Het onderwerp van thema 6 is: "Basisprincipes: Afwenteling en de budgettaire functie"
De voorgeschreven literatuur bij dit onderwerp is:
De Kam, Bolhuis en Lukkezen, hoofdstuk 16 en 17. [16e druk: hoofdstuk 17 en 18]
The Core Team, The Economy 1.0, Unit 8.7.
Bozio, 2008, Who pays taxes? A short introduction to tax incidence.
De twee korte kennisclips (weblectures) voor dit thema zijn hiernaast beschikbaar. Na afloop
van werkcollege 10 wordt ook de opname van het werkcollege geplaatst.
De Kennisclips bevatten verwijzingen naar de Kam et al. 16e druk. De relatie naar de
17e druk is als volgt:
o Paragraaf 17.2 is nu 16.2
o Paragraaf 18.7 is nu 17.7
o Paragraaf 19.3.8 is nu 18.3.7
o De stof uit Stiglitz, 1988 wordt besproken in Bozio (2008) en op CoreEcon.
In het werkcollege bespreken we (een deel van) de volgende (sub)vragen:
1. Het economische academische denken draait om het begrip schaarste. Wat
betekent schaarste voor het economisch bestuderen van Openbare Financien?
Schaarste is de economische definitie van een tekort, waarbij de onbeperkte menselijke
behoeften en wensen niet kunnen worden voldaan met de beperkte beschikbare middelen
zoals tijd, geld en productiefactoren
Schaarste betekent dat de behoeften van de samenleving onbeperkt zijn, maar de middelen om
daaraan te voldoen beperkt. Voor openbare financiën betekent dit dat de overheid moet kiezen
hoe ze schaarse middelen (belastingopbrengsten, leningen) moet inzetten om publieke
goederen en diensten te leveren, zoals onderwijs en gezondheidszorg. De studie draait om
het maken van keuzes en de afwegingen tussen verschillende overheidsbestedingen en de
inkomstenbronnen die daarvoor nodig zijn.
Een aantal vragen over de inkomsten van de
Nederlandse overheid op basis van de Kam
et al. (2024) en de miljoenennota
1. Wat zijn de drie grootste inkomstenbronnen voor de Nederlandse
overheid?
Inkomstenbelasting, omzetbelasting & zorgverzekeringswet
, 2. Wat is het verschil tussen belastingen en sociale premies en is dit verschil
vanuit economisch perspectief van belang?
Belasting is een in de wet geregelde onvrijwillige betaling aan de overheid waar geen
rechtstreekse, individueel aanwijsbare prestatie van de overheid tegenover staat. (§17.2 en
18.7 de Kam) (= gedwongen bijdrage waar geen rechtstreekse individuele tegenprestatie van
de overheid tegenover staat en die krachtens algemene regels worden geheven)
Sociale premies: rechtstreekse band tussen betaalde premie en de tegensprestatie: aanspraak
op uitkering of zorg.
Waarom is dit verschil van belang? Bij belastingen geen directe tegenprestatie, bij premies
heb je recht op iets.
Maakt het voor economen heel erg uit? Maakt voor economen niet heel erg uit, omdat het in
beide gevallen hebben ze eenzelfde soort impact op de markt.
3. Wat zijn de drie grootste belastingcategorieën? Verklaar deze bevinding
aan de hand van economische concepten.
Loon- en Inkomstenbelasting, omzetbelasting & zorgpremies
Grondslagen die relatief inelastische zijn, daarom leveren die meer op dan andere belastingen.
Inelastische minder gevoelig voor het tarief van de belasting in het produceren van die
grondslag. Belasting zelf heeft weinig invloed op de grondslag.
4. Wat zijn volgens de Kam et al. (2024) de drie belastinggrondslagen
waarover belasting wordt geheven?
Arbeid, consumptie & kapitaal
Tabel 16.2 impliciete belastingdruk
2. We bespreken een grafische oefening over belastingafwenteling die past bij de eerste
kennisclip. De opgave is hier te vinden (en in de balk aan de linkerkant).