CoCT2 – CT 4 fasen lever ........................................................................................... 2
CoCT3 – CT angiografie ............................................................................................. 4
CoMRI1 – K-vlak en scantijdreductiemethoden ........................................................... 7
CoMRI2 – Diffusion-weighted Imaging (DWI) ............................................................... 9
CoMRI3 – Mammae ................................................................................................ 10
CoNG1 – Mammacarcinoom & prostaat ................................................................... 12
CoNG2 – Hersenen ................................................................................................. 15
fCoNG2 – Parkinson(isme) ...................................................................................... 18
CoNG3 – Cardiologische onderzoeken ..................................................................... 19
CoEC1 – eFAST ....................................................................................................... 22
CoEC2 – Doppler .................................................................................................... 24
CoRT1 – VMAT ........................................................................................................ 26
CoRT2 – Image Guided Radiation Therapy ................................................................ 29
CoRT3 – 4D CT en positieverificatie .......................................................................... 31
,CoCT2 – CT 4 fasen lever
Anatomie
De lever bestaat volgens de couinaud-classificatie
uit 8 onafhankelijke segmenten. Ieder segment is
afzonderlijk te verwijderen zonder schade te
veroorzaken aan de andere segmenten, wat belangrijk
is bij operaties. Ieder segment heeft een vasculaire
instroom, uitstroom en galweg. 80% van het bloed
wordt geleverd door de vena porta en 20% door de
arterie hepatica.
Indicaties
Voorafgaand aan een CT-onderzoek is vaak al een echo uitgevoerd. Welk type CT-
onderzoek wordt uitgevoerd, hangt af van de indicatie:
Blanco iv contrastmiddel 4 fasen
Steatosis Hepatis Hepatocellulair carcinoom Hepatocellulair carcinoom
Verkalkingen Metastasen Metastasen
Cystes Hemangiomen Hemangiomen
Focale Nodulaire Hyperplasie Focale Nodulaire Hyperplasie
Abcessen
Techniek CT lever 4 fasen
Een 4 fasen onderzoek van de lever is een dynamisch (= op meerdere moment kijken)
onderzoek voor verdachte laesies in de lever gebruikmakend van intraveneus
jodiumhoudend contrast. Je moet daarom letten op eventuele risicofactoren en contra-
indicaties bij de patiënt.
De 4 fases die we scannen zijn:
- Blanco: t = 0 sec
- Arterieel: t = 20 sec (kun je automatisch instellen m.b.v. ROI
- Portaal: t = 45 sec
- Veneus: t = 80 sec
Voor de arteriële en portale fase wordt alleen de lever gescand, dus je
past het traject aan. In de veneuze fase wordt het hele abdomen
gescand en voor de blanco fase verschilt dit per ziekenhuis/laborant.
,Beeldherkenning
Bij Steatosis hepatis (= leververvetting) beeldt de lever zich donkerder
af op een blanco fase. De vaattekening in de lever wordt versterkt,
omdat het weefsel van de lever donkerder wordt ten opzichte van de
bloedvaten. Om te kijken of er sprake is van leververvetting kun je de
lever vergelijken met de milt, wanneer er meer dan 10 HU’s verschil is
tussen de milt en lever, spreek je van leververvetting.
Ook verkalking en cyste vorming zijn goed te zien op een blanco scan. In het
geval van een abces is er sprake van een ontstekingsproces. Hierdoor is er verhoogde
doorbloeding aan de rand van het abces, wat zichtbaar wordt met intraveneus contrast.
Hypervasculaire metastasen zijn zichtbaar in de arteriële fase. In de
arteriële fase is er namelijk bloedtoevoer van de arterie hepatica en
aangezien deze maar voor 20% verantwoordelijk is voor de
bloedtoevoer van de lever, kleurt het leverparenchym maar matig aan.
Ook Focale Nodulaire Hyperplasie (FNH) is goed te zien in de arteriële
fase. FNH’s zijn benigne levertumoren, vaak te herkennen aan een
stervormige kern. De tumor bestaat uit hetzelfde weefsel als de lever.
Hypovasculaire metastasen en grotere metastasen met veel necrose
zijn juist goed te zien in de portale fase. Het leverparenchym is hierbij
goed doorbloed terwijl de metastasen dat niet zijn.
Een hemangioom is een goedaardig gezwel van bloedvaten in de lever
en deze heeft de neiging om het opgenomen contrast vertraagd af te
geven. Hier is een hemangioom zichtbaar in de veneuze fase wanneer
het contrast alweer grotendeels uit de lever is.
, CoCT3 – CT angiografie
Een CT-angiografie (CTA) is een CT-onderzoek waarbij de bloedvaten zichtbaar worden
gemaakt met intraveneus contrastmiddel. Hiermee kunnen afwijkingen zoals stenose,
trombose en aneurysma’s worden opgespoord. Een belangrijk verschil met de
conventionele angiografie is dat het minder invasief is. Het contrastmiddel wordt bij
CTA intraveneus toegediend i.p.v. arterieel via een katheter. Daarnaast zijn op een CTA
naast het lumen ook de vaatwand en omliggende structuren zichtbaar.
Resolutie
Bij CT-angiografie zijn alle 3 de resoluties even belangrijk:
- Temporele resolutie: snel scannen is noodzakelijk om bewegingsonscherpte
van het hart en de aorta te voorkomen.
- Spatiële resolutie: naast de grote vaten zoals de aorta, zijn ook de kleine
aftakkingen belangrijk om in beeld te brengen.
- Contrastresolutie: afwijkingen met een gelijke HU-waarde als het omliggende
weefsel moeten goed te onderscheiden zijn, zoals bijvoorbeeld een trombus.
Scantechnieken
Bij een CTA wordt spiraal gescand. Hoe sneller er gescand wordt, hoe uitgerekter de
spiraal en hoe hoger de pitch. Snel scannen is belangrijk vanwege de temporele
resolutie. Hieraan zitten wel grenzen: bij een te hoge pitch (>2) wordt de beeldkwaliteit
onvoldoende. Een gangbare pitch ligt tussen 0,7 en 1,5. Daarnaast kan de aorta in de z-
richting bijvoorbeeld snel gescand
worden, maar ter hoogte van de
nierarteriën in de xy-richting wil je
een lagere pitch van wege de
spatiële resolutie. Hier moet een
balans in gevonden worden.
Een andere scantechniek is het verlagen van de buisspanning. Een groot voordeel
hiervan is dat het contrast toeneemt. Een nadeel van een lagere buisspanning is dat de
SNR slechter wordt.
Het WW/WL wat voor CTA wordt gekozen is vaak: 1000/250.
Contrast IV
We gebruiken IV-contrast, omdat de HU’s van bloed (40-50), weefsel (30-70) en trombus
(60-90) erg dichtbij elkaar liggen. Door deze kleine verschillen is diagnostiek zonder
contrastmiddel vrijwel onmogelijk. Daarom gebruiken we een contrastmiddel met een
HU van ongeveer 300. Het gebruik van contrastmiddelen kent echter ook contra-
indicaties en risicofactoren.