Bestuursrecht is: het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de
relatie tussen het openbaar gezag (de overheid) en de burgers.
Bestuursrecht ziet op:
- De rechtsbetrekkingen tussen de overheid en de burgers (of andere
overheden)
- Waarbij de overheid burgers eenzijdig kan binden door
overheidshandelingen
- Waarbij rechtsnormen gelden en
- Burgers tegen die handelingen kunnen opkomen
Besturen is - volgens de leer van de Trias Politica - die overheidsfunctie die
niet bestaat uit wetgeving of rechtspraak. Bestuur ziet op het van
overheidswege behartigen van het algemeen belang (beginsel van de
dienende overheid).
Democratische rechtsstaat:
Volkssoevereiniteit - vrije en geheime verkiezingen
Verantwoordelijkheid/ verantwoordingsplicht
Openbaarheid van bestuur/ persvrijheid
Inspraak
Democratische rechtsstaat:
Legaliteitsbeginsel/ wetmatigheidsbeginsel
Waarborgen van de grondrechten
Scheiding/ evenwicht van machten
Onafhankelijke rechter - rechterlijke controle
Legaliteitsbeginsel, Twee aspecten:
1. Bevoegdheden dienen uitdrukkelijk door de Grondwet of een andere
wet te zijn toegekend
- niet alleen bij 'Eingriffsverwaltung' (belastend overheidsoptreden)
- ook bij 'Leistungsverwaltung' (presterend overheidsoptreden)
2. Bestuurshandelen dient in overeenstemming te zijn met geschreven
en ongeschreven recht
,Artikel 1:1 lid 1 Awb. Onder bestuursorgaan wordt verstaan:
een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht in
ingesteld, (a-orgaan) of;
een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed (b-
orgaan)
A-organen: Rechtspersonen als bedoeld in art. 2:1 BW
lid 1: Staat, provincies, gemeenten, waterschappen én openbare lichamen
met verordenende bevoegdheid (art. 134 Gw), en lid 2: bijzondere
publiekrechtelijke rechtspersonen: bij of krachtens de wet bepaald.
“Een ieder die optreedt vanwege een 'rechtspersoon die krachtens
publiekrecht is ingesteld' en die een zekere eigen taak of functie heeft of
een zelfstandige plaats inneemt, moet worden beschouwd als a-orgaan”.
B-organen:
Een ander persoon of college (privaatrechtelijke rechtspersonen)
- geen onderscheidende betekenis
- Natuurlijk persoon of (orgaan van) rechtspersoon als bedoeld in de
artikelen 2:2 en 2:3 BW
met enig openbaar gezag bekleed... eenzijdig rechten of plichten
voor een ander in het leven te roepen of bindend vast te stellen, ... -
> bevoegdheid om publiekrechtelijke rechtshandelingen uit toe
voeren.
3 alternatieve (dus niet cumulatieve) criteria:
- krachtens de wet (VNG)
- uitzondering op 1 : de publieke taak (Schipholregio) - zie slides
- (Ambtenarenrecht - overwegende overheidsinvloed)
ABRvS 25 mei 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ5933 (VNG): R.o. 2.4.1:
"Vaststaat dat - is bekleed."
Buiten wettelijke verkrijging van openbaar gezag? ABRvS 17
september 2014,
ECLI:NL:RVS:2014:3379 (Schipholregio):
- ABRvS verfijnt de criteria voor het aanmerken van een
privaatrechtelijke rechtspersoon als bestuursorgaan in het kader van
geldelijke uitkeringen of op geld waardeerbare voorzieningen..
- De uitoefening van een publieke taak is geen zelfstandig
criterium meer voor het aannemen van een bestuursorgaan
wanneer geen wettelijke grondslag voor openbaar gezag
bestaat.
- Een privaatrechtelijke entiteit die geldelijke uitkeringen of op geld
waardeerbare voorzieningen verstrekt, kan als bestuursorgaan
, worden aangemerkt indien aan twee cumulatieve voorwaarden is
voldaan:
i. Inhoudelijk vereiste: De criteria voor de uitkeringen moeten in
beslissende mate worden bepaald door een of meer
bestuursorganen als bedoeld in art. 1:1, eerste lid, onder a, Awb.
ii. Financieel vereiste: De verstrekkingen moeten in overwegende
mate (ten minste twee derden) worden gefinancierd door een of
meer bestuursorganen als bedoeld in art. 1:1, eerste lid, onder a,
Awb.
In dit arrest is niet aan het inhoudelijke en financiële vereiste voldaan dus
Schiphol is geen buitenwettelijk b-orgaan.
Uitzonderingen a en b – organen, art. 1:1 AWB:
- lid 2: wetgevende en rechtsprekende organen
- lid 3: uitzondering op lid 2:..voor zover zij besluiten nemen of
handelingen verrichten ...
