeft de moerputten? (Verschralen en vernatten)
De Moerputten is een laagveenmoerasgebied in zuidelijk Nederland, met bijzondere
natuurwaarden.
Twee belangrijke bedreigingen voor het gebied zijn:
Verschraling: Dit is het proces waarbij de bodem arm wordt (weinig
voedingsstoffen) maar in de natuurbeheerscontext: juist extensief beheer (zoals
hooien) zorgt voor verschraling, wat vaak positief is voor specifieke soorten. Voor
de Moerputten betekent dit echter dat door gebrek aan beheer of
verdroging/vermesting bepaalde soorten verdwijnen.
Vernatting: Het herstellen van natte condities is in dit gebied juist een maatregel
(terugbrengen van kwelwater) omdat verdroging het gebied aantast. Verdroging
(het tegenovergestelde van vernatten) wordt genoemd als bedreiging.
Concreet: door lagere kwel, bodemdaling of snelle waterafvoer dreigt het gebied droger
te worden, wat leidt tot verlies van vochtige natuurtypen, en door vermesting of verzuring
gaan speciale soorten verloren.
Belangrijkste punten
Verdroging/ onvoldoende kwelwater zijn bedreigingen voor Moerputten.
Vermesting en verzuring spelen ook mee, omdat voedselarme omstandigheden juist
kenmerkend zijn voor bepaalde habitats.
Het herstel van natte omstandigheden (vernatten) is daarom een beheermaatregel.
Verscheidenheid in bodem‐ en watercondities is belangrijk voor behoud van
soortenrijkdom.
Wat zijn de verschillende besluitniveau ’s? (N 2000, NNN)
Het netwerk Natura 2000 is een
Europees netwerk van
natuurgebieden. In Natura
2000-gebieden worden
bepaalde dieren, planten en hun
natuurlijke leefomgeving
beschermd om de biodiversiteit
(soortenrijkdom) te behouden In
Nederland zijn deze gebieden aangewezen op grond van onder andere de Habitatrichtlijn
en de Vogelrichtlijn, en de wettelijke bescherming verloopt via de Omgevingswet (en
daarvoor via de Wet natuurbescherming).
Daarnaast is er het gebieds-netwerk Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen
Ecologische Hoofdstructuur, EHS). Provincies wijzen deze gebieden aan via de
omgevingsverordening.
De besluitniveaus liggen dus op Europees niveau (de richtlijnen), Rijksniveau
(aanwijzingsbesluiten, nationale wetgeving) en provinciale/regionale niveau
(omgevingsverordeningen, uitvoering). Bijvoorbeeld: een gebied wordt op Europees
niveau erkend (Natura 2000), op nationaal niveau aangewezen en de provincie stelt regels
in haar verordening of plan voor het NNN‐gebied.
Belangrijkste punten
Natura 2000 = Europees netwerk, gericht op soorten en leefgebieden.
NNN = Nederlands netwerk, provinciale verantwoordelijkheid.
Besluitniveaus: Europees → nationaal → provinciaal/regionaal.
Provincies spelen een grote rol in uitvoering en kwaliteitsbewaking van NNN‐gebieden.
Wat is de wet- en regelgeving op gebied van soortbescherming?
In Nederland regelt de Wet natuurbescherming sinds 1 januari 2017 de
soortenbescherming (en gebiedsbescherming). Deze verving onder andere de Flora- en
Faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet.
Soortenbescherming houdt in dat bijvoorbeeld beschermde dier- en plantensoorten
beschermd zijn tegen verstoring, vernietiging of doding. Er geldt vaak het “nee, tenzij-
principe”: geen schade tenzij expliciet toestemming.
Ook vanuit de Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn) gelden verplichtingen
voor soorten.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de regels over soorten- en
gebiedsbescherming samengebracht in besluiten zoals het Besluit activiteiten
leefomgeving (Bal).
- Actieve soortbescherming: bescherming door stimuleren biodiversiteit (op grote schaal)
- Passieve soortbescherming: bescherming door verboden en verplichtingen, zorgplicht
voor iedereen
, Belangrijkste punten
Wettelijke basis: Wet natuurbescherming (vanaf 2017) en vanaf 2024 Omgevingswet.
Beschermde soorten hebben verbodsbepalingen (verstoring, doden, beschadigen
voortplantings‐ of rustplaatsen).
Europese richtlijnen spelen een rol.
Provincies hebben bevoegdheden voor ontheffingen en uitvoering.
Wat is de wet- en regelgeving op gebied van gebiedsbescherming?
Gebiedsbescherming betreft de bescherming van natuurgebieden, bijvoorbeeld de
aanwijzing van Natura 2000‐gebieden. Volgens de Wet natuurbescherming is dit geregeld
via hoofdstuk 2 (voorheen).
Het Nederlandse natuurbeschermingsrecht maakt onderscheid tussen
soortenbescherming en gebiedsbescherming.
De omgevingsverordening van de provincie bevat regels over NNN‐gebieden, waaronder
het vastleggen van de wezenlijke kenmerken en waarden en het voorkomen van
achteruitgang van kwaliteit en oppervlakte.
Voor Natura 2000‐gebieden geldt dat er instandhoudingsdoelen worden vastgesteld en
dat vergunningplichtige activiteiten getoetst moeten worden op significante gevolgen.
Belangrijkste punten
Gebiedsbescherming is gebaseerd op Europese en nationale wetgeving.
Provincies hebben een belangrijke rol via omgevingsverordening voor NNN.
Voor Natura 2000‐gebieden gelden extra procedures en instandhoudingsdoelen.
Wet‐ en regelgeving is sinds de Omgevingswet samengebracht en geactualiseerd.
Welke bedreigingen heeft de moerputten? (Verschralen en vernatten)
De Moerputten is een laagveenmoerasgebied in zuidelijk Nederland, met bijzondere
natuurwaarden.
Twee belangrijke bedreigingen voor het gebied zijn:
Verschraling: Dit is het proces waarbij de bodem arm wordt (weinig
voedingsstoffen) maar in de natuurbeheerscontext: juist extensief beheer (zoals
hooien) zorgt voor verschraling, wat vaak positief is voor specifieke soorten. Voor
de Moerputten betekent dit echter dat door gebrek aan beheer of
verdroging/vermesting bepaalde soorten verdwijnen.
Vernatting: Het herstellen van natte condities is in dit gebied juist een maatregel
(terugbrengen van kwelwater) omdat verdroging het gebied aantast. Verdroging
(het tegenovergestelde van vernatten) wordt genoemd als bedreiging.
Concreet: door lagere kwel, bodemdaling of snelle waterafvoer dreigt het gebied droger
te worden, wat leidt tot verlies van vochtige natuurtypen, en door vermesting of verzuring
gaan speciale soorten verloren.
Belangrijkste punten
Verdroging/ onvoldoende kwelwater zijn bedreigingen voor Moerputten.
Vermesting en verzuring spelen ook mee, omdat voedselarme omstandigheden juist
kenmerkend zijn voor bepaalde habitats.
Het herstel van natte omstandigheden (vernatten) is daarom een beheermaatregel.
Verscheidenheid in bodem‐ en watercondities is belangrijk voor behoud van
soortenrijkdom.