HC - Inleiding Sociale Psychologie
De wetenschappelijke studie van de manieren waarop mensen hun
gedachten, gevoelens, en gedragingen worden beïnvloed door de
(daadwerkelijke en/of voorgestelde) aanwezigheid van andere mensen
Sociale invloed: Fascinatie voor invloed van sociale situaties op
menselijke gedachten, gevoelens, en gedragingen
Brede en precieze discipline (ipv enkel gezond verstand of eigen
ervaringen)
Focus op ‘waarom’ (verklarend ipv enkel beschrijvend)
Focus op individu in sociale context (vgl. Sociologie: focus op Groep
of Maatschappij)
Fascinatie voor invloed van sociale situaties (en individuele verschillen) op
menselijke gedachten, gevoelens, en gedragingen
Zelfstandige discipline plus unieke combinatie van diverse
wetenschappelijke disciplines
-Processen uit ontwikkelingspsychologie, persoonlijkheidspsychologie-,
en functieleer, neurowetenschappen
-Toepassingen in organisatie-, gezondheids- en klinische psychologie
-Raakvlakken met sociologie, rechten, economie, etc. etc.
Basisprincipes, onderwerpen
Kurt Lewin: mensen denken, voelen en doen = f (Persoon x Situatie).
Heider & Simmel (1944): mens construeert eigen realiteit (=social
construal), vaak interpretatie in termen van persoonseigenschappen.
-Antropomorfisme = niet menselijke actoren zien als menselijk.
o Het denken, voelen en doen van mensen wordt sterk beïnvloed door
de situatie, of liever, door hun interpretatie van de situatie
Situatie → perceptie → cognitie motivatie & gedrag.
o Omgeving beïnvloedt de gedachten, gevoelens en gedragingen van
mensen.
→ Big fish little pond effect: zelfvertrouwen wordt sterk beïnvloedt door
omgeving
Sociale invloed en conformiteit: groepsnormen, groepsdruk & meelopen of
tegen de stroming ingaan?
- Asch (1951) Conformity experiment
Lee Ross: Fundamentele attributiefout
Oorzaken gedrag toeschrijven aan persoonlijkheidseigenschappen
ipv omgeving.
Attributie = waarom doet zij dit? → persoonlijkheid, i.p.v. situatie.
Wij als mensen zijn geneigd om de attributie te leggen bij de
persoonlijkheid van iemand, en de situatie neigen te ‘vergeten’.
,Twee manieren van informatie verwerken:
Gecontroleerd – automatisch
Systematisch – Heuristisch (Chaiken)
Centraal – Perifeer (Petty)
Rationalistisch – Experimenteel (Epstein)
Systeem 1 – Systeem 2 (Kahneman & Tversky)
Systeem 1 = intuïtief, snel en automatisch, systeem 2 = rationeel, traag
en weloverwogen.
Wanneer wat?
Willen (gemotiveerd, belangrijk, duur, zelf-gerelateerd)
Kunnen (genoeg cognitieve capaciteit, voldoende informatie)
Schema’s en vuistregels als je niet anders wilt, niet anders kunt
- Ellen Langer: reden geven m.b.v. het woord “want” werkt zo goed
dat het niet eens uitmaakt wat je erachter zet. Werkt omdat mensen
informatie oppervlakkig verwerken → heuristische informatie
verwerking.
Fundamentele menselijke drijfveren
o Bernard Weiner
Drijfveer 1: de behoefte om je goed te voelen over jezelf. Attributietheorie:
zelfbeschermende verklaringen voor uitkomsten.
Dijfveer 2: de behoefte om een nauwkeurig beeld van de wereld te
hebben. Lukt niet altijd, kost aandacht.
- Motivatie sterker bij: Ambigue situatie, onzekerheid,
verantwoordelijkheid af moeten leggen, persoonlijke relevantie,
meer tijd & tegenstrijdige informatie.
HC - Vooroordelen, stereotypen en discriminatie
Cognitie, emotie, gedrag
Stereotypen: cognitieve component: bestaan uit kennis en aannamens
over bepaalde sociale groepen, maken ons blind voor individuerende
eigenschappen van mensen.
- Brein maakt snel onderscheid tussen gezichten van ingroup en
outgroup. Het is afhankelijk van de context (wordt sterker na
bedreiging sociale identiteit) & van betekenis (sterker voor mensen
die identificeren met hun groep).
- Sociale categorisatie = individuen als groepsleden zien omdat ze
kenmerken hebben die typerend zijn voor deze groep.
- Impliciet (dus niet bewust), associaties (associeer mannen
makkelijker met competentie en vrouwen met warmte), aangeleerd
(ervaring).
Vooroordelen: affectieve component: evaluaties van gevoelens van
individu gebaseerd op lidmaatschap van een groep. Emoties als gevolg
van stereotypen.
, - Dehumanisatie: ontzeggen van menselijk karakter waardoor
empathie en respect afneemt.
Discriminatie: gedragscomponent: Oneerlijke behandeling vanwege
groepslidmaatschap. Effecten van stereotypen op gedrag.
- IAT meting → Deelnemers met hogere impliciete vooroordelen
vertoonden gesloten lichaamstaal en minder warmte tegenover
zwarte partner.
Vijandige seksisme (is duidelijk op te merken) & welwillend seksisme
(minder duidelijk).
Waar komt het vandaan?
Invloed van omgeving: aangeleerd, cognitief zuinig, institutionele
discriminatie, conformiteit aan sociale normen, geloof in een eerlijke
wereld & competentie over schaarse middelen.
Sociale identiteitstheorie: mensen baseren zelfbeeld op groepen waarbij ze
horen, niet alleen behoefte aan positief zelfbeeld maar ook positieve
identiteit. Door bv. sociale categorisatie, eigen groep bevoordelen (ingroup
bias), devaluatie van andere groepen & outgroup homogeniteit.
Hoe is het om doelwit te zijn?
Zelf vervullende voorspelling: Deelnemers met hogere impliciete
vooroordelen vertoonden gesloten lichaamstaal en minder warmte
tegenover zwarte partners → andere studie toont dat als je mensen zo
behandeld, dat ze een minder goede indruk maken.
Sociale identiteitsdreiging: groepsstatus dreiging = bedreigd omdat jouw
groep een lage status heeft of negatief geëvalueerd wordt.
- Categorisatiedreiging = bedreigd omdat jij bekeken wordt als een
groepslid ipv individu.
Bedreiging verminderen...: zelfaffirmatie (=doe mee aan onderzoek het
inschatten van emoties, jij bent hier goed in) & groepsaffirmatie (=doe
mee aan onderzoek het inschatten van emoties, vrouwen zijn hier goed
in).
- Affirmatie van persoonlijke of groepswaarde kon dreiging (negatieve
stress) omzetten in uitdaging (positieve stress).
- Laag geïdentificeerde vrouwen → zelfaffirmatie helpt. Hoog-
geïdentificeerde vrouwen → groepsaffirmatie helpt.
Zorg dat sociale identiteit geen bron van dreiging is: diverse representatie,
inclusief taalgebruik, beloning interventies, groei mindset bevorderen &
reageer op microagressies.
Wat kan je eraan doen?
Wees gemotiveerd om egalitair te zijn en om de ander aardig te vinden.
Dus als je maar wilt dan verdwijnen jouw stereotypische gedachten etc.
wel
- Maar mensen vinden vaak niet dat ze stereotyperen of merken dat
niet bij zichzelf op. En ook automatisch/spontaan verlopende
categoriseringsprocess.