Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Complete duidelijke samenvatting van alle stof van motorische ontwikkeling en motorisch leren

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
38
Geüpload op
04-02-2026
Geschreven in
2024/2025

Deze samenvatting bevat alle stof uit de colleges en zijn heel duidelijk en volledig uitgewerkt. Het is makkelijk te lezen en te volgen, ook doormiddel van de plaatjes.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Motorische ontwikkeling en motorisch leren




College 1
Motorische ontwikkeling = alle veranderingen in motorisch gedrag die gedurende de
kindertijd zichtbaar zijn.


Begrippen
Genese = het ontstaan van iets nieuws. Ook motoriek is het ontstaan van nieuw
motorisch gedrag.
• Ontogenese = de ontwikkeling van het individu
• Fylogenese = ontwikkeling van de soort

Ontwikkeling = kwalitatieve veranderingen. Het uiterlijk waarneembare gedrag dat
verandert.
Leren = individuele veranderingen in het gedrag die het gevolg zijn van exogene factoren
(omgevingsfactoren).
Groei (rijping) = kwantitatieve biologische veranderingen.
• Ontwikkeling ¹ leren ¹ groei


Nature-nurture debat
Bij nature liggen alle eigenschappen al binnen het kind. De ontwikkeling ligt dus al vast
en de genen bepalen het nieuwe gedrag.
Bij nurture leren kinderen het gedrag. Het gedrag ligt dus niet al vast maar de omgeving
beïnvloedt het nieuwe gedrag. Leren is hierbij altijd mogelijk.

Er is ook nog een punt die aangeeft dat er interactie is tussen nature en nurture. De
omgeving heeft hierbij invloed. Er is dus wederzijdse beïnvloeding van aangeboren
structuren en de omgeving.


Continu of discontinu
Continu:
• Nieuw gedrag komt voort uit eerder gedrag. Er is een continue toename van
ontwikkeling
• Groei/leren
• Kwantitatieve veranderingen
Discontinue:
• Nieuw gedrag komt voort uit nieuwe interne structuren
• Ontwikkeling
• Kwalitatieve veranderingen

Of iets continu of discontinu is hangt af van je meetmomenten. Als je iets meet tussen
seconden tot dagen kan het een continue ontwikkeling zijn. Als je het verdeeld over

,Motorische ontwikkeling en motorisch leren

langere meetmomenten dan kan het lijken op een discontinu ontwikkeling. Daarnaast
hangt het ook af van of het een cross-sectioneel of longitudinaal meting is.
In de ontwikkeling van schrijven zie je dat kinderen na mate ze ouder worden, steeds
sneller gaan schrijven. Daarnaast zie je dat de greep van het schrijven verandert. Als je
alleen naar de schrijftijd kijkt lijkt de ontwikkeling continue, maar naar hoe de taak wordt
uitgevoerd lijkt de kwalitatieve verandering discontinue.

Als je longitudinaal onderzoekt dan zie je dat ieder kind zijn eigen ontwikkelingstraject
heeft.


Ontwikkelingstheorieën




Nativisme: ontwikkeling wordt bepaald door endogene factoren. Hierbij staat
ontwikkeling gelijk aan de rijping van het centrale zenuwstelsel.
Empirisme: ontwikkeling wordt bepaald door exogene factoren. Hierbij is ontwikkelen
gelijk aan leren.
Interactionisme: ontwikkeling wordt bepaald door de wederkerige interactie tussen het
individu en de omgeving.

,Motorische ontwikkeling en motorisch leren




Nativisme: ontwikkeling wordt bepaald door endogene factoren. De genen bepalen de
veranderingen in het gedrag als het zenuwstelsel gaat veranderen.
Coghill bestudeerde salamanders. Deze ontwikkelen heel snel en bewegen eerst met
het hoofd en vervolgens ook met de staart. Elke keer als er nieuw gedrag ontstond was er
ook een toename in neuronen. Dus de genen zorgen voor veranderingen in gedrag.
Later bleek dat de toename van de neuronen vele malen groter was dan dat nodig was
voor het motorische gedrag dat nodig was. Dit was zo nodig zodat de salamanders zich
goed konden aanpassen aan de omgeving en kon interacteren met de omgeving.

Meneer Hakel deed ook onderzoek naar salamanders. De ene helft werd hiervan
verdoofd. De groep die opgroeide in het water ontwikkelde goed. Als deze salamanders
in de bak met verdovende middel kwamen, konden de salamanders het gedrag niet
meer uiten. Hierdoor werd bekend dat de ontwikkeling werd bepaald door endogene
factoren en dus niet door de omgeving.

