Inleidend hoorcollege over het vak Openbare Financiën, inclusief een
discussie over de kernpunten van de Miljoenennota 2026. De
voorgeschreven literatuur bij dit onderwerp is:
- De Kam, Bolhuis en Lukkezen (2024), hoofdstukken 1 en 4 (voor
de 16e druk zijn het de hoofdstukken 1 en 3).
- De visuele samenvatting en Hoofdstuk 1 uit de Miljoenennota
2026: https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documente
n/begrotingen/2025/09/16/miljoenennota-2026/Miljoenennota-
2026.pdf
Uitgaven kant van de overheid = eerste 5 thema’s
Inkomstenkant van de overheid = tweede 5 thema’s
Het vakgebied van openbare financiën
- Voorziening van goederen en diensten door de overheid, zoals het
onderwijs, de gezondheidszorg, infrastructuur en een schoner milieu.
- Inkomensoverdrachten, zoals de sociale zekerheid en toeslagen.
- De financiering van de overheid via belastingen, premies,
overheidsschuld en de economische effecten daarvan.
- De invloed van de overheid op de macro-economische ontwikkeling,
zoals de economische groei en de werkeloosheid. (conjuncturele
kant)
Waarom interessant?
- Overheidsuitgaven bedragen ongeveer de helft van het nationale
inkomen
- Enorme impact recente crises op de overheidsfinanciën
o Euro-crisis, financiële, corona, inval Oekraïne, energiecrisis
- Veel discussie over de rol van de overheid op diverse terreinen, zoals
de energietransitie, het onderwijs, de woningmarkt en de zorg.
- Zijn de overheidsfinanciën op termijn wel houdbaar, of schuiven we
problemen door naar volgende generaties?
o Als we ons huidige pakket van voorzieningen willen
handhaven, kan dat wel? Meer belastingen? Ander pakket?
Zadelen we toekomstige generaties op met een schuld?
Kennisclips meer economische kennis.
Twee essays (beiden 10% van het totaal), deadlines: 24 november resp. 19
december)
Tentamen = 80% van het totaal. = 7 januari 2026
, De overheid in vogelvlucht
Twee sectoren in de economie
Marktsector Collectieve sector
Financiering: Marktprijzen dekken Financiering: belastingen, premies,
> 50% niet-belastingmiddelen
Om te bepalen welke sector? Je kijkt: Hoe zijn dingen gefinancierd?
Collectieve sector
- Overheid, o.a. rijksoverheid en decentrale overheden
- Sociale fondsen, o.a. WW, WIA en AOW
- Andere organisaties die publiek gefinancierd en gecontroleerd
worden
o Bijvoorbeeld: de belastingdienst, CBS, CPB
Uitgaven overheid over de tijd
- 19e eeuw was de overheid klein
- Na WO2 forse stijging van de collectieve sector
- Dit kwam door:
o Toename sociale zekerheid (vanaf jaren 50/begin jaren 80) -- >
allemaal regelingen in het even geroepen: AOW, WW,
arbeidsongeschiktheidsverzekering vrij genereuze
regelingen (voor werkgevers als werknemers was het een
prettige uitvlucht)
o Uitgaven aan zorg demografisch we worden steeds ouder
(ouderen gebruiken meer zorg dan jongeren), meer
behandelingen ontwikkeld; betere technologie om mensen
gezond(er) te maken).
BBP = wat we met z’n alle produceren
Uitgaven naar bestemming
- Defensie: nog maar 1% BBP (= vredesdividend)
o Nu weer proberen te laten groeien.
o NAVO: meer dan 3%, 1,5% aan infrastructuur
- Sociale uitkeringen: piek in 1985; veel mensen arbeidsongeschikt of
vroegpensioen.
- Onderwijs: in de jaren 70 gaven we meer uit aan onderwijs
- Tegenwoordig is de rente laag
- Die sociale uitkeringen en de zorg is behoorlijk toegenomen!
De grootste uitgaven: zorg en sociale zekerheid