1. Middeleeuwen (500 – 1500/1600)
Historische context
De Middeleeuwen waren een onzekere tijd: veel oorlogen, armoede en
ziektes (zoals de pest). De meeste mensen waren ongeletterd. De kerk
had enorm veel macht en bepaalde hoe mensen dachten over leven en
dood.
Wereldbeeld
Het wereldbeeld was theocentrisch: God stond centraal. Het leven op
aarde stelde weinig voor en was slechts een voorbereiding op het
hiernamaals. Het motto memento mori (gedenk te sterven) herinnerde
mensen eraan dat ze zich moesten voorbereiden op de dood.
Literatuurkenmerken
Vaak mondeling overgeleverd
Didactisch: bedoeld om mensen iets te leren
Religieus en moralistisch
Geen originele auteurs: overschrijven was normaal
Genres
Ridderromans
Heiligenlevens
Geestelijke liederen
Volksverhalen
Belangrijke auteurs en werken
Karel ende Elegast – ridderverhaal over trouw en eer
Van den vos Reynaerde – satirisch dierenepos
Beatrijs – verhaal over schuld, boete en vergeving
Hadewijch – mystieke poëzie
Kernbegrippen
Theocentrisme
Memento mori
Hoofse liefde
, 2. Renaissance (1600 – 1700)
Historische context
De Renaissance ontstond door ontdekkingsreizen, wetenschappelijke
vooruitgang en hernieuwde interesse in de klassieke oudheid (Grieken en
Romeinen).
Wereldbeeld
Het wereldbeeld werd antropocentrisch: de mens kwam centraal te
staan. Mensen mochten genieten van het leven, zolang ze
verantwoordelijkheid namen. Het motto was carpe diem.
Literatuurkenmerken
Evenwicht, harmonie en vaste regels
Klassieke voorbeelden
Veel poëzie en toneel
Belangrijke auteurs en werken
P.C. Hooft – Granida
Joost van den Vondel – Gijsbrecht van Aemstel
Constantijn Huygens – gedichten over het leven
Kernbegrippen
Antropocentrisme
Carpe diem
Klassieke oudheid
3. Verlichting (1700 – 1800)
Historische context
Wetenschap en filosofie ontwikkelden zich snel. Mensen gingen kritisch
nadenken over macht, religie en traditie.
Historische context
De Middeleeuwen waren een onzekere tijd: veel oorlogen, armoede en
ziektes (zoals de pest). De meeste mensen waren ongeletterd. De kerk
had enorm veel macht en bepaalde hoe mensen dachten over leven en
dood.
Wereldbeeld
Het wereldbeeld was theocentrisch: God stond centraal. Het leven op
aarde stelde weinig voor en was slechts een voorbereiding op het
hiernamaals. Het motto memento mori (gedenk te sterven) herinnerde
mensen eraan dat ze zich moesten voorbereiden op de dood.
Literatuurkenmerken
Vaak mondeling overgeleverd
Didactisch: bedoeld om mensen iets te leren
Religieus en moralistisch
Geen originele auteurs: overschrijven was normaal
Genres
Ridderromans
Heiligenlevens
Geestelijke liederen
Volksverhalen
Belangrijke auteurs en werken
Karel ende Elegast – ridderverhaal over trouw en eer
Van den vos Reynaerde – satirisch dierenepos
Beatrijs – verhaal over schuld, boete en vergeving
Hadewijch – mystieke poëzie
Kernbegrippen
Theocentrisme
Memento mori
Hoofse liefde
, 2. Renaissance (1600 – 1700)
Historische context
De Renaissance ontstond door ontdekkingsreizen, wetenschappelijke
vooruitgang en hernieuwde interesse in de klassieke oudheid (Grieken en
Romeinen).
Wereldbeeld
Het wereldbeeld werd antropocentrisch: de mens kwam centraal te
staan. Mensen mochten genieten van het leven, zolang ze
verantwoordelijkheid namen. Het motto was carpe diem.
Literatuurkenmerken
Evenwicht, harmonie en vaste regels
Klassieke voorbeelden
Veel poëzie en toneel
Belangrijke auteurs en werken
P.C. Hooft – Granida
Joost van den Vondel – Gijsbrecht van Aemstel
Constantijn Huygens – gedichten over het leven
Kernbegrippen
Antropocentrisme
Carpe diem
Klassieke oudheid
3. Verlichting (1700 – 1800)
Historische context
Wetenschap en filosofie ontwikkelden zich snel. Mensen gingen kritisch
nadenken over macht, religie en traditie.