Gesell verdiepte zich in de ontwikkeling van kinderen. Hij was geïnspireerd door Darwin.
De theorie van Gesell was vrij reductionistisch, hij observeerde alleen met behulp van
een cross-sectioneel onderzoek.

Bewijs voor theorie Gesell:
• Universele invariante ontwikkeling: Hij probeerde stadia te ontdekken voor
allerlei vaardigheden. Deze stadia was invariant dus alle kinderen volgen dezelfde
stadia voor dezelfde vaardigheden. Kinderen tonen dezelfde volgorde van
‘stages’.
• Tweeling onderzoek: Hij nodigde tweelingen uit en ging deze apart onderzoeken
om te kijken of gedragingen overeenkomen. Kinderen konden exact hetzelfde
gedrag laten zien. Dit was ook voor hem weer bewijs voor de universele invariante
ontwikkelingen. Hij vergat hierbij wel een controle groep van niet tweelingen om
uit te kunnen sluiten dat gedrag niet voortkomt uit genen maar uit interactie van
de omgeving.
• Beperkte invloed van oefening en training. Als kinderen trainen was er weinig
veranderingen van gedrag.

, Motorische ontwikkeling en motorisch leren


• Beperkte invloed lichamelijke stoornis.
• Overeenkomst in ontwikkeling op andere gedragsterreinen.

Uit de theorie zijn een aantal principes voortgekomen.
1) De ontwikkeling is cephalo-caudaal. De ontwikkeling van kinderen begint bij het
hoofd en daalt af naar de onderkant van het lichaam. Een van de eerste dingen
dat kinderen gaan doen na de geboorte is dat ze hun hoofdje gaan optillen, dit is
dus bewijst hiervoor. Pas later gaan ze kruipen en het lichaam gebruiken.
Ook is de ontwikkeling proximo-distaal. De ontwikkeling begint van binnen het
lichaam en werkt zo geleidelijk naar buiten toe.
2) Wederkerige dooreenweving: pasgeboren kinderen bewegen hun benen of armen
tegelijkertijd (bilateraal). Na een tijd kunnen ze ook met alleen het voetje
bewegen. Er zit dus een progressie van bilateraal naar unilateraal. Dit zie je in het
kruipen weer terugkomen.
3) Functionele asymmetrie: er is een voorkeur voor 1 lichaamshelft.

De grof-motorische ontwikkeling komt voor de fijn-motorische ontwikkeling. Dit komt
niet voort uit Gesell maar is wel belangrijk.

Kritiek op de principes van Gesell:
Kinderen (foetus) maken in de baarmoeder al bewegingen met armen en benen. Deze
bewegingen laat een foetus zien omdat ze makkelijker kunnen bewegen in de
baarmoeder omdat er daar minder zwaartekracht werkt. Hierdoor laten ze deze
bewegingen minder snel zien als ze geboren zijn. Dit is dus tegen het cephalo-caudaal
principe van Gesell. Ook zijn pasgeboren kinderen al in staat om met 1 arm naar een
voorwerp te reiken.

Er is veel variatie tussen kinderen en op welke leeftijd ze bepaald gedrag vertonen. Dit is
dus ook tegen de univariante ontwikkeling van Gesell. Daarnaast zijn de patronen van de
volgorde van het gedrag, ook verschillend tussen kinderen. De ene gaat eerst staan
voordat ze gaan kruipen terwijl de andere eerst kruipen. Er zijn dus veel verschillende
manieren van gedrag voordat kinderen gaan lopen.

Er zijn ook wel degelijk individuele verschillen. De ene heeft het gedrag in een keer door
terwijl de ander het gedrag vaker moet doen.

McGraw:
Corticale inhibitie hypothese: bepaalde gebieden in de hersenen worden actief
onderdrukt om e\iciënter te functioneren.

Zij had wel aandacht voor invloed vanuit de omgeving. Daarnaast deed ze het
tweelingonderzoek: Jimmy & Johnny. Ze ging met Johnny allerlei activiteiten doen om te
kijken wat het e\ect van oefenen is op de motoriek. Jimmy liet ze wel ‘normaal’
opgroeien als ieder ander kind.
• Ze maakte onderscheid in twee activiteiten, de fylogenetische vaardigheden en
de ontogenetische vaardigheden. De fylogenetische vaardigheden werden door
beide kinderen op hetzelfde punt bereikt, dus ze concludeerde dat dit wel door

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
4 februari 2026
Aantal pagina's
38
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$10.64
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
lesscherroos
4.0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
lesscherroos Rijksuniversiteit Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
4
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
6
Laatst verkocht
4 maanden geleden

4.0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen