Overheidsambten op rijksniveau
- Samenstelling regering en Staten-Generaal
- Verhouding regering en Staten-Generaal
- Parlementair stelsel
Vier basisbegrippen:
1. Overheidsverband: Het geheel van instellingen en organen
waaruit de overheid bestaat (bijv. gemeente, provincie, rijk).
2. Overheidsambt: Een concrete functie of positie binnen het
overheidsverband (bijv. burgemeester, minister, ambtenaar).
3. Staatsvorm: Hoe een staat als geheel is ingericht – bijvoorbeeld
een eenheidsstaat of een federatie.
4. Regeringsvorm: Hoe de macht binnen de staat wordt verdeeld en
uitgeoefend – bijvoorbeeld een monarchie of een republiek, of
een parlementaire of presidentiële regeringsvorm is.
Staatsvorm Nederland (op
Rijksniveau) ->
Gedecentraliseerde
eenheidsstaat
Koninkrijk der Nederlanden?
- Federaal
samenwerkingsverband
Regeringsvorm Nederland
(op Rijksniveau) ->
Constitutionele monarchie met
parlementair stelsel =
• Constitutionele monarchie:
• Monarch heeft bevoegdheden
• Andere ambten hebben ook bevoegdheden
• Er is niet een hoogste ambt
• Parlementair stelsel: later uitgebreider
• Twee pijlers (Kortmann):
• Vertrouwensregel
• Ontbindingsrecht regering
Regering (42.1 Gw), kabinet en ministerraad (45.1 Gw); Samenstelling en
verhoudingen.
Staten-Generaal (50 Gw);
Volksvertegenwoordiger
- ‘De Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse
volk.’
Medewetgever (81 Gw)
Controleur regering
Samenstelling en totstandkoming
, Inrichting en werkwijze Bv. Quorum, verbod op last, parlementaire
onschendbaarheid…
Regering en SG: verhoudingen:
1. Staten-Generaal controleert regering; Volksvertegenwoordiging
controleert bestuur
2. Parlementair stelsel; Geeft mede vorm aan controle
3. Parlementair stelsel: verdieping:
- Politieke ministeriële verantwoordelijkheid (42.2 Gw)
- Vertrouwensregel ;1866-1868
• ‘Kwestie Meijer’
• ‘Luxemburgse kwestie’
• Ongeschreven staatsrecht
• Geldt in ieder geval in de relatie regering – Tweede Kamer
• Motie-Deckers 1939
• Alleen moties?
• Geldt naar huidige inzichten ook in de relatie regering – Eerste
Kamer
- Ontbindingsrecht voor de regering (64 Gw)
4. Reikwijdte politieke verantwoordelijkheid (I); Handelen van en met
de Koning, Meestal minister-president, maar…
- Handelen van leden van het Koninklijk Huis, voor zover zij de Koning
vervangen
- Handelen van de regering = collectieve verantwoordelijkheid.
Homogeniteitsbeginsel (12.2 RvOMR)
5. Reikwijdte politieke verantwoordelijkheid (II);
- Handelen van de minister
- Handelen van de staatssecretaris (46.2 Gw) -> CBB 18 december
2002, r.o. 5 (Minister/staatssecretaris) blz. 169
- Handelen van ambtenaren
6. Reikwijdte politieke verantwoordelijkheid (III)
a. Twee onduidelijkheden
i. Handelen van ambtsvoorgangers?
1. Dölle & Elzinga: Ja, maar…
2. Bovend’Eert & Kummeling: Nee, tenzij…
ii. Handelen van leden van de koninklijke familie die geen
lid zijn van het koninklijk huis?
1. ‘Openbaar belang’
7. Ontbindingsrecht (64 Gw)
a. Zelfstandig recht van de regering
i. Bv. Bij conflictontbinding
b. Vaak toegepast in overleg met het parlement
i. Vooral bij behoefte aan nieuwe verkiezingen
ii. = ‘parlementarisering’ van het ontbindingsrecht
8. Effectuering controle (I)
a. Passieve inlichtingenplicht: 68 Gw
i. = inlichten op verzoek van de Staten-Generaal
ii. Tenzij: ‘belang van de staat’
iii. HR 28 maart 2003, r.o. 3.6.2 – 3.6.8 (Mink K.)
, 1. Wat betekent ‘belang van de staat’?
2. Welke rol heeft de rechter bij de toepassing van 68 Gw?
9. Effectuering controle (II)
a. Vragenrecht in ruime zin
i. 68 Gw
b. Vragenrecht in enge zin
i. 12.1 – 12.6 RvOTK; 104-105 RvOEK
10. Effectuering controle (III)
a. Motie (8.20 – 8.21 RvOTK; 66 RvOEK)
i. Verzoek of verklaring van Kamer
ii. Geen verplichtend karakter
1. Uitzondering: motie van wantrouwen
11. Effectuering controle (IV)
a. Recht van enquête (70 Gw)
b. Budgetrecht (105.1 Gw)
i. ‘De begroting […] van het Rijk wordt bij de wet
vastgesteld.’
ii. The Federalist Papers: ‘Power over the purse’
Ministeriële verantwoordelijkheid:
Strafrechtelijke verantwoordelijkheid (1840)
- Contraseign (47 Gw)
- Wet ministeriële verantwoordelijkheid
- 355 en 356 Sr
Politieke verantwoordelijkheid (1848)
- 42.2 Gw
- Grondregel: een minister is verantwoordelijk voor zover zijn
bevoegdheden strekken
- = eerst bevoegd, dan verantwoordelijk
Conclusie:
Vier kernbegrippen
1. Overheidsverband = geheel van instellingen en organen (rijk,
provincie, gemeente).
2. Overheidsambt = concrete functie daarin (minister, burgemeester).
3. Staatsvorm = hoe een staat is opgebouwd (NL = gedecentraliseerde
eenheidsstaat).
4. Regeringsvorm = hoe de macht is verdeeld (NL = constitutionele
monarchie met parlementair stelsel).
Nederland in het kort:
- Staatsvorm (NL): gedecentraliseerde eenheidsstaat.
- Koninkrijk der Nederlanden: federaal samenwerkingsverband (NL,
Aruba, Curaçao, Sint-Maarten).
- Regeringsvorm (NL): constitutionele monarchie + parlementair
stelsel.
Belangrijkste punten van het parlementair stelsel: