1. Doel en opzet (wat doet het CPB?)
CPB rekent verkiezingsprogramma’s door om economische en budgettaire
gevolgen vergelijkbaar te maken.
Analyseert effecten op:
bbp, koopkracht, werkgelegenheid, armoede, schuld en brede welvaart.
Geen kieswijzer, maar een beleidsvergelijkingsinstrument.
Basispad = ontwikkeling bij ongewijzigd beleid (cMEV-raming 2026).
Resultaten zijn geen voorspellingen, maar laten verschillen tussen
beleidskeuzes zien.
Nieuw: sterkere focus op lange termijn (2035+) en brede welvaart
(o.a. wonen, zorg, onderwijs, klimaat, stikstof).
2. Algemeen beeld (grote lijnen)
Zonder nieuw beleid:
o EMU-tekort ~ –2,5% bbp in 2030.
o Schuld loopt op door vergrijzing.
Defensie-uitgaven stijgen bij alle partijen (NAVO-norm 2% bbp).
Grote verschillen in financieringsstrategie:
o Lasten verhogen: GL-PvdA, D66, CDA, CU, Volt.
o Schuld accepteren / elders bezuinigen: NSC, BBB, SGP, JA21.
Zorg: bijna iedereen beperkt groei; GL-PvdA vormt uitzondering.
Woningmarkt: brede steun voor meer aanbod; HRA wordt vaak afgebouwd.
Klimaat & stikstof:
o Streng: GL-PvdA, D66, CU.
o Heffingen centraal: Volt.
o Versoepeling: BBB, JA21.
Investeringsklimaat:
o Ongunstig bij hogere lasten (GL-PvdA, NSC, CU).
o Gunstig bij lagere lasten (JA21).
o Investeringen in onderwijs/R&D versterken menselijk kapitaal.
3. Budgettaire keuzes
Overheidsuitgaven
Alle partijen verhogen uitgaven tot 2030.
Defensie: + ~6 mld euro (boven basispad).
Zorg: groei wordt afgeremd; GL-PvdA intensiveert.
Sociale zekerheid: stijgt overal (AOW, minimumloon).
Onderwijs: stijgt bij bijna iedereen (niet bij VVD en BBB).
Internationale samenwerking: vaak gekort, behalve Volt.
Klimaat/milieu:
o Bezuinigingen bij BBB, JA21.
o Intensivering bij GL-PvdA, CU.
Lasten (belastingen)