Analyse antwoord:
1. Art. 1:1 lid sub a Awb?
2. RIKP?
3. Is de korpschef een orgaan van deze RIKP?
4. Voldoende zelfstandige functie of positie?
5. Kan blijken uit wettelijke voorschriften. Dat is hier het geval - zie
artikelen 27 en 28 Politiewet 2012
6. Voorlopige conclusie: a-orgaan. Check lid 2: uitzondering? Niet het
geval.
7. Definitieve conclusie: a-orgaan zoals bedoeld in art. 1:1 lid sub a
Awb
Artikel 1:2 lid 1 Awb: Onder belanghebbende wordt verstaan: degene
wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken:
- Natuurlijke personen
- Bestuursorganen
- Rechtspersonen
Organisaties en groepen (entiteiten)zonder rechtspersoonlijkheid (denk
aan de uitspraak Occupy – eis: 'herkenbaar in het rechtsverkeer')
Belanghebbende: feitelijke invulling begrip: Het belang hoeft niet de
zwaarte te hebben van een potentiële inbreuk op iemand rechtspositie; er
hoeft dus geen wijziging van rechtspositie te zijn. Het hoeft zelfs niet
een belang te zijn dat kan worden meegewogen bij het besluit in kwestie.
Het belang moet wel kunnen worden geraakt door het rechtsgevolg
dat het besluit in het leven wil roepen.
Normadressaat of geadresseerde is in beginsel belanghebbende. Derde-
belanghebbende: OPERA-criteria
Objectief: 'Een belang dat alleen bestaat in iemands persoonlijke
belevingswereld maar dat door anderen niet kan worden gedeeld is
niet een belang als vereist door artikel 1:2 Awb.'
, Persoonlijk: Onderscheidt men zich met het belang van willekeurige
anderen? Uitstraling op fysieke leefomgeving: feitelijke gevolgen,
moeten wel van enige betekenis zijn (Mestbassin en Efteling)
ABRvS 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271 (Mestbassin)
Omwonenden hadden het college van B&W gevraagdom handhavend op
te treden tegen een mestbassin. Zijn al die omwonenden wel
belanghebbenden bij het besluit om niet te gaan handhaven? College zegt
nee: te lange afstand van omwonenden om last te hebben van de geur.
R.o. 3.2: over de invulling van het criterium 'gevolgen van enige
betekenis':
- " Het uitgangspunt is dat degene die rechtstreeks feitelijke
gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een
bestemmingsplan of een vergunning - toestaat, in beginsel
belanghebbende is bij dat besluit."
- "Het criterium 'gevolgen van enige betekenis' dient als correctie
op dit uitgangspunt."
- "De rechtbank heeft, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, ten
onrechte overwogen dat niet aannemelijk is dat de bezwaarmakers
die op een afstand van meer dan 250 m van het mestbassin wonen
geurhinder van enige betekenis ondervinden van het gebruik van
het mestbassin."
Ondanks de afstand, voldeden omwonenden toch aan de P van de opera
criteria.
ABRvS 15 mei 2024,ECLI:NL:RVS:2024:2050 (Efteling)
Ook handhavingsverzoek tegen de Efteling vanwege overlast. De Afdeling
oordeelt dat [partij F] geen belanghebbende is bij het handhavingsverzoek
tegen de Efteling, omdat hij geen "gevolgen van enige betekenis"
ondervindt (r.o. 4.9). Zijn woning ligt op 1,5 km afstand, en hoewel hij
geluid van het attractiepark hoort, is het wegverkeerslawaai ter plaatse
maatgevend (r.o.4.7). De toename van verkeer op de Heideweg is
minimaal en leidt niet tot significante hinder (r.o. 4.8). Omdat de
gevolgen voor zijn woonomgeving onvoldoende merkbaar en
significant zijn, wordt hij niet als belanghebbende aangemerkt. De
Efteling-uitspraak past daarmee het criterium van "gevolgen van enige
betekenis" strikt en feitelijk toe.
Invulling bij concurrentiebelangen: aantoonbare invloed van het besluit op
de belangen
marktsegment en verzorgingsgebied gelijk belang van concurrent moet
rechtstreeks betrokken zijn bij een besluit (Concurrenten) -> zelfde
marktsegment en verzorgingsgebied.
ABRvS 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4088 (Concurrenten)
Vergunningverlening voor uitbreiding van het winkelcentrum, ondernemers
vinden dat nadelig. Afdeling bevestigt dat ondernemers met een
concurrentiebelang in beginsel belanghebbend zijn bij een
omgevingsvergunning als zij actief zijn in hetzelfde verzorgingsgebied en